5 februari 2011: Wartburgia 5 – Martinus 2 2-2

by Gijs Lauret

Na maanden van onverwerkbare afgelastingen door vrieskou en soms een zondvloed was ons eindelijk een competitietreffen gegeven. De aanhoudende storm, die losse dakpannen en omgewaaide bomen faciliteerde, kon dit niet verhinderen. Dat mocht ook wel, want we hadden zo onderhand tijd zat met de hoeksteen van de samenleving[i] doorgebracht. Na onze laatste wedstrijd, ooit, in de prehistorie van 20 november 2010, waren we welhaast in een soort kampioenssfeer geraakt dankzij de vijfde winst op rij. En dat bij de toenmalige ongeslagen koploper. Onze selectie is een econoom armer sinds de winterperiode. Dani heeft zich aangesloten bij het Noorse Strømsgodset, regio Oslo, onderwijl boze mails schrijvend aan de Vrije Universiteit. Anderzijds hadden wij vandaag de beschikking over Fabrice de Waal, die na jarenlang aanmodderen ambitie heeft getoond en de enige juiste carrièremove heeft gemaakt. De thuisclub had de wedstrijd vastgesteld op het volledig onnozele, geretardeerde tijdstip van 16.30. De intimidatie begon al bij het betreden van het kleedhok; in een kot van twee bij twee kun je immers nog geen veertien sardientjes kwijt, laat staan internationaal erkende topspelers. De GKL was in een milde bui en bood Rut bij zijn gratie zijn voormalige nummer 10 aan. Daar het Rut veel te strak zat, bedankte hij voor de onzekere eer. Half vijf, het lange wachten kon beginnen. Op het ons toegewezen veld was een potje bezig dat werd geleid door een vrouwspersoon. Zij deelde spontaan een strafschop uit bij hands van een aanvaller. Doelpunt: 6-7. Je denkt aan korfbal, maar naar verluidt was het partijtje om 11.00 reeds begonnen. Er was er één die nog kon rennen na vijf uur ballen en dat was de man onder nummer 9. Het leek sprekend Royston D., dus toch weg bij Alicante. Toen de dag ongeveer voorbij was, tegen vijven, mochten we dan echt het kunstgras betreden. Het was zo’n nepgrasmat uit de twintigste eeuw. Zo een die ervoor zorgt dat je na afloop met allebei je benen naar het dichtstbijzijnde brandwondencentrum mag. Zes van de elf basisspelers waren vandaag boven de veertig. Edoch met Nick, Fabrice en Mich hadden we een jeugdig bankje. Vrijwel direct hadden we een overwicht, speelden kundig rond tegen de storm in. Een mooie aanval over links leidde tot een pegel van Eef tegen de onderkant van de lat. We smeekten om een doelpunt, maar wisten natuurlijk beter. De gastheren profiteerden bij een flauw gegeven vrije trap maximaal van de wind. De bal schampte een Wartburgisch hoofd, waarna de GKL onvoldoende kracht achter zijn hand kon zetten. Robert-Jan ruimde nog achter de lijn, waarna een kansloze discussie volgde. De scheidsrechter verdedigde zijn beslissing door uit te leggen dat hij “het gevoel” had dat de bal de lijn gepasseerd had. Hoewel erg schattig en spiritueel, is dat uiteraard een non-argument van heb ik jou daar. Het zorgde voor de nodige irritatie. De opgefokte jongeman is echter een waar gevoelsmens, want hij had een halve meter gelijk. Kort daarop werd Jos gehaakt in de zestien, waarop de onvermijdelijke beslissing volgde. Robert-Jan kwam het klusje klaren, maar verbijsterde ons door zacht in de opgeluchte armen van de keeper te schuiven. Een waar collector’s item, zo’n bizarre misser van de grote man. Omdat Jos een verrekking opliep bij een sprintje, maakte Fabrice een vroege entree. We hielden duidelijk de overhand, maar creëerden te weinig. Voor de thuisploeg was vooral de wind gevaarlijk, merkbaar bij diepe ballen die over de GKL heen dreigden te zeilen. En toen was er die ene corner. Bij de tweede paal werd ingekopt, waarna de bal met een idiote carambole in de kruising verdween: 2-0, wat een rampspoed. Dankzij Menno, die vlak voor rust het leder snoeihard in de hoek jaste, zagen we nog voldoende perspectief voor de tweede helft. Nick en Mich(eil) betraden het veld. Nick was nogal aan het koukleumen, maar gelukkig droeg hij zijn Romario-handschoentjes. Je zou zeggen: met die twee komt er voetbal in de ploeg. Er gebeurde iets heel raars. Als een stel blinden gingen we ons bedienen van lange halen. Inspelen op de vrije man was er niet meer bij. Alles wat we deden was op toeval gebaseerd. Fabrice had nagenoeg succes met een lob, maar de wind blies zijn inzet over. Menno herbetrad in plaats van Rut de arena, want een arena werd het. Of het kwam door een gebrek aan een vredig kopje thee in de rust weet ik niet, maar de gemoedelijkheid was ver te zoeken. Jos met de vlag en de scheidsrechter wisten elkaar verbaal feilloos te vinden. Hun gevoelens waren geheel wederzijds. Allebei zagen ze de ander voortdurend aan voor een persoon met het syndroom van Down. Robert-Jan meende een beuk te hebben gekregen en duwde wat, Royston werd nog een beetje boos en zo ook wat tegenstanders. De scheidsrechter keek ernaar, schold wat om zich heen en liet het daarbij. Fraai was het niet, geen promomateriaal deze zaterdag in het donker. Omdat we niets beters wisten dan non-stop pompen, stuurden we stormram Robert-Jan naar het front. Zo hadden we tenminste een hoofd om op te mikken. Het gevolg was dat de gastheren meermaals alleen voor de GKL verschenen, op luttele meters van het doel. Eens de Zwarte Panter, altijd de Zwarte Panter. Mogelijk schrokken ze van zijn imposante verschijning, in ieder geval was hij onpasseerbaar. Een pijnlijk moment was een overtreding op ondergetekende, die met de bips vol op de knie van zijn tegenstander landde. De aanvoerder lag kermend op de grond. Het zag er slecht uit, verder spelen was geen optie. Meer dan wankel staan met ondersteuning zat er niet in. Exit aanvoerder. We zetten nog één keer aan. Menno bleek onze redder in nood. Zijn schot van afstand vloog zomaar over de doelman in de hoek: 2-2. Nu konden we aanzetten om een beslissing te forceren. De arbiter, tot dan toe meer scheldgraag dan blaasgraag, vond het na een minuut of 82 genoeg en floot af. Zo werden de punten gedeeld en was geen van beide teams gelukkig met het resultaat. Positief was dat we ons terugvochten in een dramatisch verlopen wedstrijd. Maar wie kampioensaspiraties heeft, moet in dit soort wedstrijden onder moeilijke omstandigheden drie punten meenemen.

Opstelling Martinus:

E. Zelhorst; Papilaya (46. Kampfraat), R. Zelhorst, Geel (60. Gaaikema), G. Lauret; Lith, Muermans, Gaaikema (46. M. Lauret), Moleman; Ludlage (25. De Waal), Overdevest.

 

Gijs Lauret


[i] Voor wie niet Christelijk genoeg is: het gezin is de hoeksteen van de samenleving.