Gijs Lauret

Alledagsverhaaltjes, amateurvoebel, Ajax enzo, Het Vijftiende

4 november 2017: NiTA 2 – WV-HEDW 10 0-1 (0-1)

Ergens langs het gesuis van de A2 ligt een ingeslapen refogehucht van twaalfhonderd godvrezende inwoners, Nieuwer Ter Aa genaamd. Knappe jongen als je daar ooit van gehoord had. Aldaar, vlak achter De School met de Bijbel, heeft de Here God een kortgeknipt kunstgrasveld geschapen boordevol ziekteverwekkend rubbergranulaat. Ter info: volgens sommige stemmingmakende types ga je enorm dood van rubberkorrels. Erg hè?

Leuk en aardig, maar wij van Het Vijftiende kwamen niet om te sterven. Al had menigeen na de goddelijke steekpass van Quiri en dito afronding van Quintus alleszins tevreden kunnen inslapen (bel Q & Q voor al uw overheerlijke verwennerijen). Dan hadden we tenminste niet hoeven meemaken hoe de toch al volledig weggerotte enkel van Kapitein Roodbaard aan gruwelijke gruzelementen ging dankzij de intense horkerigheid van een gereformeerd been. Dr Phil werkt 24/7 en arriveerde binnen vijf minuten. Hij bracht de rest van de ganse niksmiddag in innige verstrengeling met zijn telefoon door. Je kunt maar beter alle huisartsenposten gebeld hebben. Het winderige novemberschouwspel was verder dramatisch genoeg om wekenlang hartverscheurend van te janken, alle meesterlijke hakkies van Tonzel uiteraard daargelaten.

O ja en wat ook fantastisch interessant is: in de duistere kantine van NiTA, waar ons enkelijzende Roodbaardje knetterdepressief in de leegte van zijn iPhone staarde, hebben ze de pinautomaat nog niet uitgevonden. Zonder cash dus geen bier. Maar daarmee waren de bofkonten de wereld niet uit: menig corrupte WV’er kon zijn pikzwarte moneybriefjes immers lachend witwassen in de druilerige regen van Nieuwer Ter Aa. Impotente traagzaadwedstrijd, niet om aan te gluren, Tonzel half aangerand door onze rebellerende kleutersupporter (you too, Tonzel!), nul gehouden, drie punten. Conclusie: volkomen volmaakte zaterdag, op die gekrakte enkel na. Welterusten doei.

 

Gijs Lauret

14 oktober 2017: Sporting Martinus 2 – WV-HEDW 10 5-1 (2-0)

Geachte lamlendige randfiguren, velen van jullie zijn met je absurd luie harses zelfs te beroerd om op één simpel linkje naar onze onovertroffen website te klikken. Welnu, hiervoor worden jullie nu schandalig beloond, stelletje lamzakken. Want per heden kun je onze onzinnige voetbalkolderleuterverhalen ook in al zijn glorieuze volledigheid op dat achterlijke Feestboek lezen. Mark Suckerberg danst op zijn goudomrande tafel en kraait van genot.

Afijn, nu we lekker een paar mensen hebben beledigd, kunnen we meteen over naar de schaamteloze zelfbevlekking. Martinus uit is een uitermate bijzonder duel voor uw briljante schrijver. Ik heb welgeteld zestien jaar met die roodgele boevenbende gefoebeld en tezamen met het inmiddels mythische Kampioenenteam drie knettervette kampioenstitels binnen geharkt. En ik kan u verzekeren: we waren keihard onverslaanbaar en werden tot ver in de provincie aanbeden en gevreesd. Gewoon fakking legend. Maar dat was toen Martinus nog een echte zaterdag 2 had en de succesbomen als nooit tevoren tot in de Amstelveense hemel groeiden. Tijden vervliegen echter zonder dat je er iets voor doet. De onaantastbare helden van weleer zijn onderhand verworden tot een semimank zooitje van kleine en grote bierpensen dat zijn geweldige voetbalkunsten vertoont in een overjarige veteranencompetitie. Ondanks dat schijnen de Martinianen ook weer een zaterdag 2 op de been te hebben gebracht. Het bestuur van de gewezen rooms-katholieken had er netjes aan gedaan om uit gepast respect voor Het Kampioenenteam nooit meer een tweede zaterdagelftal te formeren. Het beklagenswaardige feit dat dit toch is gebeurd zou ik geen schandvlek in de recente vaderlandse geschiedenis willen noemen, dat niet. Edoch het scheelt weinig. Maar dat is slechts mijn zeer bescheiden en genuanceerde opvatting. En aan de andere kant moeten we het de lieve mensen misschien niet verwijten. Iedereen blundert wel eens, nietwaar.

Het beloofde overigens een pokkenspannend middagje te worden. Gezien bovengenoemd gezever zou je namelijk haast vergeten dat er daadwerkelijk een wedstrijd was. De gastheertjes hadden zeven uit drie gepeurd. Daartegenover stond een foutloze competitiestart van uw hete pseudovedetjes. Dit betrof dus stiekem een heuse topper. Een staand verwelkomingsbord naast het veld wilde ons echter anders doen geloven. Op dat malle bord werden absurde meningen als feiten gepresenteerd, maar dat schijnt tegenwoordig volkomen normaal te zijn. Dat doorgedraaide bord beweerde dat voetbal een spel is (waar halen ze het vandaan, oorlog is toch ook geen spelletje), dat spelers kinderen zijn (oké, dat is wel een beetje waar), dat de scheids een mens is (wetenschappelijk gezien zeer discutabel) en dat we niet in de Champions League spelen (nodeloos kwetsende mededeling). We werden overigens weggestopt op het legendarische veld 3, waar net als vroeger graspluimen groeiden op een dikke blubberlaag. Op Amstelveen.

Hemeltjelief, wat zit uw schrijvert toch debiel te neuzelen. Hij vermijdt het wedstrijdverslag gewoon, merk je het ook? Dat heeft een reden. Uw zogenaamde wereldsterren lieten elkaar bedroevend zakken en werden met uitzonderlijke billenkoek teruggeschopt naar de Watergraafsmeer: 5-1. “Jij gaat hier dus een verslagje over schrijven?” smaalde een verzuurde stem des Törders. Tsja, ik heb daar nog steeds belachelijk weinig zin in, moet ik bekennen. Maar ja, een zwangere vrouw ziet ook niet uit naar de bevalling. En toch komt die dan vanzelf. Dus vooruit met de typgeit.

Het roodgele leger van veelal verschrompelde ouwe lullo’s tikte het leder soepeltjes rond en zocht voortdurend een directe route richting doel. Na luttele minuten stonden we achterin aandoenlijk te ronken en mocht een roodgele vent van dichtbij vogelvrij de bal inzeiken. “We beginnen gewoon niet scherp. Er zijn er een paar die steeds langs de pot piesen”, luidde de messcherpe analyse van Baresi vanuit onze lelijke dug-out. De 2-0 was een ziekmakende stift vanaf links; mijn welgemeende complimenten voor de uitvoering. Naast me op de bank zat KoenLinks ondertussen hartverscheurend te piepen omdat hij almaar lieveheersbeestjes in zijn ogen had. Op een of andere manier was dat typerend. Die Lange in het Martiniaanse doel verveelde zich bijkans de buiktyfus totdat hij theatraal in botsing kwam met rechtsback Arn, die een gele prent mocht laten bijschrijven. Onze rapper nokte er maar meteen helemaal mee en werd afgelost door Markiemark, die zojuist een imponerende warming-up had afgerond met zo’n fluorescerend hesje om z’n nek. Arn gaf de sippe bankzitters zonder pardon een veeg uit zijn gefrustreerde pan. We moedigden rampzalig slecht aan; geen complimenten, geen applausjes, niks. De geboren positivo deed voor hoe dit wel moest en begon acuut als een manische gek te schreeuwen. “Kom op WV! Ja lekker! Kom op mannen! Ga door, laat je niet gek maken! Ja, kom op WV!” En meer van zulke heerlijke teksten.

De sfeer in kleedkamer 8 was bedrukt met een vleugje strijdbaarheid. Terwijl men van gore chemische limo nipte werd er vastberaden geroepen dat de welbekende beuk er nu eens in moest. Terug in de groene arena bleek die beuk een roodgeel shirt te dragen. We moesten daarop het antwoord hartbrekend schuldig blijven en 3-0 liet kort op zich wachten. We zagen onze Groningse krijger Walter menigmaal grotesk het hoofd buigen en tergend langzaam schudden, zoals alleen hij dat kan. De schelle stem van Kwaksie blonk uit en zijn huidige kapsel is simpelweg te gruwelijk, echt ik ben kapot jaloers. Beetje jammer dat hij weigert noppen onder zijn schoentjes te dragen, want hij gleed als een volleerd kunstschaatser van links naar rechts. De absolute hoofdact werd evenwel opgevoerd rondom het goedgevulde zithokje waar wij die vreselijke gifbeker van een wedstrijd zaten leeg te drinken. Arn stond voor het hok en Tonzel vond dat maar niks. Want Tonzel kon zo niks zien. Hij verzocht zijn gabbert allengs steeds dwingender om te gaan zitten of op zijn minst ergens anders te gaan staan. Maar dat was buiten de uitgesproken mening van Arn gerekend en voordat we met onze nietsvermoedende oogjes geknipperd hadden, waren we getuige van ongeremd kiftende wijven. “Arn! Ga zitten man Jezus! Ik zie fokking niks! Ga ergens anders staan!” baste Tonzel. “Ga weg man, waar bemoei je je mee! Ik bepaal zelf waar ik ga staan!” klonk een geagiteerde Arn. En zo ging dat minutenlang door, zelfs dermate lang dat het niet eens hilarisch meer was. Iedere bemiddelingspoging was gedoemd te mislukken; zelfs Eberhard zou kansloos zijn geweest. Het pathetische scheldpartijtje verstomde kortdurend toen Törder scoorde uit een vernuftig steekpassje van onze verse aankoop Quiri. Voor de oplettende kijker ontlook hier een dodelijke tandem. Nadat de geroutineerde gastheren echter ten vierden male ons beursgeschoten netje hadden laten bollen, pakten onze gekrenkte viswijven hun bizarre discussie weer moeiteloos op. Vergeef me mijn beperkte genderneutraliteit, maar viswijven waren het. Ondertussen doelpuntte Martinus schouderophalend wederom en mompelde Sjulemani diep geschokt: “Is het nou 5-1? Dat vind ik wel treurig.” En treurig was het. 5-1, dat betekent ouderwets huilend naar huis.

Symptomatisch voor het schrijnende gebrek aan blauwe samenhang was het lijpe mysterie aangaande de kleedkamersleutel. Quintus werd er hardnekkig van verdacht deze te hebben ontvreemd in zijn aangename bolide, maar meldde ons telefonisch dat het onmisbare metaal bij de dug-out lag te creperen. Ondertussen knaagde ik bij afwezigheid van deugdelijk vreetvoer aan een zelfmoordpatatje oorlog. Vierentwintig kilo keukenzout hadden ze eroverheen gekieperd. Was kennelijk in de aanbieding bij de Lidl op de Amsterdamseweg. Ik voelde een kransslagadertje dichtslibben waar ik bij zat. Gelukkig hadden Tonzel en Arn elkaar alweer geknuffeld, dus ik zou vredig zijn gestorven als het mijn tijd geweest was. De verlopen iconen van Het Kampioenenteam schitterden overigens door afwezigheid. Ondanks een 3-2 nederlaag vond men het kennelijk veel te gezellig in die ongezellige kantine van AMVJ.  “Jij gaat hier dus een verslagje over schrijven?” smaalde een verzuurde stem des Törders.

 

Gijs Lauret

Jij bent dik

Het is kwart voor zeven en met een diepe morgenzucht hijs ik mezelf op de plee. Ik dacht dat ik alleen was, maar hoor snelle kindervoetstapjes gevolgd door zacht gerammel aan de deur. Dochter (3) is ook wakker en kijkt van onder haar blonde krullen vrolijk de dag tegemoet.

“Jij bent dik”, zijn de eerste woorden die ze vandaag voor papa heeft. Ik voel onverwachte verbijstering opkomen. Dit is wel heel erg in my face, zo ‘s ochtends vroeg. Kennelijk voelt ze me haarfijn aan. “Grapje!” haast ze zich namelijk te zeggen. Ze grijnst haar melktandjes bloot en klimt op de pot, waar ze een verwarde papa aflost die dus toch niet dik blijkt te zijn.

 

Gijs Lauret

13 mei 2017: DVVA 6 – WV-HEDW 9 2-1 (1-0, 1-1) na verlenging

Voetbal is oorlog, zei Ome Rinus ooit. Hoewel het tegen een opponent met de fröbelachtige naam DVVA (Door Vriendschap Verenigd Amsterdam) moeilijk atoombommen werpen is, werd het evengoed een duel op leven en dood. De glorieuze overwinnaars zouden namelijk ongezouten kampioen zijn van de derde klasse, en de dieptrieste losers logischerwijs niet. In de geesteszieke bureaucratie van Zeist noemt men zoiets ook wel een beslissingswedstrijd. Precies evenveel punten halen in de reguliere competitie, dan krijg je dit soort merkwaardige uitwassen. En zo’n uitwas vindt dan plaats op neutraal terrein, bij sv RAP aan de Kalfjeslaan in dit geval. Enkel hel en verdoemenis voor de zielige losers? Nog net niet, maar het scheelde weinig. Want om na een geweldig gare nederlaag in de wedstrijd van je leven op de eerstvolgende dinsdag in de nacompetitie om promotie te moeten aantreden, dat gun je je gruwelijkste vijand niet. Alles ervoor doen dus, en nog meer ervoor laten. Vroeg naar bed, broodnuchter, handjes boven de dekens, vrouw verplicht op de bank slapen. Alles zodat ze de wedstrijdroutine niet verstoort. Met haar eindeloze geneuzel over het songfestival. Oogjes dicht. Focus. Visualiseren. Oogstrelende goals voor WV, gele hipsters aan het spit.

Naar verluidt hadden onze gele sojamelkliefhebbers van Drieburg grote moeite om een representatief zooitje mafketels richting Het Loopveld te krijgen. Er werden zelfs blinde paniekaankopen gedaan. Zo vernam ik uit loslippige bron dat men Rens Weijers had opgetrommeld, een nogal onverstoorbare figuur die door zijn verwarde trainert ooit “in potentie de beste speler van de hele tweede klasse” genoemd werd. Ik ken de potentiële superstar vooral als een brave veertigjarige huisvader van hockeyende dochters, en in zijn schaarse vrije tijd is hij vergadertijger bij een of andere semimilieuvriendelijke energiemaatschappij. Maar dit alles uiteraard geheel terzijde. Uw prijsgeile vedetten beschikten over een vlindermesscherpe selectie. Een selectie met honger alsof er wekenlang enkel rijstwafels gevreten waren. Aldus maakten we ons op voor een Watergraafsmeerse derby op de Amstelveense grens. Quel affiche!

De herentoiletjes werden door beide equipes gretig bezocht. Ome Tomba en ondergetekende volgden nauwlettend wie er allemaal naar binnen gingen en hoe lang dat duurde. Volgens ons had er niemand gepoept. DVVA’s topscorert gluurde ons doodsbang aan en vroeg met trillende stem of we soms in de rij stonden; geenszins, hij had vier stinkende plees voor zichzelf. Het is wat hè, die finaleangst. De kleedkamer was zwanger van wedstrijdspanning, welke resoluut werd verdreven met zenuwachtige giecheltjes en tijgerspray in de liezen. Kapitein Wes de Viking sprak zijn gladiatoren toe: “Vandaag is onze Europa League finale. We kunnen sowieso fakking trots zijn dat we hier staan, maar nu wil ik godverdomme winnen ook.” Waarna een ellenlange wirwar van tactische spitsvondigheden volgde. Gebrabbel over intensiteit en hoog druk zetten. Petertje Bosz zou ervan watertanden. Törder daarentegen kreeg er jeuk van en liet dat op Törderistische wijze blijken: “Zullen we nu stoppen met lullen en lekker gaan voetballen?”

Ons werd het ku(ns)tgras toebedeeld, terwijl op het hoofdbiljartlaken een prutswedstrijd plaatshad tussen tweeëntwintig schandalig arrogante personen die zichzelf kennelijk belangrijker vonden dan een beslissingswedstrijd om het kampioenschap. Gelukkig was daar onze tophooligan annex achtsterrenkok met een knetterlijp Bengaals vuur om de troosteloze ambiance de hemel in te pimpen. Dat hij nu een levenslang amateurvoetbalterreinverbod in zijn mik krijgt, neemt hij met liefde op de koop toe. Zo zijn echte fans, toch? Scheidsie en zijn twee officiële KNVB-grensies (het moet niet gestoorder worden, mensen) checkten alle pasjes in de middencirkel. Als vluchtelingen op een Grieks eiland werd men een voor een in de ogen getuurd. Waarbij die blonde DVVA-marinier kennelijk genoeg weghad van die gozer op het pasje. Volgende formaliteit: netjes in teamverband op een rij gaan staan. Het was een mooi geluid, het herhaaldelijke geklats van de handen die elkaar (weliswaar ongemeend) succes wensten.

De eerste balomwentelingen beiderzijds waren ontzettend finaleachtig: retenerveus. Grensie was enorm ernstig met onze dug-out in de weer. De ganse goegemeente moest uiteraard in het gemarkeerde coachingsvak blijven en moest zitten bovendien. Met één uitzondering: “Alleen de trainer mag staan!” Sindsdien ben ik dus trainer. WV koesterde een licht overwicht, waarbij de gele hipstercounter als een dodelijk roofdier zijn kans afwachtte. Quintus scoorde geel voor worstelgedrag, terwijl de overbodige lange haal naar voren tomeloos in zwang was. Er volgden enkele spannende kopacties uit cornertjes, maar dat was het wel. Tot dat ene afgrijselijke moment in minuut 33 waarop een zekere Sylvain Dijkshoorn, zeg maar de Törder van DVVA, de benedenhoek vond: 1-0. Dat was eventjes behoorlijk poes met peren zullen we maar zeggen. Herr Walter ving een domme prent voor shirtje trekken en huilde wanhopig “Ik moest toch wel!” nadat hij hierop zeurderige commentaartjes van medespelers ontving. Ons bestaan viel waarachtig niet mede. Törder zat aan de metalen ketting bij een zekere veertigjarige huisvader en vooral bij Haarbandmans, diens sterke kompaan centraal achterin. Kassie daarentegen dartelde prettig over rechts, maar een punt drukken? Ho maar.

De Viking begon zijn rustbabbel met honderd procent realiteitszin: “Oké. 1-0 achter.” Daarop volgden zalvende woorden van menigeen waarin veelal werd benadrukt dat er niks aan de hand was. Echt niet. Ons skyhighe zelfvertrouwen werd verder opgekrikt door de introductie van onze Geliefde Leider. Kim Jos-un verving Quintus, die immers gigantisch geel zag. Al vroeg moest Betomek gestrekt richting bovenhoek, wat de katachtigste aller doelwachten uitstekend is toevertrouwd. Ons tot dan flubberige spel won zienderogen aan geestkracht. Benna creëerde een eerste kans dankzij eigen vastberadenheid, maar kreeg het leer van dichtbij niet door de doelman heen. Een strakke vrije trap van Törder bracht hemelse verlossing. Kapitein Roodbaard hing majesteitelijk ongedekt in het Amstelveense luchtruim en knikte: 1-1! Hondsdolle vreugde. Betomek kwam als een Onana uit zijn hok sprinten en gaf de platonische blauwe orgie Pools cachet. Waarna we een immense ontploffing hoorden die je doorgaans alleen in het Midden-Oosten hoort. Welke sensatiebeluste hooligan was dit nu weer? Er is slechts één verdachte. De gelijkmaker bleek het mentale tikje in de juiste richting. DVVA’s kleine vurige middenvelder knalde onze Tarzan hoorbaar onderuit. Rugnummers hadden de armetierige hipsters niet, maar zijn signalement had scheidsie blijkbaar goed onthouden: tweede geel voor de donkerharige jongeman. Elf tegen tien. Scheidsie zat er sowieso tamelijk kort op, en al helemaal bij onze dictator. Onze kleine tiran viel meesterlijk in en baasde in zijn duels. Ondanks zijn lagere schoolgewicht van tweeëndertig komma vier kilo werd hij meermaals door scheidsie afgefloten vanwege fysiek spel. Dit verdient wat mij betreft de kwalificatie ‘bizar’. Uw blauwe superidolen drukten de gele ventjes ferm achteruit. En als er al kortstondig teruggedrukt werd, werd dat koninklijk geneutraliseerd door Wes of Faas, die meesterlijk verdedigden. Walter onze babbelzieke knuffelduitser werd afgelost door Markiemark als linksachter en de moegestreden Benna door sprintkanon Smelvin. Laatstgenoemde werd in de laatste minuut in ziekelijke scoringspositie naar de grond gewerkt. Scheidsie echter had zin om wereldwegwuifkampioen te worden en werd dat dus ook, stante pede. Wanhopig schreeuwen en lullen met grensie hielp ook al niet. Diens veelbetekenende commentaar luidde namelijk: “Hij wuift het weg, je kunt het zelf zien, hij wuift het weg.” Dat konden we inderdaad zelf zien.

Verlengen dus. De volle zon deed zijn gloeiende intrede en het kutgras broeide. “Nak ze jongens!” riep een loslopende gek achter het hek. En daar ging WV 9, vastbesloten om ze te nakken. Sinds zijn goaltje was Roodbaard buitensporig opgebloeid. Zijn schitterende nakpoging eindigde onderkant lat. Er werd gesmeekt om doellijntechnologie, maar niemand keek op zijn horloge. Hoefde ook niet, want hij zat niet. Scheidsie was ondertussen gepassioneerd zijn nieuwste hobby aan het uitoefenen: allerhande toeschouwers verordonneren dat ze achter het hek moesten staan in plaats van naast de dug-out. “Wegwezen!” riep hij er heel standvastig bij. Dan vind ik ‘Wilt u alstublieft oprotten, klootzakmeneer’ toch vriendelijker overkomen. Gebiedende wijs klinkt altijd zo ruw. Maar dat was niet het ergste. Alsof we nog niet gezamenlijk aan stress waren gestorven, volgden er twee misselijkmakende scrimmages in de DVVA-vijfmeter. Kansen die aan de eerste de beste pasgeboren herdershond waarschijnlijk wel besteed zouden zijn, maar nu in vijf instanties werden gemist. Topsupporter Tonzel klapperde als een Rotterdamse neanderthaler met de plastic klep van een verdwaalde afvalbak om zijn helden moed in te dingesen. Baresi verving rechtsachter TvT, klaar om in geval van pingelserie zijn strafschop door het net heen te rossen. Maar alsjeblieft geen pingels. Scoor gewoon. Please. Dat gebeurde in minuut 120. Ons leven verwerd tot moeder aller nachtmerries. Een fatale hipstercounter. Spitsie schepte de bal met links deed dat fantastisch. Met z’n twee vette oorbellen ja, godverdegodverdepleuris. Gillende en springende sojamelkdrinkers. Klaar. Uit. Over. Hel. Verdoemenis. Huilen. Niet kúnnen huilen. Alles. Niks. Zelfverwonding! Polsen snijden. Dood. Honderd paracetamollen tegelijk innemen. Anders iets slopen misschien? Wat dan ook. Intens zure druiven. Ongekend kut met knoflooksaus. De voetbalgoden pisten ons recht in de bek, anders kan ik het niet verwoorden. Ach laat ook maar. Gefeliciteerd, gele hipsters! Jullie zijn kampioen. Baardmans is trots en houdt van jullie. Maar stiekem ook van ons, lekker puh.

“Wil jij een likje, papa?” Mijn jongste kwam op me toe met haar Raket-ijsje en verzorgde hiermee de aftrap van Het Grote Relativeren. De gedachte dat het in de tweede klasse helemaal niet zo leuk ballen is met een team waarvan de basisspelers nooit trainen, want zo’n team zijn wij, hielp ook al een tikkeltje. Ons ondraaglijke leed werd verder verzacht door een vloeiende stroom alcoholische versnaperingen, verschrikkelijk gore frikandellen, door het spelen met de gedachte om collectief van het Hilton te jumpen en toen we daarvoor toch te laf bleken gingen we maar uitjanken bij WV. Aldaar viel clubheld der clubhelden Ron Heijne ons half huilend in de armen en werden we heerlijk geknuffeld door Ria. Mirek keek ons doordringend aan. Zijn mond zei niets, zijn ogen zeiden ‘Nee’. We zagen het leven alweer een heel minuscuul klein beetje zitten, niet in het minst door de goddelijke tunes van onze eigen DJ Tonzel. Gotta love that guy. O ja en dinsdagavond begint de nacompetitie, uit bij Argon. Voor de ware diehardsupporter is dit dé kans om je te onderscheiden. Kom je gezellig naar Mijdrecht?

 

Gijs Lauret

29 april 2017: WV-HEDW 9 – Swift 5 2-1 (1-1)

Het was nagelbijtzaterdag. Sorry hoor menson, maar anders kan ik het niet omschrijven. Het was zo verrekte teringspannend dat ik de hele week neigde naar ongeremd bedplassen. Ik zal je een hoogstpersoonlijke minisamenvatting geven van de mogelijke scenario’s. Niet te uitgebreid en al helemaal niet compleet, dat begrijp je wel. Daar word jij namelijk hondsdepressief van en ikzelf haak halverwege af. En dat moeten wij allebei niet willen. Dus. Uw belegen supersterren van WV 9 stonden in verliespunten exact gelijk met de gele hipsters van DVVA 6. Een wedstrijdje meer gebald, dus ook drie mierzoete puntjes meer dan die gele lullo’s. Die gele studentjes moesten op de thee bij de opgefokte bromsnorren van Fortius, wat een gevaarlijk hete lunchvoorstelling beloofde te worden. Helemaal als scheidsie de glorieuze rol van twaalfde man zou opeisen. Alle kans op een zotte uitglijder van de gele ventjes dus. Het potje tegen de verwende zuidaskakkers van Swift was onze allerlaatste reguliere competitiewedstrijd. Al deze voorinformatie leidde tot de volgende conclusie: ieder scenario waarin WV 9 vandaag meer punten zou sprokkelen dan de gele Henkies betekende een tweede titel op rij. Van vierde klasse naar tweede klasse in één jaar tijd. Hoe woest aantrekkelijk is dat? Ik vind dus dat je best in je bedje mag plassen bij die gedachte alleen al.

Omdat wij voor een onsje competitievervalsing onze slinkse neus niet ophalen, begon ons eventuele kampioensfestijn pas nadat het wilde treffen tussen de gele persoontjes en warmgebakerd Fortius was afgelopen. En wild werd het. “Godverdomme man! Gaan we nog wat doen of hoe zit dat?!” riep de woedende keeper van de zinloze gastheren hysterisch. Die gozer z’n kapsel is trouwens volstrekt uniek, maar dat terzijde. Aldus leidden de gele sojamelkdrinkers halverwege met een belachelijk comfortabele 0-4. Waardeloos Fortius gaf een beschamende masterclass in verdedigend stilstaan en hield zich qua keekjes uitdelen opvallend in. En die gevaarlijke dikke spits deed ook al niet mee. De gele knakkers sneden als stanleymesjes door boter die te lang in de zon heeft gestaan. Namens WV 9 had driekwart elftal de moeite genomen om twee slootjes te trotseren en deze ellendiepe ellende te aanschouwen. “Ik ga een klacht indienen omdat die scheids nu niet z’n best doet en tegen ons wel. Dat is niet eerlijk”, dreigde er eentje. Enorm logische redenering natuurlijk. Hoe dan ook, na 0-5 hielden uw mentaal gediste vedetten het voor gezien. We staken de stinkende sloot over en aanvaardden het lange wachten bij WV. Nog anderhalf uur tot Swift.

We zagen liefst zeventien krolse blauwhemden rond de zestien staan, van wie de baardigste een op het oog vrij tam besprekinkje hield. Tenminste, zo zag het eruit van dertig meter afstand hè, misschien ging het er eigenlijk wel hartstikke ruig aan toe. Dat een zekere roadrunner uit Noord heimelijk stond te gapen, doet anders vermoeden. De blije doelwacht van zondag 1 was in ieder geval present. Betomek leed kennelijk aan slappe knietjes en was uitgerekend nu met zijn lieftallige gezin naar Polen gevlucht. De vervaarlijke zuidaswankertjes van Swift voorspelden een heftige kluif. Zij verkeerden immers in blakende bloedvorm en roken standvastig aan een periodetitel. Hun allerlaatste verlies leden zij in november jongstleden, uiteraard tegen uw heerlijke helden. “Geloof je erin, Mirek?” vroeg ik mijn idool in het voorbijgaan. Het was uiteraard faliekant zinloos om zijn antwoord af te wachten, maar ik deed het toch. “Nee”, baste hij zonder om te kijken.

Met een geel mannetje of tien had DVVA een alleszins respectabele afvaardiging naar kunstgras 2 gezonden. Zij werden opgeschrikt door het gouden buitenkantje van Tarzan, die Kassie bediende. Kassie, overigens getooid met een volkomen DVVA-waardig hipsterbaardje, buitenkantte de bal achteloos in het kruis: 1-0. Collectief WV-orgasme. Voor het overige was het eerste bedrijf veelal een knetterend fysieke exercitie waarin de metalen kleerkasten van Swift tamelijk lekker rendeerden. Druk zetten ging zo beroerd nog niet, maar in balbezit oogde het haast als patat bakken zonder frituurvet. De ultieme noodgreep van de bal op het dak werd zo’n zeven keer gehanteerd, waarna onze Sjulemani steevast als een dolblij kwispelend hondje via het elektriciteitskastje bovenop de bestuurskamer klauterde. Zestien en een kwart miljoen prima besteed. Het fysieke spel viel Ome Benna bepaald niet mede: “Het is gewoon vrij worstelen man”, mopperde hij en maakte een ouderwetse tjoerie. En plotseling ontwaarden we de bodem van onze mentale put. Een vrije trap werd bruut in de hoek geramd: 1-1. “Ja, nu ga je ineens heel anders de kleedkamer in”, somberde een psychisch geknakte kenner onder ons.

In onze ietwat overspannen verkleedstal bleken de onbetaalbare quotes weer ruim gezaaid: “Kom op jongens, ik heb het idee dat we nog niet wakker zijn gewoon, Jezus! Doe niet zo angstig allemaal!” en “Ze hoeven vandaag echt niet mooi hè, als ze er maar in gaan!” en “We zijn voorin echt te lief”, en “Die DVVA-klootzakken zitten ons gewoon uit te lachen daar langs de lijn, rot op man, we gaan ze helemaal kapot maken!” En dat alles in een bedwelmende tijgerbalsemlucht. Wie dan nog niet geïnspireerd is om een beukende tweede helft op de mat te leggen, kan er net zo goed meteen een eind aan maken.

Quintus, wiens kapper aan z’n krullenbol te zien nog steeds hartstikke dood was, werd vervangen door Kim Jos-un, wiens recente kernproefjes de withemden doodsangsten moesten inboezemen. Was KoenLinks aanwezig? O maar natuurlijk. Hij is een serieuze prof en liep warm. “Koen, ga je erin?” werd hem gevraagd. “Geen idee”, antwoordde hij gortdroog. Ondertussen waren uw opgezweepte favorieten fijn assertief aan helft twee begonnen. Dit resulteerde in een innige omhelzing van Törder met zijn breedgebouwde tegenstrever. De intens knuffelende kemphaantjes wankelden de Swifter zestien binnen, alwaar Törder ter kunstgras ging. Penalty. Vele intens nijdige Zuidassers flipten de wokpan uit, maar scheidsie Willem vaart al decennialang zijn eigen koers en liet dit op voor hem kenmerkende wijze horen: “Ik fluit voor wat ik zie en daar bemoeien jullie je eigen NIET mee!” Hij bewoog beide handen met een heftig gebaar uit elkaar. Precies zo’n gebaar waarmee je jengelende kleuters laat weten dat het nu afgelopen moet zijn. Zijn grijze staartje danste op zijn achterhoofd. Törder nam ruim tijd om de stip te leren kennen, terwijl zenuwlijdende Swiftmensen voortdurend “Scheids, hij ligt ernaast!” schreeuwden. Een snerpende fluit, een zelfverzekerde aanloop, een hard en gemikt schot in de rechterhoek. 2-1. Vreugde. We hadden weinig engs te duchten van de grote witte mannen, hoewel Roodbaard de enige gele prent incasseerde na een ordinaire pootjeshaakactie. En onze bevlogen invalkeep trad ten enenmale handelend op in een benauwende één-op-één situatie. Onze winnende helden deden in het laatste kwart hun uiterste best om hun bewonderaars langs de kant aan een serie gruwelijke clusterhartverlammingen te laten bezwijken. Invaller Sjulemani en Törder misten de meest oogstrelende kansen op een Swifter nekslag. Edoch, iedereen leefde nog toen de fluit klonk. Zo ook KoenLinks; hij was inmiddels goed warm.

Er werd gerend, gesprongen, omhelsd en meer van zulke impulsiviteit. “FINALE! FINALE!” brulde neorechtsback TvT op z’n allerneanderthalerst door de Watergraafsmeer. Dit, beste lezer, zal ik u kort uitleggen. Je kunt denken dat zo’n TvT een primitieve gek is die gewoon maar wat onzin uitkraamt. Welnu, dat is beslist niet het geval. Het kwam er misschien een beetje wild uit, maar over de inhoud van zijn tekst had hij terdege nagedacht. De verwachting is namelijk dat de gele hipsters hun laatste competitiewedstrijd tegen tennisvereniging VVGA eenvoudig in winst zullen omzetten. Dit betekent dat zowel DVVA als WV op 48 punten zal eindigen, waarna een beslissingswedstrijd zal uitmaken wie zich tot kampioen kroont. Zodoende: finale. Er werd een gezellig flessie Moët Chandon, aangesleept door een zekere heer Broekman, ontkurkt ten behoeve van een voorbarig feestje. Tegelijkertijd gingen de overgebleven DVVA-hipsters in betrekkelijke stilte huns weegs. Ik weet trouwens niet wat jij gaat doen, maar ik ga vannacht eens even lekker in m’n bedje pissen. Doei.

 

Gijs Lauret

4 maart 2017: WV-HEDW 9 – JOS/Watergraafsmeer 3 1-2 (0-2)

Die godsoverheerlijke superstars van Het Vijftiende hè, die tegenwoordig het negende vormen, die onaanraakbare wereldvoetballers die ik al jarenlang verafgood, die schitterende vedetten met wie ik talloze malen op verlopen groene akkers mocht grazen met ergens tussen ons in een bal, die fantastische jongens die ondanks hun wijdverbreide heldendom zo normaal zijn gebleven, wier volmaakte jongeheren mij dikwijls aanstaarden in menig verrot kleedlokaal met aanpalende legionelladouchecabine, die onbetaalbare gasten hè, weet je wat die zijn? Luie klotenklappers zijn het, notoire werkweigeraars. Er kwam namelijk weer geen hond trainen woensdag.

Zo, dat is eruit. Over naar de waan van de zaterdag. Ons hitsigste buurmeisje JOSje zou langskomen. En dat is heftig, want met JOSje weet je dat het billenknijpen wordt. JOSje is altijd in voor een brute bitchfight, getuige de verrassende waarheid dat ze al sinds 5 november niet meer verloor. En dat ondanks haar treurig lage klassering. Waren uw lamlendige cracks er klaar voor? Na een krampachtige bevalling overwonnen zij kortgeleden toch nog TOG, dus het moest kunnen. Via een opgewonden teamapp werd, na de vertrouwde pisbakfoto’s van vrijdagavond, ouderwets om paracetamolletjes gesmeekt. Dat beloofde veel goeds.

Het zwartste rampscenario ontvouwde zich: JOSje greep ons direct bij de billen, kneep tot ons hulpeloze vlees alle regenboogkleuren had en liet niet los. “Zijn we nou heel scherp uit de startblokken of valt het wel mee?” luidde het retorische commentaar van de immer genuanceerd analyserende Sjulemani. De knalkale Jonjo Shelvey had bij JOSje een basisplaats en joeg het leder met licht fortuin in Everts winkelhaak. Hij zwaaide met zijn priemende vingertje, als het ware om de 0-1 te bevestigen. Een en ander was het natuurlijke gevolg van lethargisch broddelwerk onzerzijds. Enkel onze poortwacht Tom Krul bood, vergezeld door een giftige Herr Walter, een luttel greintje weerstand. Het hielp geen malle zier. Uit een rare kopbalpaalcarambole doelpuntten de ontketende bezoekers wederom: 0-2. Benna krabde nog eens aan zijn lijvige toges en voelde dat deze beurs was. “Kom op WV! Kap eens met dat slappe gepijp!” brulde een gefrustreerde ziel vanuit onze ingeslapen dug-out. Waar het hartje van vol is, schreeuwt de mond over. Al maandenlang niet gepijpt dus. Zo was het belabberde spel sowieso inferieur aan fraaie quotes. “Als het niet goed gaat klagen we als bitches de hele tijd jongen! Wat de fak man!” foeterde Kwaks verbijsterd. Hij vond weerklank bij Ome Tonzel, die van foeteren sowieso niets moet hebben: “Ja! Doe gewoon aardig en leuk tegen elkaar!”

Het was allemaal aardig en leuk, maar het stond ontzettend 0-2 bij rust. Wes de Viking kuchte hartverscheurend en sprak, met het piepstemmetje van een miserabele verkoudheidslijder, spijkerharde woorden. Hij introduceerde het kamikazemodel: vier spitsies, Kwaks voorin erbij. Hoewel we JOSje eindelijk enigszins bij de billen hadden, stapelden de kansen zich geenszins op. Kwaks bracht, mede dankzij zijn machtige kontkracht, prima balvastheid en scoorde nagenoeg. Tarzan stuitte op de rondborstige keep, terwijl radeloosheid welig tierde. Törder scharrelde anoniem rond en zag meer rubbergranulaat dan bal. De wissel van onze Arn vergrootte in ieder geval de positiviteit langs de lijn: “Kom op WV, we kunnen dit! Kom op, we hebben er vaker twee gemaakt heren! Kom op, lekker voetballen!” Toen hij ongewild de cynische lachers op zijn hand kreeg, trok zelfs onze beroepspositivo het niet meer: “Het zou leuk zijn als jullie dit ook eens deden”, bitste hij teleurgesteld. Terwijl een uitgeteld JOSje met meisjeskrampjes op het nepgras lag, dook sneaky Smelvin op in niemandsland en drukte af: 1-2. Onze veertigduizend seizoenkaarthouders zetten ter aanmoediging een oorvernietigende geluidsorkaan in, maar scheidsie dacht er het zijne van en blies. Waarom ook niet, het was ruimschoots half vijf. Waarna de wijsneuzerige speakert ons een laatste zetje richting mentaal ravijn gaf door om te roepen dat we nu de periodetitel verneukt hadden. Ook dat nog. En bedankt hè. Let’s kill the messenger, wat een kutleven. “Ik wil niet egocentrisch klinken, maar als ik een offday heb wordt het gewoon heel lastig”, fluisterde een ontgoochelde Törder. En zo is het. Een vervelende realiteit. Onze Dr Phil keek er mistroostig bij. Hij lijdt aan hardnekkige heuprot, ook een vervelend iets in het leven. Des te beter vergaat het Markiemark, trots vader van de nuljarige Abe. Abe, dat zou best een geschikte voetbalnaam kunnen zijn.

 

Gijs Lauret

Boekpresentatie ‘Het Vijftiende’

Via onderstaande link vind je de enige echte originele beelden van de boekpresentatie van ‘Het Vijftiende’ op 7 januari 2017.

Stapelgekte

stapelgekteVoor het slapengaan mag Julia kiezen welk liedje we voor haar zingen. Slaapverwekkende klassiekers als ‘Slaap kindje slaap’ zijn al lange tijd genadeloos uit de gratie. Vandaag de dag zijn improvisatieliedjes opvallend in zwang. Julia roept lukraak een al dan niet bestaand woord (pakweg ‘ijsje’, ‘joepie’ of ‘lallielo’) waaromheen haar liefhebbende ouders en zus dan een knetterend prachtig liedje componeren. Vanavond is vriendinlief de hort op, dus grote zus Lotte en ik moeten het getweeën zien te rooien.

“Wat voor liedje zullen we vandaag zingen, Julia?” vraag ik.

“Liedje… Julia!” roept mijn lievelingspeuter uitgelaten. Verwachtingsvol kijkt ze van achter haar veel te grote deken naar ons, die op haar grote kinderbed zitten.

“Wil je een liedje over Julia?” vraagt Lotte, schijnbaar verwonderd.

“Ja!” roept Julia. Lotte wacht af. Ik neem enkele seconden bedenktijd. En verzin iets.

“O Julia… O Julia… O Julia, ik ben stapelgek op jou!” zing ik zo overdreven mogelijk (Melodie: Suzanne – VOF de Kunst). Gebiologeerd kijkt ze me aan. En schatert het uit.

“Nog een keer, papa!” lacht ze. Dit nieuwbakken ritueel herhaalt zich zo’n zes keer. Nog een keer, zingen, schateren. Lotte ziet het aan en glimlacht vertederd.

“Ik ook tapelbed op jou, papa! En tapelbed op jou, Lotte! En tapelbed op mama!” roept Julia. Wat een weelde, denk ik bij mezelf. Met zoveel stapelgekte kunnen we de wereld aan.

 

Gijs Lauret

Prinses Morra wil geen nieuwe schoenen

Prinses Morra wil geen nieuwe schoenen 1

Hieronder lees je een verhaaltje van mijn vijfjarige dochter. Zij heeft zelf de tekeningen gemaakt, het verhaaltje verzonnen en voorgedragen. Haar moeder heeft het voor haar opgeschreven.

 

Prinses Morra wil geen nieuwe schoenen, want ze wil haar oude schoenen houden. Maar haar moeder kwam en zei: “Je gaat ze vast wel mooi vinden.”

Morra deed de doos open en Morra riep: “Die schoenen vind ik mooi! Die wil ik wel hebben.”

En ze riep van plezier nog een keer: “Die wil ik wel hebben!”

Toen zei mama: “Oké, doe ze dan maar aan. Dat vind ik leuk want ik heb ze je gegeven.”

Prinses Morra wil geen nieuwe schoenen 2

Prinses Morra met de schoenendoos met nieuwe schoenen

 

 

 

 

 

 

Toen liep mama weer weg naar de gang, en deed de kamerdeur open, en ze stapte naar binnen.

Prinses Morra wil geen nieuwe schoenen 3

De mama van Prinses Morra

En toen zei de mama van prinses Morra: “Waar is papa nou?” Hij was opeens weggelopen. En toen ging mama zoeken. Ze zocht in de kast, ze zocht onder de dekens, ze zocht onder het prinsessenbed, ze zocht in de tuin, maar papa was niet te zien. Toen kwam prinses Morra eraan, en riep: “Waar is papa nou?” “Dat weet ik ook niet”, zei de mama van prinses Morra. En prinses Morra moest huilen van verdriet omdat papa weg was. Mama troostte haar. En toen klopte er iemand aan. Prinses Morra deed de deur open en het was papa. Ze was heel blij en toen gaf ze papa een kus. En toen liet ze papa de schoenen zien. En toen riep papa: “Oh, wat een mooie nieuwe schoenen, die zou ik ook wel willen hebben!”. Prinses Morra zei: “Die pas jij niet want je bent toch geen kindje meer”. Toen moesten prinses Morra en papa zo hard lachen dat mama de kamer binnenkwam, en ze riep: “Wat is daar nou aan de hand?” Toen riepen papa en prinses Morra: “Laten we nu maar naar buiten gaan naar de speeltuin. Dan kan de prinses op de schommel en in de draaimolen.”

Prinses Morra wil geen nieuwe schoenen 4

Prinses Morra in de speeltuin

Na het bezoek aan de speeltuin gingen ze borrelen met de vriendinnen Annabel en Rosa. En toen ging prinses Morra haar vriendinnen een knuffel geven en een kus. Een dikke, fijne kus.

Prinses Morra wil geen nieuwe schoenen 5

Vriendin van prinses Morra

En ze leefden nog lang en gelukkig en aten nog lekkere chipjes en rozijnen en nootjes op de borrel. En nu is het verhaaltje uit.

 

Isa

4 juni 2016: WV-HEDW 10 – WV-HEDW 15 4-2 (1-1)

WV-HEDW 10 - WV-HEDW 15 2Hee! Jij daar, ingeslapen lezer, jij dacht dat ons briljante kampioensseizoen al wekenlang dood en gecremeerd was? Tuurlijk niet joh! Totale gek dat je d’r bent. Je rekent buiten die heerlijk heikneuterige Springer Cup, dat intieme WV-onder-ons-toernooitje waarin stomdronken korfbaluitslagen de norm zijn. Behalve onvergankelijke clubroem staat er geen kloten op het spel. Want prijzengeld ho maar hè. In de eerste twee gezapige partijtjes van dit genoeglijke bekertoernooi werd gierend en brullend gezegevierd tegen zondag 1 (7-1) en zaterdag nog wat (8-4; slechts zeven goalen van Törder geloof ik). Over dat laatste goalfestijn appte KoenLinks begrijpelijkerwijs de iconische tekst ‘geen idee waar ik naar gekeken heb’. Korfbal, lieve jongen. Korfbal. Verder werd zelfs een vriendschappelijk knuffelwedstrijdje gewonnen van het eerste zondagelftal van Kneuzen Middenmeer (3-2). Waarom hierover geen legendarisch heldenepos is getypt? Ja sorry hoor mensen. Je ken niet alles hebben. Ik was er niet en had na deze mentaal slopende jaargang een lichte schrijfburn-out. Potverdriepielekens, mag dat ook eens? En de rest van onze aartsluie selectie heeft nog nimmer één fakking letter opgeschreven, die bolle indo KoenLinks uitgezonderd. En Waltertje ooit. En Tonzel, maar die moesten we gigantisch bedreigen om hem daartoe te bewegen.

Enfin, genoeg geweeklaagd over mijn schrijfschuwe ploeggenoten. Het zijn immers enorme lieverds. De lieverds mochten zich meten met het tiende. Let wel: dit betrof het ambitieuze bazenelftal dat ons vorig jaar in de halve finale genadeloos de das omknoopte. We begonnen in de ontspannen wetenschap dat een armetierige puntendeling voldoende zou zijn voor glorieuze poulewinst en dus een kwartfinale. Een zwaar hypothetische kwartfinale trouwens, want vanwege ons nakende teamhengstenbal in Portugal, welk tijdens het beruchte Springer-finaleweekend plaatsheeft, ballen we die niet eens.

WV-HEDW 10 - WV-HEDW 15 1Als een ware supporter zag ik vandaag amper een ruk van de wedstrijd. Rond minuutje 74 kwam ik eens van m’n bejaarde fiets rollen geloof ik, met zo’n zaaddodende telefoon aan m’n oververmoeide oor ook nog; belachelijk en ordi als de pest. In de kurkdroge loeihitte op kunstgras 2 zag ik supersub Melvin (niet die mythische zanger van Jiskefet) een traag piesballetje erin rollen. Kennelijk was dit 2-2. Twee droge lentescheten later had elftal 10, getooid in old skool fluorescerende stinkhesjes, alweer gescoord. Wat er precies gebeurde mag maffe Henkie weten, maar het zag er sowieso pleurisdom uit. De 4-2 was een stukkie mooier. De willoze Derbystar werd strak naar de binnenkant des paals gestuurd. Tegen zulke buitenaardse schoten had zelfs onze pingelpakpool geen verweer, ondanks zijn fantastisch opgeschoren kapsel. Aldus stuiptrekte de boel zich naar einde seizoen. Maar wat is een middagje WV 15 zonder een openlijke tijdstrafsollicitatie van Herr Walter? “Stel je niet zo aan man”, fulmineerde onze withuidige semiduitser na zijn eikelige overtredinkje tegen een gekrenkt haarbandjongetje. Waarna een beetje peuterspeelzaalduw- en trekwerk volgde. De eensluidende conclusie langs de lijn was dat Walter van mening moet zijn dat de combinatie haarbandje met kort haar is voorbehouden aan hemzelf. Van deze gast kon hij het duidelijk niet hebben. Tot slot is de grootse wereldprestatie van KoenLinks vermeldenswaardig. Hij intimideerde Jesse Stroomberg, voormalig superster van zaterdag 1, finaal de wedstrijd uit. Jesse zag Koentje staan, werd door diens afschrikwekkende aanblik alleen al driedubbel gemindfuckt en prutste vervolgens iedere breedtepass de zijlijn over. Nou lieve menson, dit was het. Tof seizoentje hadden we.

 

Gijs Lauret