13 mei 2017: DVVA 6 – WV-HEDW 9 2-1 (1-0, 1-1) na verlenging

Voetbal is oorlog, zei Ome Rinus ooit. Hoewel het tegen een opponent met de fröbelachtige naam DVVA (Door Vriendschap Verenigd Amsterdam) moeilijk atoombommen werpen is, werd het evengoed een duel op leven en dood. De glorieuze overwinnaars zouden namelijk ongezouten kampioen zijn van de derde klasse, en de dieptrieste losers logischerwijs niet. In de geesteszieke bureaucratie van Zeist noemt men zoiets ook wel een beslissingswedstrijd. Precies evenveel punten halen in de reguliere competitie, dan krijg je dit soort merkwaardige uitwassen. En zo’n uitwas vindt dan plaats op neutraal terrein, bij sv RAP aan de Kalfjeslaan in dit geval. Enkel hel en verdoemenis voor de zielige losers? Nog net niet, maar het scheelde weinig. Want om na een geweldig gare nederlaag in de wedstrijd van je leven op de eerstvolgende dinsdag in de nacompetitie om promotie te moeten aantreden, dat gun je je gruwelijkste vijand niet. Alles ervoor doen dus, en nog meer ervoor laten. Vroeg naar bed, broodnuchter, handjes boven de dekens, vrouw verplicht op de bank slapen. Alles zodat ze de wedstrijdroutine niet verstoort. Met haar eindeloze geneuzel over het songfestival. Oogjes dicht. Focus. Visualiseren. Oogstrelende goals voor WV, gele hipsters aan het spit.

Naar verluidt hadden onze gele sojamelkliefhebbers van Drieburg grote moeite om een representatief zooitje mafketels richting Het Loopveld te krijgen. Er werden zelfs blinde paniekaankopen gedaan. Zo vernam ik uit loslippige bron dat men Rens Weijers had opgetrommeld, een nogal onverstoorbare figuur die door zijn verwarde trainert ooit “in potentie de beste speler van de hele tweede klasse” genoemd werd. Ik ken de potentiële superstar vooral als een brave veertigjarige huisvader van hockeyende dochters, en in zijn schaarse vrije tijd is hij vergadertijger bij een of andere semimilieuvriendelijke energiemaatschappij. Maar dit alles uiteraard geheel terzijde. Uw prijsgeile vedetten beschikten over een vlindermesscherpe selectie. Een selectie met honger alsof er wekenlang enkel rijstwafels gevreten waren. Aldus maakten we ons op voor een Watergraafsmeerse derby op de Amstelveense grens. Quel affiche!

De herentoiletjes werden door beide equipes gretig bezocht. Ome Tomba en ondergetekende volgden nauwlettend wie er allemaal naar binnen gingen en hoe lang dat duurde. Volgens ons had er niemand gepoept. DVVA’s topscorert gluurde ons doodsbang aan en vroeg met trillende stem of we soms in de rij stonden; geenszins, hij had vier stinkende plees voor zichzelf. Het is wat hè, die finaleangst. De kleedkamer was zwanger van wedstrijdspanning, welke resoluut werd verdreven met zenuwachtige giecheltjes en tijgerspray in de liezen. Kapitein Wes de Viking sprak zijn gladiatoren toe: “Vandaag is onze Europa League finale. We kunnen sowieso fakking trots zijn dat we hier staan, maar nu wil ik godverdomme winnen ook.” Waarna een ellenlange wirwar van tactische spitsvondigheden volgde. Gebrabbel over intensiteit en hoog druk zetten. Petertje Bosz zou ervan watertanden. Törder daarentegen kreeg er jeuk van en liet dat op Törderistische wijze blijken: “Zullen we nu stoppen met lullen en lekker gaan voetballen?”

Ons werd het ku(ns)tgras toebedeeld, terwijl op het hoofdbiljartlaken een prutswedstrijd plaatshad tussen tweeëntwintig schandalig arrogante personen die zichzelf kennelijk belangrijker vonden dan een beslissingswedstrijd om het kampioenschap. Gelukkig was daar onze tophooligan annex achtsterrenkok met een knetterlijp Bengaals vuur om de troosteloze ambiance de hemel in te pimpen. Dat hij nu een levenslang amateurvoetbalterreinverbod in zijn mik krijgt, neemt hij met liefde op de koop toe. Zo zijn echte fans, toch? Scheidsie en zijn twee officiële KNVB-grensies (het moet niet gestoorder worden, mensen) checkten alle pasjes in de middencirkel. Als vluchtelingen op een Grieks eiland werd men een voor een in de ogen getuurd. Waarbij die blonde DVVA-marinier kennelijk genoeg weghad van die gozer op het pasje. Volgende formaliteit: netjes in teamverband op een rij gaan staan. Het was een mooi geluid, het herhaaldelijke geklats van de handen die elkaar (weliswaar ongemeend) succes wensten.

De eerste balomwentelingen beiderzijds waren ontzettend finaleachtig: retenerveus. Grensie was enorm ernstig met onze dug-out in de weer. De ganse goegemeente moest uiteraard in het gemarkeerde coachingsvak blijven en moest zitten bovendien. Met één uitzondering: “Alleen de trainer mag staan!” Sindsdien ben ik dus trainer. WV koesterde een licht overwicht, waarbij de gele hipstercounter als een dodelijk roofdier zijn kans afwachtte. Quintus scoorde geel voor worstelgedrag, terwijl de overbodige lange haal naar voren tomeloos in zwang was. Er volgden enkele spannende kopacties uit cornertjes, maar dat was het wel. Tot dat ene afgrijselijke moment in minuut 33 waarop een zekere Sylvain Dijkshoorn, zeg maar de Törder van DVVA, de benedenhoek vond: 1-0. Dat was eventjes behoorlijk poes met peren zullen we maar zeggen. Herr Walter ving een domme prent voor shirtje trekken en huilde wanhopig “Ik moest toch wel!” nadat hij hierop zeurderige commentaartjes van medespelers ontving. Ons bestaan viel waarachtig niet mede. Törder zat aan de metalen ketting bij een zekere veertigjarige huisvader en vooral bij Haarbandmans, diens sterke kompaan centraal achterin. Kassie daarentegen dartelde prettig over rechts, maar een punt drukken? Ho maar.

De Viking begon zijn rustbabbel met honderd procent realiteitszin: “Oké. 1-0 achter.” Daarop volgden zalvende woorden van menigeen waarin veelal werd benadrukt dat er niks aan de hand was. Echt niet. Ons skyhighe zelfvertrouwen werd verder opgekrikt door de introductie van onze Geliefde Leider. Kim Jos-un verving Quintus, die immers gigantisch geel zag. Al vroeg moest Betomek gestrekt richting bovenhoek, wat de katachtigste aller doelwachten uitstekend is toevertrouwd. Ons tot dan flubberige spel won zienderogen aan geestkracht. Benna creëerde een eerste kans dankzij eigen vastberadenheid, maar kreeg het leer van dichtbij niet door de doelman heen. Een strakke vrije trap van Törder bracht hemelse verlossing. Kapitein Roodbaard hing majesteitelijk ongedekt in het Amstelveense luchtruim en knikte: 1-1! Hondsdolle vreugde. Betomek kwam als een Onana uit zijn hok sprinten en gaf de platonische blauwe orgie Pools cachet. Waarna we een immense ontploffing hoorden die je doorgaans alleen in het Midden-Oosten hoort. Welke sensatiebeluste hooligan was dit nu weer? Er is slechts één verdachte. De gelijkmaker bleek het mentale tikje in de juiste richting. DVVA’s kleine vurige middenvelder knalde onze Tarzan hoorbaar onderuit. Rugnummers hadden de armetierige hipsters niet, maar zijn signalement had scheidsie blijkbaar goed onthouden: tweede geel voor de donkerharige jongeman. Elf tegen tien. Scheidsie zat er sowieso tamelijk kort op, en al helemaal bij onze dictator. Onze kleine tiran viel meesterlijk in en baasde in zijn duels. Ondanks zijn lagere schoolgewicht van tweeëndertig komma vier kilo werd hij meermaals door scheidsie afgefloten vanwege fysiek spel. Dit verdient wat mij betreft de kwalificatie ‘bizar’. Uw blauwe superidolen drukten de gele ventjes ferm achteruit. En als er al kortstondig teruggedrukt werd, werd dat koninklijk geneutraliseerd door Wes of Faas, die meesterlijk verdedigden. Walter onze babbelzieke knuffelduitser werd afgelost door Markiemark als linksachter en de moegestreden Benna door sprintkanon Smelvin. Laatstgenoemde werd in de laatste minuut in ziekelijke scoringspositie naar de grond gewerkt. Scheidsie echter had zin om wereldwegwuifkampioen te worden en werd dat dus ook, stante pede. Wanhopig schreeuwen en lullen met grensie hielp ook al niet. Diens veelbetekenende commentaar luidde namelijk: “Hij wuift het weg, je kunt het zelf zien, hij wuift het weg.” Dat konden we inderdaad zelf zien.

Verlengen dus. De volle zon deed zijn gloeiende intrede en het kutgras broeide. “Nak ze jongens!” riep een loslopende gek achter het hek. En daar ging WV 9, vastbesloten om ze te nakken. Sinds zijn goaltje was Roodbaard buitensporig opgebloeid. Zijn schitterende nakpoging eindigde onderkant lat. Er werd gesmeekt om doellijntechnologie, maar niemand keek op zijn horloge. Hoefde ook niet, want hij zat niet. Scheidsie was ondertussen gepassioneerd zijn nieuwste hobby aan het uitoefenen: allerhande toeschouwers verordonneren dat ze achter het hek moesten staan in plaats van naast de dug-out. “Wegwezen!” riep hij er heel standvastig bij. Dan vind ik ‘Wilt u alstublieft oprotten, klootzakmeneer’ toch vriendelijker overkomen. Gebiedende wijs klinkt altijd zo ruw. Maar dat was niet het ergste. Alsof we nog niet gezamenlijk aan stress waren gestorven, volgden er twee misselijkmakende scrimmages in de DVVA-vijfmeter. Kansen die aan de eerste de beste pasgeboren herdershond waarschijnlijk wel besteed zouden zijn, maar nu in vijf instanties werden gemist. Topsupporter Tonzel klapperde als een Rotterdamse neanderthaler met de plastic klep van een verdwaalde afvalbak om zijn helden moed in te dingesen. Baresi verving rechtsachter TvT, klaar om in geval van pingelserie zijn strafschop door het net heen te rossen. Maar alsjeblieft geen pingels. Scoor gewoon. Please. Dat gebeurde in minuut 120. Ons leven verwerd tot moeder aller nachtmerries. Een fatale hipstercounter. Spitsie schepte de bal met links deed dat fantastisch. Met z’n twee vette oorbellen ja, godverdegodverdepleuris. Gillende en springende sojamelkdrinkers. Klaar. Uit. Over. Hel. Verdoemenis. Huilen. Niet kúnnen huilen. Alles. Niks. Zelfverwonding! Polsen snijden. Dood. Honderd paracetamollen tegelijk innemen. Anders iets slopen misschien? Wat dan ook. Intens zure druiven. Ongekend kut met knoflooksaus. De voetbalgoden pisten ons recht in de bek, anders kan ik het niet verwoorden. Ach laat ook maar. Gefeliciteerd, gele hipsters! Jullie zijn kampioen. Baardmans is trots en houdt van jullie. Maar stiekem ook van ons, lekker puh.

“Wil jij een likje, papa?” Mijn jongste kwam op me toe met haar Raket-ijsje en verzorgde hiermee de aftrap van Het Grote Relativeren. De gedachte dat het in de tweede klasse helemaal niet zo leuk ballen is met een team waarvan de basisspelers nooit trainen, want zo’n team zijn wij, hielp ook al een tikkeltje. Ons ondraaglijke leed werd verder verzacht door een vloeiende stroom alcoholische versnaperingen, verschrikkelijk gore frikandellen, door het spelen met de gedachte om collectief van het Hilton te jumpen en toen we daarvoor toch te laf bleken gingen we maar uitjanken bij WV. Aldaar viel clubheld der clubhelden Ron Heijne ons half huilend in de armen en werden we heerlijk geknuffeld door Ria. Mirek keek ons doordringend aan. Zijn mond zei niets, zijn ogen zeiden ‘Nee’. We zagen het leven alweer een heel minuscuul klein beetje zitten, niet in het minst door de goddelijke tunes van onze eigen DJ Tonzel. Gotta love that guy. O ja en dinsdagavond begint de nacompetitie, uit bij Argon. Voor de ware diehardsupporter is dit dé kans om je te onderscheiden. Kom je gezellig naar Mijdrecht?

 

Gijs Lauret