Ajax zit te prutsen

by Gijs Lauret

Ajax zit te prutsen“Kom op ouwe Ajacied, we gaan een ijsje halen buiten!”

“Wat, papa?” Isa doet de deur open. Onbegrijpend bestudeert ze papa’s gezicht.

“We gaan een lekker ijsje scoren, Ajacied van me.”

“Nee, dat ben ik niet.” Ze blijft stilstaan halverwege de eerste trap en kijkt papa verongelijkt aan.

“Of ben je niet voor Ajax? Als je voor Ajax bent, dan ben je Ajacied.” Isa pakt papa’s hand vast. Getweeën dalen zij de lelijke betonnen trappen af. Het is net de ArenA in het klein.

“Ik ben wel van Ajax maar ik geloof er niks van.”

“Waar geloof je niks van?”

“Van Ajax geloof ik niks van.”

“Maar Ajax gaat weer lekker kampioen worden hoor.”

“Geloof ik niks van.”

“Dus je bent toch niet voor Ajax?”

“Nee. Feyenoord.”

Zo gezellig mogelijk (de trillende onderlip nagenoeg tot pulp bijtend): “Feyenoord? Wat zeg je nou, gekkerd?”

“Ajax zit te prutsen!”

“Te prutsen?”

“Ja. Zit te prutsen.”

“Zit Frank de Boer dan ook te prutsen?”

“Ja! Dat is niet goed, want Frank de Boer die gaat slecht voetballen.” Twee kibbelende kenners staan hand in hand op de stoep. Zij worden gestreeld door zachte zonnestralen.

“Gaan we wel winnen van ADO?”

“Nee hoor. Nee. Dat vind ik niet zo gezellig. Dat harde roepen van de mensen bij het voetballen vind ik niet zo leuk. Omdat het pijn aan mijn oren doet.”

Peuters spreken de waarheid, dat weet iedereen. Titel drieëndertig kunnen we op onze arrogante hoofdsteedse buik schrijven. Of neemt Isa me keihard in de zeik hier?

 

Gijs Lauret