26 mei 2018: WV-HEDW 10 – Swift 7 2-2 (2-2)

Ergens in de gure maand december schijnt de heenwedstrijd tussen die geitenbreiende kakrukkers en ons trotse vlaggenschip te hebben plaatsgehad. De scøre proefde prima de luxe: 0-1. Je mot het maar kunnen, scøren op het Olympiaplein. Vitesse kon het niet en Alexander Büttner al helemaal niet. Om zijn gemiste zaadpingel in Amsterdam-Zuid te vergeten vrat die Achterhoekse pannenkoek uit pure ellende maandenlang ranzige kipgyros met bedorven sirtakisaus bij Jorgos Zagkotsis. Vervolgens werd vetgemest Büttnertje uit de selectie geflikkerd door wannabe-zero-tolerance-trainert Henkie Fraser. Nadien werd afgetraind Büttnertje weer in de selectie geflikkerd, nukkig Frasertje uit de hele club geflikkerd, bracht Edward een klein beetje Sturing in dat geelzwarte jankelftal en door deze schitterende opeenvolging van strategische meesterzetten gaan die kansloze ploflullo’s van Vites nu Europa in. Laat Sarretje en Markie Netto er iets van leren. Die opgefokte Griekse Ernummer Zagkotsis overigens wist acht generaties Vitesse-voetballers in tonnetjeronde Peter Beenses te veranderen, daar in dat achterlijke restaurant van hem. Stoor je verder alsjeblieft niet aan deze alinea, want het gaat werkelijk weer he-le-maal nergens over. Die 0-1 in december daarentegen mag je gerust een professionele uitslag noemen. Fijne scøre ook. Het grappige is dat mijn verstrooide persoontje werkelijk nul herinneringen heeft aan dit gezapige wintermiddagpotje. Met vriend Korsakov heeft dat geen sikkepit van doen verder; ik was er destijds gewoon niet bij, weet je. Het zal wel weer zo’n ziedende streep van ons aller KoenLinks in de kruising zijn geweest, want zonder die geniale gozer waren we natuurlijk allang drie keer naar de kloten gedegradeerd.

Op kokendheet kunstgras, in een lucht droog als havermout, moest er niets minder dan gepiekt worden tegen de in wit gehulde zuidaswankertjes. Törder en z’n etterende, aan de betere hand zijnde kniebandje zagen kritisch toe. Hij droeg overigens een veel te dure semipsychotische korte stipjesbroek van een buitenissig Italiaans kledingmerk waar iedereen behalve ik van gehoord heeft. Scheidsie trouwens mat ongeveer de afmetingen van een doelpaal: zo’n twee meter lang en tien centimeter breed. Hij liep er fantastisch parmantig bij met z’n reuze officiële KNVB-outfit en persoonlijk vond ik het oranje touwtje aan zijn fluit grenzeloos fascinerend, vooral als hij ermee zwaaide wanneer het spel stillag. Onze fijne jongeman floot overigens uitmuntend buitenaards geweldig en bleek specialist in voordeel geven. Ons eerste voordeel was een pingel voor een mij onduidelijk vergrijp dat volgens iedereen overduidelijk was. Vadertje Kwaks zond het rollende ding de hoek in en scøørde grandioos: 1-0. Elementair in deze en andere aardige aanvalsgolfjes was onze Poolse assistkoninglinksbuiten annex aaltjesoepele balletdanser Justyn. Gelukkig heeft ónze Jus geen dikke Haarlemse pizzabakker als zaakwaarnemer en blijft hij gewoon van ons. Ondertussen raakte het Swifter keepertje (met z’n lekkere roze pakkie oogde hij klaar om ‘s avonds naar de Toppers te gaan) door een abusievelijke bodycheck van een onbeholpen medespeler geblesseerd, mede doordat het tweetal in aanraking leek te komen met de welbekende rennende huppelkutjesdans van de ongenadige Kim Jos-un. De witte jochies vonden een welwillende veldspeler bereid om in z’n poedelnaakte bassie te gaan keeperen. Het legde de witten geen windeieren want een ondeugende sliding van onze Faas leidde tot een pienantie welke Betomek waarachtig te machtig bleek: scøre 1-1. Het bleek verrassend peanuts om deze ferme tik op het neusje te verwerken; onze leenheer Pistolen Paultje demarreerde en stuurde de bal precies waar hij hem heen sturen wilde: scøre 2-1. Het apathische wisselkeepertje stond z’n zongebruinde pens te doorbakken en stak geen poot uit. En net nu het scheen of de witte rijkeluisrukkers als een stelletje dolende arts-assistenten over het rubbergranulaat draafden, scøørden ze zomaar belachelijk ineens. Herr Walter probeerde heel erg niet te flippen, zwaaide wanhopig met zijn ziedende armen en verborg zijn Groningse harses in zijn shirt alsof hij daar een moederschoot zocht: “Godsamme zeg! Hoe vaak moet ik het zeggen!” ontsnapte er van tussen zijn zwoele lipjes vandaan. Sta je dan, met je 2-2 en een acute mental breakdown.

Tsja, wat moet een mensch in de pauze na zoveel tenenkrommende malheur, behalve vieze chemische limonade drinken waarvan je in de tweede helft sowieso kolossale zure bergen gaat kotsen? Luisteren naar de kalmerende stembanden van Captain Wissel. Onze Viking was een man met een plan: we zouden hoger gaan verdedigen en daarmee het zwarte middenveldgat opslokken. Ondertussen huiliehuiliede driekwart kleedkamer om een wissel, want, aanvoerder, we hadden het zo warm.

Het tweede bedrijf voorzag de neutrale toeschouwer van legio kansen en mogelijkheden tot kansen, maar daarmee is het meeste vuurwerk wel benoemd. Daarnaast ontpopte reservebankknuffelaar Tonzel zich ongewild tot entertainer door non-stop te piepmajoren over slaapgebrek en zijn vurige wens om vooral niet in te vallen. In plaats van prinsheerlijk te gaan pitten bleef hij maar ouwehoeren over hoe graag hij wilde maffen. Een moegestreden Kwaks weigerde pertinent Tonzels invalbeurt over te nemen: “Jij gaat sprinten, rennen en schuimbekken vriend!” Dat deed Tonzel allemaal niet, hoewel zijn warming-up sick professioneel aandeed. Onze middenmaestro Fe knetterde uit vrije trappen nog tweemaal het houtwerk en de lange scheidsrechtersliert blies voor het end. We waren getuigen van een onderhoudend potje waarin de vier hoekvlaggen schitterden door absentie. Die paar koddige onderlinge peuterrelletjes die er ook waren, daar ga ik mijn toetsenbord niet aan verklooien. Wel wens ik melding te maken van die boze krullenbol op het middenveld die een treurige parodie op een tweederangs surrogaat Dr Phil trachtte op te voeren, wat geenszins lukte. Het malle ventje schopte wild om zich heen, een schande voor een dokter, en ontving een knalgele prent voor zijn jammerlijke inspanningen.

Aldus eindigde het zwalkende WV-bootje 2017-2018 op plaats zes, één plekkie boven Swift, jottem. Dan is die raket van KoenLinks toch goud waard geweest. Een diepgravende analyse leert dat we negen puntos tekortkwamen voor de titel. Daarbij was dit het tweede opeenvolgende jaar waarin we op het veld stonden terwijl een tegenstrever zich tot kampioen kroonde. Laten we daar geen traditie van maken, want voor jijzelf en je zusje het doorhebben, gaat zoiets traumatisch tussen je rooie oortjes zitten. Dus dat. De groeten thuis en tot in de pruimentijd joh.

 

Gijs Lauret