Gijs Lauret

Alledagsverhaaltjes, amateurvoebel, Ajax enzo, Het Vijftiende

Voetballes met de dood in een ooghoek

Wij leven onze droom. Een Messiloos Barcelona krijgt voetballes in Amsterdam. De ontketende jonge honden van De Boer bestormen de volgevreten miljonairs van alle kanten. Sensatie in de maak: Barça weet zich geen raad. Het is genieten geblazen in een elektrocuterende atmosfeer.

Wanhopig word ik aan mijn arm getrokken. Commotie. Vingers wijzen naar de betonnen stadiongracht aan de F-side. Er ligt een man. Roerloos. De bloedplas rond zijn hoofd neemt in luttele seconden huiveringwekkende vormen aan. Het is tientallen meters schuin onder ons, maar we kunnen het goed zien. Wilde gebaren en paniek op de aangrenzende tribune. Mijn maag keert zich drie keer om. Het is verschrikkelijk. Als je het mij vraagt is hij hartstikke dood. Hoe kun je nou van de tribune af donderen? We begrijpen er niks van. Hij is toch zeker niet geduwd?

Ajax blijft drukzetten en de Catalanen bezwijken wederom. Danny Hoesen haalt zijn Limburgse trekker genadeloos over: 2-0. Het merendeel van de dik 50.000 wordt gek: zij zijn onwetend. De Ajacieden knuffelen dat het een lieve lust is. Ik kom niet verder dan een lauw pro forma applausje. Om ons heen heerst een niet eerder geproefde cocktail van stekende ontzetting en een toefje ongepaste vreugde.

Voetballes met de dood in een ooghoekHet is rust. Allerhande hulptroepen zijn gearriveerd en buigen zich over het bewegingloze slachtoffer. De ziekenwagen staat klaar. Een klein wagentje botst in zijn achteruit tegen de ambulance op, gevolgd door kortstondig gejuich. Cynisme regeert. Het schiet geen kloten op, voor ons gevoel. Anderzijds is het geen sine cure: je werk doen met duizenden pottenkijkers in je nek. De jongens en meisjes in felrode en geelturkoois tenues stabiliseren zijn nek. Er is hoop op leven, blijkbaar.

Onder bescheiden applaus wordt de pechvogel per brancard in de ambulance geïnstalleerd. De achtergebleven bloedzee bestrijkt dik een vierkante meter. Er komen twee iele mannetjes met reusachtige emmers aan rennen. Zand erover, dat fatsoeneert. Een dik kwartier na de noodlottige val scheurt de ambulance met loeiende sirenes de Arena uit. Het tafereel krijgt een staande ovatie. Hoe wrang ook, het is de enige manier om als machteloze toeschouwer sympathie te tonen. Hierop had hij niet gerekend toen hij zijn vrouw vanmiddag gedag kuste. Dat hij met luid applaus het stadion zou verlaten, opzichtig flirtend met de dood.

We beginnen het tweede bedrijf met een zalige voorsprong, doch in oorverdovende stilte. De geschokte ooggetuigen hebben hersteltijd nodig. Langzaam ontdoet mijn buik zich van een intens beklemmend gevoel. We staan massaal achter onze idolen, zoals de Onbekende Soldaat gewild zou hebben. Onbewust heeft hij het wij-gevoel aangewakkerd. Met tien man slepen we een grandioze overwinning uit het hellevuur tegen de onmachtige beste ploeg ter wereld.

Op het laatste fluitsignaal volgt een geluidsorkaan. De spelers vieren het onmogelijk geachte huzarenstukje met een uitgebreide ereronde. Davy Klaassen wijst naar de plek des onheils en vraagt een steward er zijn wedstrijdshirt neer te leggen. Vanavond is hij op en naast het veld een held. Ik bezie de twee hoopjes zand. Ik klap mijn fikken stuk, maar voel een scherpe siddering door mijn ruggenmerg trekken. Een bizarre avond die me tot in het bejaardenhuis zal heugen. Er is er eentje zowat dood, maar wie niet springt die is geen Jood…

 

Gijs Lauret

In Glasgow is voetbal gelukkig nog oorlog

In Glasgow is voetbal gelukkig nog oorlog. Celtic tegen Rangers betekent: katholiek tegen protestant, Labour tegen Conservatives, groen tegen blauw. De traditionele Schotse grootmachten, dikwijls aangeduid als The Old Firm, kunnen elkaars bloed wel drinken. Dat maakt het leven best gecompliceerd, want in de straten van hun thuisstad kunnen ze elkaar niet ontlopen. Alsof je dag in, dag uit je buurvrouw aan het doodwensen bent. Knap vermoeiend.

IMG_1197Glasgow is Britser dan Brits: vergane glorie pur sang. Lelijke flatgebouwen, kleine arbeidershuisjes die hopeloos over de datum zijn en soms quasi Almeerse nieuwbouwblokkendoosjes. Dichtgetimmerde ramen, kapotte neonverlichting en een volledige badkuip in een smerige voortuin. Ouderwets miezerweer bij een gesloten hemel. In het mondaine stadscentrum echter geven alle zogenaamd relevante ketens acte de présence: geen straathoek zonder H&M, Starbucks of McDonald’s.

De Rangers zijn door een faillissement afgezakt naar de derde divisie en smachten naar een succesje. ‘The enemy of my enemy is my friend’ is een klassiek gezegde wat vandaag volledig opgaat. Een jongvolwassene met schijnbaar protestants hart klampt ons wanhopig aan op straat. Hij smeekt ons met zijn nauwelijks verstaanbare Schotse tongval om alsjeblieft te winnen van Celtic. Wij kijken hem invoelend in de helblauwe ogen en verzekeren hem dat het goed komt. Ajax wint vanavond, die belofte zullen we probleemloos waarmaken. Schotten kunnen niet voetballen en zijn obese dronkenlappen bovendien. Hij lijkt gerustgesteld. Zijn felrode haardos steekt af tegen zijn spierwitte hoofdhuid. Als hij zijn slapen zou scheren, zou hij als het ware een Ajax-shirt op zijn nek hebben (wit met een rode baan in het midden).

IMG_1219Ajax is baas op het veld maar weigert halsstarrig te scoren. De armoedig opererende Kelten versieren een strafschop. Een immense geluidsorkaan vertelt ons dat de groenwitte houthakkers hebben gescoord. Zestigduizend Schotse kelen verspreiden een haggislucht waar we nagenoeg onwel van worden. Enkele Ajax-aanhangers op de tribune trekken het niet en smijten hun groene stoeltjes door de Schotse avondlucht, ternauwernood in bedwang gehouden door de politie. Nadat onze idolen wederom een droomkans naar God hebben geholpen, krijgen de katholieken een tweede doelpunt in de schoot geworpen. Het ganse stadion blèrt I just can’t get enough van Depeche Mode, op 2500 humeurige Amsterdammers na. De decibellen pijnigen mijn trommelvliezen. Enkele doorgedraaide gekken zwaaien met Palestijnse vlaggen. Ik leef me verbaal uit op de impotente Ajacieden: “Klootzakken! Schiet die kutbal er godverdomme gewoon in! Hoe moeilijk kan het zijn?!” In minuut 94 luistert Lasse Schöne zowaar: 2-1. Typisch gevalletje too little, too late. Een volstrekt stompzinnige nederlaag.

’s Nachts tegen half twee vertrekt de chartervlucht naar Amsterdam. Ik hang opgevouwen in een belabberd vliegtuigstoeltje en doe vergeefse hazenslaapjes. Eenmaal op Schiphol sprinten we naar het perron en horen de trein wegrijden. Weer een verrot uur zinloos tukken op een plastic stoeltje, inmiddels een nekhernia nabij. Om half vijf bereik ik huis en haard. Volkomen afgeleefd en uiteraard honderden euro’s lichter dankzij dit prijzige grapje. Straks naar mijn werk. Wie is zieliger? Ik of toch die dolende jongeman in de straten van Glasgow?

 

Gijs Lauret

De Surinaamse pizza van Groningen

Zondagochtend half acht, een achterlijk moment om de deur uit te gaan. Hoe leg je zoiets uit aan een meisje van drie?

“Isa, papa gaat nu naar Ajax. Dat is in Groningen, heel ver weg, dus ik moet heel vroeg weg. Maar ik kom vanmiddag weer terug.”

Isa: “Naar Groningen, naar Ajax. Ik wil ook een keertje mee. Maar jij bent wel een beetje gestoord hoor, papa…”

Vanaf metrostation Strandvliet slenter ik met mijn gabber langs die wanstaltige parkeerplaats. Voor de ingang van de Arena staat het enkele rijtjes dik. Veel spijkerbroeken en trainingspakken. Nergens tassen. Dat begrijp ik nooit. Je moet toch eten en drinken? Een enkeling draagt een plastic tas, met blikjes bier. Ze worden achterover gegoten en op de grond gekeild voor de ingang. Het fascineert me mateloos, die tasloze figuren. En ik voel me een totale topidioot, met mijn rugzak.

Om me heen zie ik de nodige brakke zondagochtendkoppen. Sommigen zijn in staat slap te ouwehoeren. “Hee ouwe flikker!” roept iemand. Niemand kijkt op of om.

Een geel hesje gebiedt mij mijn tas te openen voor de controle. De krant, appel, krentenbollen en pakjes sinaasappelsap met rietje worden als ongevaarlijk beoordeeld. Ik spreid gewillig mijn armen, het gele hesje betast mij waar hij maar kan en ik mag doorlopen naar het parkeerdek.

In de bus is het relatief rustig, op een luidruchtig clubje na. Zij maken alles en iedereen belachelijk. Groningen-spits Género Zeefuik, bekend om zijn hardnekkige obesitas, wordt uitgebreid afgezeken. Hij zou nooit scoren omdat iedereen hem hoort draaien in het veld. Dat klinkt namelijk als een parkerende vrachtwagen: “Tuuttuuttuuttuut”. Hilariteit alom.

Het duurt uren. Tuffend langs de Flevopolder, Emmeloord en Drachten hebben we alle gelegenheid om bij te slapen. Naast ons rijdt vertrouwenwekkende politiebegeleiding op de motor, vier ME-busjes volgen ons. Het elfde gebod: gij zult zich veilig voelen.

Voor een stoplicht nabij Groningen schuift een autoraampje open. Vanaf de bijrijderstoel worden wij welkom geheten door een hartelijke middelvinger. Het vormt aanleiding om woest op het raam te beuken, er wat verwensingen tegenaan te gooien en uiteraard een middelvingertje terug te geven.

We stappen uit, de bussen staan keurig in het gelid. Ik houd mijn pas bij de scanner en mag doorlopen naar die vriendelijke middelbare meneer achterin. Zijn accent is ronduit vertederend: “Graag uw thas ieven oepen, en dan ieven de aarmen sthrekken.”

We nemen de trap omlaag, een tunnel in. Omgeven, nee, ingesloten door beton lopen we over enkele trappen naar boven. Ons zicht op het veld is lang niet beroerd, hoewel gehinderd door het om ons vak gespannen netje. In deze dierentuin zijn wij de dieren. Links en rechts van ons scheidt een glazen wand en een rijtje stewards ons van de Groninger boeren. Mooi strak stadion. De kleur groen domineert. De groene stoeltjes vloeken bij het groene gras; net een ander tintje.

De Surinaamse pizza van GroningenIn het vak naast ons naderen een paar provocerende noorderlingen de glazen wand. Met opgefokte gebaartjes worden we uitgedaagd. Het noopt tientallen om richting de glazen wand te sprinten, dreigende taal uit te slaan en wild tegen de wand te bonken. Stewards aan beide kanten kunnen ternauwernood enige orde herstellen. “JODUH, JODUH!!” klinkt het in koor. Achter het Groningse doel staat de fanatieke Z-side op: “En wie niet springt, wie niet springt die is een Jood!” Zo houden wij ons bezig. De wedstrijd moet nog beginnen.

Het is een flets potje. Groningen durft niet en Ajax creëert noppes. Na een kwartiertje pegelt Lasse Schöne de bal evenwel in de hoek: 0-1 en onverwacht feest om me heen.

In de rust loopt de Surinaamse vrachtwagen Zeefuik warm. Onwaarschijnlijk, wat een kolossale kont heeft die gozer. Is dit warmlopen? Dan doe ikzelf toch meer mijn best bij mijn wedstrijdjes voor Bal op het Dak 6… Iedere keer als hij draait (en dat draaien duurt lang) wordt hij begeleid met een jolig: “PIZZA!” uit tientallen Amsterdamse kelen. Een ander muzikaal hoogstandje luidt: “Zeefuik wil een Whopper, ohohohohoh!” (melodie naar de oude strandhit Vamos a la playa).

Na een zinloze sprint in de tweede minuut geeft Zeefuik een gratis demonstratie onbeperkt stilstaan op een voetbalveld. Bij een Groningse corner blundert doelman Vermeer. De bal ligt voor het open doel en met veel moeite wordt er gescoord. Op het bord verschijnt de doelpuntenmaker: rugnummer 36. Zeefuik. De Groene Hel van het Noorden gaat uit zijn plaat.

Het blijft 1-1. Na het laatste fluitsignaal juicht de Euroborg alsof Groningen kampioen is geworden. Wij druipen af. In de betonnen tunnel klinken vooral prikkelbare voetstappen. Ingehouden agressie. Er is wat terneergeslagen geroezemoes en soms hardop een niet te herhalen krachtterm. We ontmoeten de laatste middelvingers voor we met de bus terugkeren naar onze gezinnen.

Gijs Lauret

Oranje Leeuwinnen geveld

KNVBNoorwegen is met twee Europese titels (1987, 1993) en een wereldtitel (1995) een opponent van mondiale allure. Het eremetaal mag uit het stenen tijdperk stammen, alle negen voorgaande edities haalde de Scandinavische equipe minimaal de kwartfinale. Bevende Oranje Leeuwinnen? De remise tegen die Frauschaft, hevige titelpretendent, was meer dan hoopgevend. ‘Het goede gevoel’ overheerste en er werd ‘met vertrouwen’ uitgezien naar de volgende wedstrijd, zoals dat zo afgezaagd heet.

In een dunbevolkte Kalmar Arena is het schouwspel nerveus en niet om over naar huis te whatsappen. Onze vrouwen verschuiven het lederen kleinood, elf Noorse damesluizen gapen het genoeglijk aan. Een vredig tukje verder lijken de Oranje Leeuwinnen voornemens hun prooi te verorberen, maar schijn bedriegt.

De Noorse thee heeft gesmaakt, want de ‘Gresshoppene’ (sprinkhanen) zijn na rust spontaan de baas. Bij de aanblik van Solveig Gulbrandsen wijkt de leeuwinnendefensie als de Rode Zee voor Mozes: 1-0. Roodhemden rollen knuffelend en joelend over elkaar.

De Oranje Leeuwinnen putten hoop uit desperate afstandspogingen. Manon Melis beleeft een anonieme honderdste interland en ook Lieke Martens speelt onopzettelijk verstoppertje. Anouk Hoogendijk besluit een secondenlange flipperkast met een kopbal op de lat. Keepster Ingrid Hjelmseth heeft haar vesting vakkundig dichtgetimmerd, haar wederhelft Henk gaat los op de tribune.

Het regent. Keuzeheer Roger Reijners heeft een nat pak. Zijn oranje stropdas hangt er gedeprimeerd bij. “Het is gewoon klote dit”, luidt de heldere analyse van Daphne Koster in de mixed zone.

 

Gijs Lauret

Oranje Leeuwinnen

KNVBNederland – Duitsland op een EK, een weldenkend mens blijft ervoor thuis. Gelukkig verslaat de NOS dit topduel live vanuit Växjö, dat was voorheen wel anders.

Misschien vind je het spel traag of de balcontrole miserabel. Misschien vind je dat vrouwen niet kunnen koppen of gogme ontberen. Deze dames beheersen de professionele overtreding echter uitstekend. Menigeen vangt een gele prent voor duwen, vasthouden of ordinair pootje lichten. Onze robuuste aanvoerster Daphne Koster krijgt zelfs een bescheiden elleboogje in het gelaat gedrukt. We zien een tackle op de vrouw, maar geen Duitse piept om een pingel.

Na rust laten de Oranje Leeuwinnen hun tanden zien. Lieke Martens etaleert haar klasse. De bondscoach van die Frauschaft oogt verre van senang; haar blik zou kunnen doden. De zesvoudig Europees kampioen neigt naar wankelen. In extremis weigert Renée Slegers de trekker over te halen. Na afloop niettemin high fives alom: 0-0 is ook fijn.

Veel voetballende vrouwen worden horendol van de vergelijking. “Ze vragen toch ook niet of Serena Williams van Nadal kan winnen?”, fulmineerde Anouk Hoogendijk onlangs in NRC. Hoe deze vergelijking de nek om te draaien? Rupert Murdoch moet de BeNeLiga gaan exploiteren en we moeten onze dochters voor hun eerste verjaardag een bal geven. Anouk, Daphne, Renée en Lieke zullen zowel Rafa Nadal als Leo Messi ontstijgen en in een dikke Ferrari rondkarren. Enig idee wie Neerlands topscorer aller tijden is? Vergeet Patrick. Het is Manon Melis, 45 goals.

Gijs Lauret