Gijs Lauret

Alledagsverhaaltjes, amateurvoebel, Ajax enzo, Het Vijftiende

Jij bent dik

Het is kwart voor zeven en met een diepe morgenzucht hijs ik mezelf op de plee. Ik dacht dat ik alleen was, maar hoor snelle kindervoetstapjes gevolgd door zacht gerammel aan de deur. Dochter (3) is ook wakker en kijkt van onder haar blonde krullen vrolijk de dag tegemoet.

“Jij bent dik”, zijn de eerste woorden die ze vandaag voor papa heeft. Ik voel onverwachte verbijstering opkomen. Dit is wel heel erg in my face, zo ‘s ochtends vroeg. Kennelijk voelt ze me haarfijn aan. “Grapje!” haast ze zich namelijk te zeggen. Ze grijnst haar melktandjes bloot en klimt op de pot, waar ze een verwarde papa aflost die dus toch niet dik blijkt te zijn.

 

Gijs Lauret

Stapelgekte

stapelgekteVoor het slapengaan mag Julia kiezen welk liedje we voor haar zingen. Slaapverwekkende klassiekers als ‘Slaap kindje slaap’ zijn al lange tijd genadeloos uit de gratie. Vandaag de dag zijn improvisatieliedjes opvallend in zwang. Julia roept lukraak een al dan niet bestaand woord (pakweg ‘ijsje’, ‘joepie’ of ‘lallielo’) waaromheen haar liefhebbende ouders en zus dan een knetterend prachtig liedje componeren. Vanavond is vriendinlief de hort op, dus grote zus Lotte en ik moeten het getweeën zien te rooien.

“Wat voor liedje zullen we vandaag zingen, Julia?” vraag ik.

“Liedje… Julia!” roept mijn lievelingspeuter uitgelaten. Verwachtingsvol kijkt ze van achter haar veel te grote deken naar ons, die op haar grote kinderbed zitten.

“Wil je een liedje over Julia?” vraagt Lotte, schijnbaar verwonderd.

“Ja!” roept Julia. Lotte wacht af. Ik neem enkele seconden bedenktijd. En verzin iets.

“O Julia… O Julia… O Julia, ik ben stapelgek op jou!” zing ik zo overdreven mogelijk (Melodie: Suzanne – VOF de Kunst). Gebiologeerd kijkt ze me aan. En schatert het uit.

“Nog een keer, papa!” lacht ze. Dit nieuwbakken ritueel herhaalt zich zo’n zes keer. Nog een keer, zingen, schateren. Lotte ziet het aan en glimlacht vertederd.

“Ik ook tapelbed op jou, papa! En tapelbed op jou, Lotte! En tapelbed op mama!” roept Julia. Wat een weelde, denk ik bij mezelf. Met zoveel stapelgekte kunnen we de wereld aan.

 

Gijs Lauret

Prinses Morra wil geen nieuwe schoenen

Prinses Morra wil geen nieuwe schoenen 1

Hieronder lees je een verhaaltje van mijn vijfjarige dochter. Zij heeft zelf de tekeningen gemaakt, het verhaaltje verzonnen en voorgedragen. Haar moeder heeft het voor haar opgeschreven.

 

Prinses Morra wil geen nieuwe schoenen, want ze wil haar oude schoenen houden. Maar haar moeder kwam en zei: “Je gaat ze vast wel mooi vinden.”

Morra deed de doos open en Morra riep: “Die schoenen vind ik mooi! Die wil ik wel hebben.”

En ze riep van plezier nog een keer: “Die wil ik wel hebben!”

Toen zei mama: “Oké, doe ze dan maar aan. Dat vind ik leuk want ik heb ze je gegeven.”

Prinses Morra wil geen nieuwe schoenen 2

Prinses Morra met de schoenendoos met nieuwe schoenen

 

 

 

 

 

 

Toen liep mama weer weg naar de gang, en deed de kamerdeur open, en ze stapte naar binnen.

Prinses Morra wil geen nieuwe schoenen 3

De mama van Prinses Morra

En toen zei de mama van prinses Morra: “Waar is papa nou?” Hij was opeens weggelopen. En toen ging mama zoeken. Ze zocht in de kast, ze zocht onder de dekens, ze zocht onder het prinsessenbed, ze zocht in de tuin, maar papa was niet te zien. Toen kwam prinses Morra eraan, en riep: “Waar is papa nou?” “Dat weet ik ook niet”, zei de mama van prinses Morra. En prinses Morra moest huilen van verdriet omdat papa weg was. Mama troostte haar. En toen klopte er iemand aan. Prinses Morra deed de deur open en het was papa. Ze was heel blij en toen gaf ze papa een kus. En toen liet ze papa de schoenen zien. En toen riep papa: “Oh, wat een mooie nieuwe schoenen, die zou ik ook wel willen hebben!”. Prinses Morra zei: “Die pas jij niet want je bent toch geen kindje meer”. Toen moesten prinses Morra en papa zo hard lachen dat mama de kamer binnenkwam, en ze riep: “Wat is daar nou aan de hand?” Toen riepen papa en prinses Morra: “Laten we nu maar naar buiten gaan naar de speeltuin. Dan kan de prinses op de schommel en in de draaimolen.”

Prinses Morra wil geen nieuwe schoenen 4

Prinses Morra in de speeltuin

Na het bezoek aan de speeltuin gingen ze borrelen met de vriendinnen Annabel en Rosa. En toen ging prinses Morra haar vriendinnen een knuffel geven en een kus. Een dikke, fijne kus.

Prinses Morra wil geen nieuwe schoenen 5

Vriendin van prinses Morra

En ze leefden nog lang en gelukkig en aten nog lekkere chipjes en rozijnen en nootjes op de borrel. En nu is het verhaaltje uit.

 

Isa

Kuikkijn

Kuikkijn“Papa mama kuikkijn! Kuikkijn!” roept Julia huilerig vanuit haar kinderbedje om tien voor zeven ‘s ochtends. Ze heeft buikpijn. Traditioneel gehuld in haar lichtroze slaapzak kijkt ze me diep gekweld aan.

“Wil je eruit, lieverd?” vraag ik onbenullig naar de bekende weg. Julia heeft nog nooit ‘nee’ geantwoord op deze vraag. Ze knikt, nauwelijks zichtbaar. En maakt een grootse kokhalsbeweging zo gauw ik haar oppak. Drie reflexen verder heb ik haar met slaapzak en al staand voor de plee geposteerd. Ik zit achter haar, kalmerende woordjes fluisterend, één arm om haar middel. Ze jengelt en tuurt onderwijl uitgebreid in de witte pot, maar gespuugd wordt er niet.

Toch blijkt haar onheilspellende kokhalsactie bepaald geen loos alarm. De daaropvolgende uren zijn de kotsrijkste die ik mij als actief vader kan heugen. Waar Julia ook komt, ze braakt woest om zich heen. Dat krijg je van die ellendige kuikkijn. De hulpeloze lieverd sproeit over de eettafel, knalt een knetterende spuugstraal over de wegrottende houten vloer en kotst mij finaal onder middenin de schoolklas van haar grote zus. Een mens kan bedacht zijn op allerhande rarigheid, maar heeft niet twenty-four seven een teiltje bij de hand.

Eenmaal thuis op mijn warme vaderschoot valt mijn lieve braakpeuter in een intens diepe, haast comateuze slaap. Mijn hand rust op haar van binnen voelbaar onrustige buikje. Als het buikgeborrel plotseling exponentieel toeneemt, schiet Julia klaarwakker overeind. We hebben een kotser. Gelukkig heeft het teiltje uitstekend positie gekozen. Behalve fikse klotsen verzuurd vocht hoest haar kleine peutermaagje niets meer op. Julia bestudeert de teilinhoud aandachtig.

“Veel!” roept ze gefascineerd en fronst zich de ribbels in haar voorhoofd. Dan valt haar oog op haar plastic speelgoedauto. Ze springt erbovenop en rijdt goedgemutst de kamer uit, zonder om te kijken.

 

Gijs Lauret

Ui prikke niet huile

Ui prikke niet huileVandaag bof ik maar; ik mag koken. Julia is machtig gefascineerd door mijn voorsnijdwerk. De gelukkige peuter brabbelt honderduit over wat er gebeurt. Ze spreekt in haar heerlijke eigen taaltje, waarin medeklinkers veelal ontbreken. Meestal versta ik haar wel. Zolang ik weet wat ze zegt, tenminste.

“Pastoe! Pastoe papa!” Geestdriftig wijst ze naar een bakje zanderige champignons.

“Ja schat, dat is een paddenstoel. Goed van jou. Weet je hoe die paddenstoel heet? Dat is een champignon”, doceer ik.

“Kakkinon! Kakkinon!” kraait ze.

“Ja. Heel goed. Een champignon. Ga jij die straks lekker eten?”

“Nehee papa!” Ze lacht alsof ik een belachelijk voorstel doe. De ondeugd. Champignons eten? Doe effe normaal. Ik ben niet van lotje getikt, gekke papa. Seconden later komt Julia dolenthousiast met een forse ui aanzetten.

“Ook snije papa! Snije ook!” roept ze opgewonden.

“Goed idee om nu een ui te snijden, lieverd. Als je een ui snijdt, prikt het aan je oogjes. Dan gaan je oogjes een beetje huilen.” Ze kijkt bedremmeld.

“Ui niet prikke! Mag niet! Niet huile!” roept ze strijdbaar.

“We merken het zo meteen wel Julia, of het prikt.” Met wijd opengesperde kijkers ziet ze toe. Dan kijkt ze me aan en trekt met haar vingertjes de oogleden naar beneden, waardoor ze rode oogjes krijgt.

“Au oog”, zegt ze verbaasd.

“Hoef je niet te huilen?”

“Nee, niet huile. Koekko papa. Snije koekko.” Ze vindt dat ik het goed doe.

“Kijk eens! Klaar!” zeg ik triomfantelijk.

“Prikke oog!” roept Julia nu om het hardst. Om direct de aandacht te verleggen naar een veel belangrijker onderwerp.

“Slasje! Papa slasje!” Een plasje. We rennen naar het potje.

 

Gijs Lauret

Jajo

JajoWe zingen haar dagelijkse slaapliedje. Ik aai over haar zachte wangetjes en strijk door haar krullenbosje. Julia kijkt ontspannen naar mama, haar grote zus en naar mij, die naast haar ledikantje staan.

“Jajo? Jajo. Jajo dehuit,” zegt ze glimlachend van achter haar speentje.

“Ja. Als in de ochtend de radio aan gaat, dan ga jij uit bedje hè. Morgen komt papa jou eruit halen.” We hopen dat ze tot die tijd rustig blijft wachten. Vandaar zo’n bezopen wekkerradio in het weekend. Dat kwart over zes opstaan, daar zijn we namelijk zacht gezegd wel klaar mee.

“Jajo! Jajo dehuit.” Ik knik ter bevestiging. Ze probeert me een kusje te geven, maar haar speen zit ertussen. Ik kus haar wang en voorhoofd. In haar rechterhandje klemt ze haar roze konijnenknuffeltje. Lachend strekt ze haar linkerarm. High five! Geautomatiseerd maakt ze daarna een vuistje. Boks! Drie minuten later is ze in een ver dromenland. Ze heeft zich op haar zij gedraaid. Om haar heen resideren drie verschillende fopspenen. Mocht ze ’s nachts speenloos ontwaken dan kan ze er zelf eentje pakken. Dat scheelt ons een heleboel intens verrot nachtbraakgedoe.

*

Het is rond zevenen, althans zo voelt het. In ieder geval kabbelt er, ergens ver, vrolijk gebabbel mijn vage bewustzijn binnen. Julia neuriet zelfverzonnen liedjes. Ik draai me om. Waarschijnlijk voor de laatste keer vanochtend, realiseer ik me.

“Mama papa, mama papa. Mama, papa. Poep, poep! Poep. Mama, papa…” Ze bedoelt dat haar luier vol is. Vermoedelijk niet met poep, maar met welriekende kinderurine. Het is kwart over zeven. Nog een lang kwartiertje tot de wekkerradio.

“Nina, als de radio aan is, komt papa jou eruit halen”, roep ik vanuit mijn warme schuilplaats. Ze produceert een korte jengel, maar kalmeert vlug. En keuvelt op rustige toon verder, waarbij poep verreweg het belangrijkste gespreksonderwerp lijkt te zijn. Plotseling klinkt er een krakerig Dancing Queen. De radio ontwaakt met Abba. Alerter dan ik had verwacht slenter ik naar haar bedje. Ze strekt haar armen naar me uit en grimast haar hoekige melktandjes bloot.

“Jajo! Dehuit!”

 

Gijs Lauret

Moe van het fietsen

Moe van het fietsen 1School is aan de overkant. Eén suffig straatje oversteken en twintig meter drentelen, dan zijn we er. De fietstraining van Isa is zodoende op creperen na dood. Ze is zelf nauwelijks happig bovendien. Vandaag hebben we haar driftig opgestookt. Ze wil ervoor gaan. Op de stoep.

“Papa, je moet me helpen!” roept Isa, terwijl ze in de startblokken staat. Eén kek laarsje op de vochtige stoepklinkertjes, de ander op de hoogste trapper.

“Ik sta naast je Ies, trappen maar! Je kunt het hartstikke goed zelf!” Ik ben nogal van de vertrouwen- en zelfstandigheidstimulering. Weifelachtig trapt ze op het pedaal, waardoor ze kortstondig slingert alvorens soepel weg te karren.

“Ziet er goed uit lieverd! Uitstekend!” roep ik. Mijn topkleuter remt halfbakken en mindert vaart door met haar zwabbervoetjes over de tegels te schuiven. Het wederzijdse toneelstukje van hulp vragen en aanmoedigen herhaalt zich meermaals, waarbij het remmen steeds vloeiender verloopt. Isa ziet er dan ook voortdurend aanleiding toe. Als zich twintig meter verderop een slome kat ophoudt, staat ze al stil.

“De stoep is zo klein, er staan overal fietsen”, klaagt ze.

“Daar fiets je zo langs hoor Ies, gaat lukken. Trap maar”, zeg ik. Het lukt wonderwel. Tot aan die mobiele bouwvakkerplee.

“Hee, zo’n vieze wc, die staat echt gigantisch in de weg!”

“Hij staat stil hoor Ies, rijd er maar lekker langs!” moedig ik aan. Niks ervan. Isa remt voor plastic.

Moe van het fietsen 2“Nee, ik ga lopen, papa, dat heb ik al gezegd.” Hier valt door geen Brugman tegenop te lullen. Isa wandelt naast haar rijwiel, handjes aan het stuur. Ik acteer vaderlijk geduld. Dan dondert plompverloren het zadeltje van haar kinderfiets af. Weer heeft die waardeloze secondelijm het begeven. Ik druk het neplederen onding terug op zijn plek. Mijn broze geduld wordt op de proef gesteld, maar breekt niet.

“Ik ben moe van het fietsen”, mompelt Isa.

“Van het lopen bedoel je”, zeg ik gniffelend.

“Nee papa! Van het fietsen”, zegt ze gedecideerd, met zichtbaar verstarde wenkbrauwen. Tot zover de fietstraining. Het geeft niet, houd ik mezelf voor, mijn vaderlijk geduld als een kauwgumpje oprekkend. Daar klettert dat strontvervelende klotezadel. Wederom. Kalm raap ik het op. Door de miezer strompelen we voort. Moe van het fietsen.

Gijs Lauret

Ouwe draak

Ouwe draak 1Een ouwe draak ben je. Nog niet eens twee jaar, maar je doet gewoon waar je zin in hebt. Vandaag bezoek je met mij en je grote zus het Amstelpark. Jij laat je weinig vertellen. “Nina, geef je je speentje aan papa?” vraag ik, als ik een puntharses krijg van je eindeloze sabbelgedrag. Driftig schud je je guitige krullenbol. Op je korte pootjes maak je je vliegensvlug uit de voeten. Ondeugend kijk je om, maar ik achtervolg je niet. Je onafscheidelijke fopspeen beweegt ritmisch op en neer zoals ik dacht dat het alleen bij Maggie kon, die baby-televisiejunk van The Simpsons.

Een Amstelparkbezoek zonder treinritje is als shoarma zonder knoflooksaus. We claimen de voorste wagon. Je weigert pertinent mijn vaderschoot en wilt sowieso onder geen beding zitten. Je moet en zult staan tijdens deze dollemansrit. Op het treinbankje. Bij jouw genadige gratie mag ik een ondersteunende arm om je buikje slaan. Eenmaal je zin lach je je blije melktandjes bloot. Het geeft een inkijkje in de lieve minifietsenstalling van je bovengebit. De pensionadomachinist kijkt chaggie in het achteruitkijkspiegeltje van zijn kinderlocomotief. Er staat een opstandige dreumes op zijn bankje. Deze baardloze surrogaat Kaptein Iglo vindt het maar niks. Verderop bij de kinderboerderij ga je tot twee keer toe in een net niet opgedroogde geitenschijtberg zitten, al mijn waarschuwende papateksten ten spijt. Angst lijkt jou vreemd; je rent nieuwsgierig van geit naar geit en aait vluchtig. Kauwende bokjes met fikse hoorns kijken je onverschillig aan. Je grinnikt naar ze.

Ouwe draak 2In de bakfiets richting huis begin je aanzwellend te jammeren; jouw manier om te vertellen dat je honger hebt. Als diepverantwoord opvoeder pass ik je een bakje cherrytomaten. Je kauwt zo’n rood mormel tot tomatensaus en besmeurt je truitje met onuitwisbare cherrydrek. Luidkeels begin je tegen je papa te jengelen. Je hangt vanuit je kinderstoeltje achterover en kijkt mij, puffende fietstaxichauffeur, indringend aan. Je strekt je armpje uit en eist dat ik een hevig toegetakeld cherrytomatenlijkje, aan alle kanten stukgebeten, voor je opruim. Dacht het niet hè. “Eet maar op Nien, het is voor jou!” roep ik bemoedigend. De jengeldecibellen nemen toe. Totdat je een originele eigen oplossing bedenkt. Je smijt het afgedankte konijnenvoer tegen het wegdek. Uit gemakzucht staak ik direct alle opvoedingspogingen en pak rozijntjes voor je. “Jahaa!” jubel je bij het zien van de gedroogde druifjes. En: “Hap hap hap!” Je poogt je oudere zus aan te zetten tot rozijnen eten, maar zij geeft geen sjoege. Spontaan gooi je een rozijntje over de bakfietsrand. Je schatert het uit. “Bah! Bah! Bah!” roep je. Want alles wat op straat ligt is ‘bah’. Zo is dat. Je bent een ouwe draak. Je doet waar je zin in hebt. En daar ben ik dol op.

Gijs Lauret

Het rookrestaurant

Het rookrestaurantOp een zonrijke vrijdagochtend slenteren mijn kleine meiden en ik door ons politiek correcte multicultiknuffelaarsbuurtje. We passeren de blauwstaande coffeeshop om de hoek, waarvandaan om half elf al onverdraaglijke stampmuziek naar buiten bonkt.

“Dit is het rookrestaurant, papa”, weet Isa mij op zelfverzekerde toon te vertellen.

“Rookrestaurant? Heeft mama dat gezegd?” vraag ik nieuwsgierig.

“Nee hoor papa, dat weet ik gewoon. Want iedereen gaat daarbinnen altijd saggeretjes zitten roken.”

“Klopt Ies, je hebt goed opgelet.”

“Ja hè. Dan zitten ze allemaal te roken, lekker muziekje erbij. Gezellig hè?” Het kleuterlijk enthousiasme druipt van haar stemgeluid.

“Maar je moet niet teveel roken, want dan ga je dood”, doceert zij tamelijk onbewogen verder.

“Roken is zeker niet gezond Ies, maar hoe ga je dan dood?” wil ik weten. Mijn geleerde dochter blijkt hierover een deksels interessant theorietje paraat te hebben.

“Als je heel veel vuur rookt dan stopt je hart op gegeven moment omdat ie moe is, en dan ga je dood”, zegt ze alsof ze jarenlang wetenschappelijk onderzoek naar deze prangende kwestie heeft gedaan.

“Goed dat je het zegt Ies, laten we maar niet gaan roken”, stel ik voor.

“Nee papa, want Peter is dood en de mama van Erik ook en Annie M.G. Schmidt…”

“Jammer hè schat.”

“Ja jammer, helemaal niet leuk, pappie.”

“Weet je Isa, in het rookrestaurant roken ze geen gewone sigaretjes. Daar roken ze jointjes.”

“Ik weet niet wat dat is”, zegt ze dromerig en beëindigt ons gesprek door een stevige pas in te zetten. Nina hangt onderuit in haar McLaren buggy en kijkt stuurs naar haar grote zus, die luttele meters voor ons loopt. Haar lieve vingertjes wriemelen met haar roze knuffeltje. Zij heeft haar topvorm vandaag nog niet gevonden.

 

Gijs Lauret

Het biologisch klokje

Het biologisch klokjeWe schrijven een druilerige zaterdagochtend in juni. In ons gemoedelijke huishouden worstelt menigeen met wat na-ijlend slaapchagrijn, maar één hartverwarmende opmerking beëindigt de sfeermisère.

“Mama, als ik later groot ben, dan wil ik ook mama worden!” roept Isa plompverloren vanaf haar traditionele bankhangplek.

“O ja, Ies? Wat lijkt je daar dan leuk aan?” vraagt mama verrast.

“Dan wil ik een baby’tje hebben en die wil ik dan naar school brengen en eerst naar de crèche!” roept ze vol kinderlijke overtuiging.

“En hoe wil je je kindje noemen dan?” Isa kijkt opzij. Ze neemt de tijd om deze zwaarwegende vraag te beantwoorden.

“Ehm… Ik vind het wel leuk om de naam Peel Teletoon te noemen.” Hier is duidelijk over nagedacht.

“Dat is een interessante naam, zeg. Ken je iemand die zo heet?”

“Ik weet het niet…” Isa kijkt verlegen nu het kleutermoederschap dichterbij lijkt dan ooit.

“Denk je dat Peel Teletoon veel gaat huilen?” kan ik niet nalaten te vragen.

“Ja, maar dan ga ik een speentje pakken”, zegt Isa vastbesloten. Dat is een abc’tje natuurlijk. En een domme non-vraag van papa.

“En als je middenin de nacht moet opstaan, vind je dat dan niet erg?”

“Nee hoor, dat doe ik gewoon.” Al die piepende zeurouders over dat nachtbraken. Zo moeilijk hoeft het niet te zijn. Isa doet het gewoon.

“Volgens mij word jij een heel lieve mama”, aldus de vierendertigjarige oma in spe. Isa glundert. Over heel veel nachtjes slapen wordt ze vijf. Zo vlug als het biologisch klokje bij ons thuis tikt, tikt het nergens.

 

Gijs Lauret