Apenkooi

by Gijs Lauret

Apenkooi 1Bijwijlen reis ik mijn geliefkoosde clubje achterna voor een uitwedstrijdje. Onderweg word ik steevast gegrepen door die ene prangende vraag: hoe menswaardig is het bezoekersvak? Belanden we in een hermetisch afgesloten beestenkooi zonder enig zicht? Of vangen we zowaar wat glimpen groene grasmat op? Zopas ben ik met Ajax in Breda op visite geweest, bij Noad Advendo Combinatie. De barbaarse apenkooi in Ut Kielegat is van het meest beestachtige soort. We zitten met een man of zevenhonderd vrijwillig opgesloten in een hok met een dikke, glasachtige plastic wand. Deze wand heeft zo zijn eigen visie op wat belangrijk is en laat amper zonlicht door. Bovenop de plastic wandconstructie is een reuzennet bevestigd. Geen dolle Bokito breekt hieruit. De glasachtige plastic platen worden verbonden door volle metalen balken, die voor de diepongelukkige kijkers een grote donkere streep over het verduisterde veld trekken.

Ik app een tribunefotootje naar deze en gene. Van mijn altijd voetbalalerte vader ontvang ik de origineelste reactie: “Ajax-stadion vanmiddag? Sterkte!” Fijntjes attendeer ik hem op de drie kolossale gele letters op de tribune. Hij snapt de hint: “Kerels, in het verre Nijmegen! Tijdens Tweede Wereldoorlog bij vergissing door Geallieerden gebombardeerd. Ik zeg maar.” Ieder zijn hoogstpersoonlijke rigide fetisjtrekjes. Ik zeg maar.

Luttele seconden voor de aftrap wordt naast mij de broodnodige oogschaduwversiering aangebracht, maar het blijkt mosterd zonder maaltijd. We zien een doelpuntloze, geestdodende dramavertoning. Voor zover we iets zien. Vanaf mijn positie valt een metalen dwarsbalk precies rondom de middenlijn. Als de bal zich daar ophoudt zie ik ongelooflijk niks. Dus trek ik om de godvergeten haverklap mijn hoofd in om onder die vervloekte balk door te kijken. Of ik balanceer op mijn tenen en strek mijn nek als trekdrop.

Met hoofd en nek imiteer ik een uitklapbare Ikea slaapbank. Bal voor de middenlijn, klap in. Bal over de middenlijn, klap uit. NAC peert de bal blind naar voren. Klap in. Ajax schuift het arme leer tergend traag heen en weer. Eindelijk over de middenlijn, klap uit. NAC rost hem weer terug. Klap in.

Apenkooi 2Bij het laatste fluitsignaal gilt het Rat Verlegh Stadion alsof de Champions League wordt bijgeschreven. “We hebben schijt, schijt aan Amsterdam”, klinkt het stoer uit Bredase strotten. Wij, lijdzame dierentuinattractie, verlaten onze apenkooi. In het vak naast ons drommen opgefokte Brabo’s samen voor uitzicht op het plastic. Ik zie volwassen mannen grimmig met middelvingers zwaaien, vette klodders spugen en masturbeergebaartjes maken naar andere volwassen mannen. De volwassen mannen staan aan weerszijden van een plastic wand.

Eenmaal thuis hang ik afgepeigerd voor de stomvervelende kijkbuis. Vriendinlief vraagt waarom ik mijn hoofd zo debiel heen en weer beweeg. Plotseling voel ik een intens zeurende nekpijn. Alle onoplosbare wereldproblemen op een stokje (Krim, klimaatverandering, Syrië, Gekke Geert), maar wanneer gaan we eens iets doen aan de wantoestand van die mensonterende bezoekersvakken? Zolang primitief gedrag hoogtij viert is een dieptrieste afrastering vast nodig, maar iets meer zicht op het veld moet anno 2014 toch kunnen.

 

Gijs Lauret