4 maart 2017: WV-HEDW 9 – JOS/Watergraafsmeer 3 1-2 (0-2)

Die godsoverheerlijke superstars van Het Vijftiende hè, die tegenwoordig het negende vormen, die onaanraakbare wereldvoetballers die ik al jarenlang verafgood, die schitterende vedetten met wie ik talloze malen op verlopen groene akkers mocht grazen met ergens tussen ons in een bal, die fantastische jongens die ondanks hun wijdverbreide heldendom zo normaal zijn gebleven, wier volmaakte jongeheren mij dikwijls aanstaarden in menig verrot kleedlokaal met aanpalende legionelladouchecabine, die onbetaalbare gasten hè, weet je wat die zijn? Luie klotenklappers zijn het, notoire werkweigeraars. Er kwam namelijk weer geen hond trainen woensdag.

Zo, dat is eruit. Over naar de waan van de zaterdag. Ons hitsigste buurmeisje JOSje zou langskomen. En dat is heftig, want met JOSje weet je dat het billenknijpen wordt. JOSje is altijd in voor een brute bitchfight, getuige de verrassende waarheid dat ze al sinds 5 november niet meer verloor. En dat ondanks haar treurig lage klassering. Waren uw lamlendige cracks er klaar voor? Na een krampachtige bevalling overwonnen zij kortgeleden toch nog TOG, dus het moest kunnen. Via een opgewonden teamapp werd, na de vertrouwde pisbakfoto’s van vrijdagavond, ouderwets om paracetamolletjes gesmeekt. Dat beloofde veel goeds.

Het zwartste rampscenario ontvouwde zich: JOSje greep ons direct bij de billen, kneep tot ons hulpeloze vlees alle regenboogkleuren had en liet niet los. “Zijn we nou heel scherp uit de startblokken of valt het wel mee?” luidde het retorische commentaar van de immer genuanceerd analyserende Sjulemani. De knalkale Jonjo Shelvey had bij JOSje een basisplaats en joeg het leder met licht fortuin in Everts winkelhaak. Hij zwaaide met zijn priemende vingertje, als het ware om de 0-1 te bevestigen. Een en ander was het natuurlijke gevolg van lethargisch broddelwerk onzerzijds. Enkel onze poortwacht Tom Krul bood, vergezeld door een giftige Herr Walter, een luttel greintje weerstand. Het hielp geen malle zier. Uit een rare kopbalpaalcarambole doelpuntten de ontketende bezoekers wederom: 0-2. Benna krabde nog eens aan zijn lijvige toges en voelde dat deze beurs was. “Kom op WV! Kap eens met dat slappe gepijp!” brulde een gefrustreerde ziel vanuit onze ingeslapen dug-out. Waar het hartje van vol is, schreeuwt de mond over. Al maandenlang niet gepijpt dus. Zo was het belabberde spel sowieso inferieur aan fraaie quotes. “Als het niet goed gaat klagen we als bitches de hele tijd jongen! Wat de fak man!” foeterde Kwaks verbijsterd. Hij vond weerklank bij Ome Tonzel, die van foeteren sowieso niets moet hebben: “Ja! Doe gewoon aardig en leuk tegen elkaar!”

Het was allemaal aardig en leuk, maar het stond ontzettend 0-2 bij rust. Wes de Viking kuchte hartverscheurend en sprak, met het piepstemmetje van een miserabele verkoudheidslijder, spijkerharde woorden. Hij introduceerde het kamikazemodel: vier spitsies, Kwaks voorin erbij. Hoewel we JOSje eindelijk enigszins bij de billen hadden, stapelden de kansen zich geenszins op. Kwaks bracht, mede dankzij zijn machtige kontkracht, prima balvastheid en scoorde nagenoeg. Tarzan stuitte op de rondborstige keep, terwijl radeloosheid welig tierde. Törder scharrelde anoniem rond en zag meer rubbergranulaat dan bal. De wissel van onze Arn vergrootte in ieder geval de positiviteit langs de lijn: “Kom op WV, we kunnen dit! Kom op, we hebben er vaker twee gemaakt heren! Kom op, lekker voetballen!” Toen hij ongewild de cynische lachers op zijn hand kreeg, trok zelfs onze beroepspositivo het niet meer: “Het zou leuk zijn als jullie dit ook eens deden”, bitste hij teleurgesteld. Terwijl een uitgeteld JOSje met meisjeskrampjes op het nepgras lag, dook sneaky Smelvin op in niemandsland en drukte af: 1-2. Onze veertigduizend seizoenkaarthouders zetten ter aanmoediging een oorvernietigende geluidsorkaan in, maar scheidsie dacht er het zijne van en blies. Waarom ook niet, het was ruimschoots half vijf. Waarna de wijsneuzerige speakert ons een laatste zetje richting mentaal ravijn gaf door om te roepen dat we nu de periodetitel verneukt hadden. Ook dat nog. En bedankt hè. Let’s kill the messenger, wat een kutleven. “Ik wil niet egocentrisch klinken, maar als ik een offday heb wordt het gewoon heel lastig”, fluisterde een ontgoochelde Törder. En zo is het. Een vervelende realiteit. Onze Dr Phil keek er mistroostig bij. Hij lijdt aan hardnekkige heuprot, ook een vervelend iets in het leven. Des te beter vergaat het Markiemark, trots vader van de nuljarige Abe. Abe, dat zou best een geschikte voetbalnaam kunnen zijn.

 

Gijs Lauret