Gijs Lauret

Alledagsverhaaltjes, amateurvoebel, Ajax enzo, Het Vijftiende

De buurvrouw feciliteren

De buurvrouw feciliteren“Mama, wanneer gaan we nou feciliteren? Ik ben zo opgewonden!” De buurvrouw is jarig en Isa kan niet wachten. Ze schuifelt driftig op haar houten klompen over de eiken vloer, wat een gezellige teringherrie geeft. Haar bedrijvige zusje drentelt eromheen met haar klittenbandgympjes. Soms toont zij een onbegrijpende frons, maar meestal ontwaren we een subtiele glimlach achter haar speentje, dat ritmisch in haar mondje op en neer beweegt.

Eindelijk is het zover. We volbrengen de barre tweemeterreis door ons grijze trappenhuis en Isa belt aan. Het duurt een seconde of wat, maar we horen doelgericht gestommel richting de deur. Daar is ze.

“Lang zal ze leven, lang zal ze leven, lang zal ze leven in de gloria!” Het 61-jarige feestvarken straalt als een voorjaarszon terwijl papa en mama hardop zingen, Nina verdwaasd om zich heen koekeloert en Isa achter haar duim meemompelt, half verstopt achter mama’s bovenbenen.

Het officiële verjaarscadeaumoment is aangebroken. Isa overhandigt een hoogstpersoonlijk ambachtelijk tekenwerk. Het is een fiks gekreukt A4’tje met een gaatje erin, talrijke blauwe ballpointstreken en vier secuur geplaceerde stickers. Uniek in zijn soort. Een ongeëvenaard meesterstuk.

“Wat leuk! Wat is het?” vraagt de blij verraste ontvanger.

“Gewoon! Een soort hut!” verklaart de kunstenares zelf. Buurvrouw probeert dit hardgrondig te begrijpen, wat uiteindelijk lukt. Een hut op papier cadeau krijgen, dat overkomt je niet dagelijks.

 

Gijs Lauret

Kleutermonoloog: ouwe mensen

Kleutermonoloog ouwe mensen“Papa, weet je, als we straks naar Spanje gaan, wil ik Sinterklaas zien. Dan wil ik naar Sinterklaas z’n huis. Ik ben heel lief voor Sinterklaas, want Sinterklaas is heel oud. En ouwe mensen die kunnen alles niet meer zo goed. Niet meer goed lopen enzo. Want ze zijn oud. En ik ben nog niet oud, en jij ook niet, en mama ook niet. Maar ouwe oma (haar overgrootmoeder, red.) wel. Die is echt oud. Die kan alles niet meer zo goed. En die loopt met een karretje. En die is soms in de war en ze kan niet zo goed horen. Ouwe mensen moet je helpen. Ouwe oma ga ik ook helpen. Alleen ouwe boeven niet. Die ga ik niet helpen hoor, boeven. Die doen allemaal stoute dingen. Dat kan echt niet, toch papa?”

 

Gijs Lauret

Deftig

DeftigMijn oudste is verzot op Pluk van de Petteflet, misschien wel het mooiste geschenk dat volksheldin Annie M.G. Schmidt (bit.ly/19QGhwe) het Nederlandse taalgebied ooit gaf. Maar liefde doet soms pijn. Door hevig gebruik van dit prachtige kinderboek zijn de eerste tien bladzijden eruit gevallen. Het smoezelige papierstapeltje was spoorloos, maar nu zwerft het onbetaalbare relikwie weer tussen de kaft en de rest. Het is kinderbedtijd. Als geëmancipeerde vader lees ik Isa voor uit haar beminde boek, dat zij inmiddels voor driekwart uit het hoofd kent.

“De kluizelaar knikte. Het was een vriendelijke man, maar soms leek het of hij helemaal niet luisterde. Of hij aan iets heel anders dacht. ‘Meneer Pen heeft gezegd dat u ons kan helpen,’ zie Pluk. De pap was op. Pluk veegde zijn mond af met zijn hand. En z’n hand aan z’n broek…”

“Ul, bah! Dat is vies papa, aan je mond en je broek afvegen. Dat is niet deftig, toch?” Isa trekt een scherpe grimas om haar walging kracht bij te zetten.

“Dat is inderdaad niet heel deftig, Ies”, mompel ik zuinigjes.

“Ik ben wel deftig”, zegt ze, zichzelf overtuigend met haar eigen bewering.

“O ja, Ies? Wat is dat dan, deftig?” Het taalbegrip van een vierjarige, dat fascineert me best wel.

“Dat je niks vies doet, dat weet je best gekke papa.” Lik op stuk voor mijn domme vraag naar de bekende weg. Heel prima.

“Maar lekker poepen is dan zeker niet zo deftig, of wel?” probeer ik te stoken.

“Jawel, papa. Op de wc poepen is wel deftig hoor, maar alleen op de wc is poepen deftig. Niet ergens anders. Dat zei de juf.” Isa doceert, anders kan ik het niet noemen.

“Ga je op de wc dan ook deftig je billen afvegen?” Kan ik het werkelijk over niks anders hebben? O puberteit, ik raak je maar niet kwijt.

“Ja papa, deftig afvegen. En als het niet lukt gaan papa en mama helpen. En nu gaan we verder Pluk lezen, papa. Kom op.” Het geduld van juf Isa is op. Begrijpelijk. Wie voedt hier eigenlijk wie op?

Gijs Lauret

Mijn dochter is een echte Ajacied

Mijn dochter is een echte Ajacied 1“Groot”, prevelt Isa, zichtbaar geïmponeerd. Ze kijkt omhoog naar het betonnen ruimteschip dat we Amsterdam Arena noemen. Mijn oudste en ik staan hand in hand op de roltrap. Ze vindt het spannend, Ajax in het echt zien. Het voorgenomen kanonnenvoer heet vandaag Excelsior. Ik voel voorzichtige buikkriebels als we ons vak betreden. Isa zwijgt. Haar kastanjebruine ogen glijden over de halfvolle tribunes. Onbewust knijpt ze in mijn vaderlijke hand. Ondanks deze verpletterende indrukken neemt ze geconcentreerd de traptreden richting onze zitplaats. Isa babbelt over alles wat ze ziet en vraagt wat het allemaal te betekenen heeft. Ik luister geduldig en verklaar. De wedstrijd begint. Er rolt nog maar amper een bal of daar ontspruit haar ongeduld.

“Ik ben boos op Ajax omdat ze nog geen doelpunt hebben”, zegt Isa plompverloren. We schrijven minuut veertien. “Ik blijf boos kijken tot ze een doelpunt hebben”, grapt ze en fronst haar wenkbrauwen gespeeld ernstig. “Ik vind Ajax gemeen omdat ze geen doelpunt maken”, zegt zij even later. Dat Excelsior misschien zou kunnen scoren is überhaupt geen optie, lijkt het. Ze heeft er verstand van, zeg ik je.

Mijn dochter is een echte Ajacied 2“Hoe vind je het, Isa?” vraag ik tijdens de rust, in de rij voor een zakje M&M’s.

“Ik wil elke keer met jou gaan, papa!” roept ze enthousiast. Precies wat papa wil horen, wat een lekker ding is ze toch.

“Ja, vind je het leuk? Wat vind je het allerleukst?” vraag ik.

“Gewoon alles, papa.” Tuurlijk, domme vraag ook.

Het is niet veel. Ajax voetbalt als een stelletje terminale chihuahua’s, Excelsior speelt guerrillaoorlogje vanuit een dichtgemetselde zestien. Het talrijke bioscooppubliek zit onderuitgezakt te suffen. Af en toe vloekt of tiert onze opgefokte buurman. Isa bestudeert dit wonderlijke volwassenmannengedrag en nestelt zich dichter tegen me aan. Duim in de mond, knuffeltje in de hand. Dit is dus voetballen, lijkt ze te denken. Ingedommelde toeschouwers en in de verre verte wat rennende mannetjes met een bal.

Minuut 83 breekt aan. Zivkovic bedient ruwe diamant El Ghazi, die bewijst dat hij kopsterk is: 1-0. Plotseling staat de ingeslapen tent op zijn kop. Isa lijkt verrast door de onverwachte decibellen. Ik til haar op zodat ze de juichende spelers kan zien.

“Dat was een doelpunt voor Ajax Ies! Zag je het?” roep ik naast haar oor, terwijl er een glas bier langs vliegt.

Mijn dochter is een echte Ajacied 3“Nee, niet gezien. Een klein beetje gezien”, stamelt ze. Isa bekijkt springende mensen die en masse roepen dat ze Joden zijn. Ze verstaat het niet, dat scheelt me een hoop ingewikkelde gesprekken.

“Nu wil ik wel naar huis”, fluistert Isa, op schoot in de metro.

“Hoe was het bij Ajax, Ies?” vraagt mama, terwijl ze appelmoes opschept.

“Ja goed leuk, mama. Dat was echt leuk. Het was echt heel slecht geweest, de hele tijd 0-0 en toen was het toch 1-0 en het was echt heel slecht, maar Ajax had gewonnen van Celsio”, verklaart de piepjonge analyticus genadeloos. Een vierjarige die klaagt over slecht spel na een overwinning. Dat moet wel een echte Ajacied zijn.

Gijs Lauret

De lampentikker

De lampentikker 1In mijn gerieflijke huisje wonen met mij drie oogverblindende vrouwen. Eén van hen is mijn heerlijke kleine rommeldreumes. Nina hebben wij haar genoemd. Sinds met de druilerige herfstmaanden het grote binnen zitten begon, heeft die ouwe rommeldreumes een fascinerende liefhebberij ontwikkeld. Lampen tikken, daar heb ik het over. Bij ons aan het plafond hangt geen lamp meer veilig.

Kwart voor zes ‘s ochtends, mijn lampentikker is onverbiddelijk uitgeslapen. Hoewel terrorhard gedwongen geldt dat dus ook voor mij. Zonet heb ik mijn lampentikker aangekleed. Uiteraard is ze nu gehuld in het vermaarde ‘Papa is de liefste’ truitje, zo stierlijk verwaand ben ik nog net wel. Mijn eigengereide grietje piept en jengelt een beetje, zoals vaak na het ontwaken. Ik pak haar onder de oksels. Haar fijne mondhoeken zetten een vertederende glimlach op. Ze strekt haar rechterarm uit en kijkt me baldadig aan. Haar zonneklare boodschap: we zullen lampen tikken. Ze geeft het metalen De lampentikker 2kapsel van de lichtbron een fikse zet en grinnikt naar het schommelende geheel. Op de gang is een robuuste scheepslamp het volgende weerloze slachtoffer. Ik hef haar tot schouderhoogte en ze geeft een hijs. Grinnik. In onze gemoedelijk rommelige woonkamer laat ik Nina los op de houten vloer. Wijdbeens waggelend doet zij zo’n zeven onzekere, maar wilskrachtige pasjes. Plompverloren houdt zij halt en zwaait met haar stellige armpje naar het plafond. “Uhuh! Uuhh!” Zij begeleidt haar grootse gebaar met aandringende kreetjes. Er moet getikt worden. Ik raap haar op. Tik. Grinnik.

Eindelijk uitgetikt bestudeert grietje mijn blauwe trui. Het gave embleem van de legendarische voetbalclub Brighton & Hove Albion siert mijn machtige 35-jarige borstkas. Ze wijst tweemaal naar het zachte vest en zegt hardop “Taita!” “Ja grietje, Brighton, heel goed van jou!” glunder ik. “Papa! Taita!” roept ze luidkeels. Mijn dag is nu al volmaakt, en het is pas drie minuten voor zes.

 

Gijs Lauret

Pokkenrozijnen

PokkenrozijnenTemperamentvol als onze Nina is, verlopen soms ook haar nachten. Vannacht ben ik de bofkont. Ik heb ‘dienst’, wat betekent dat vriendinlief mag blijven liggen als onze kleine draak het op een brullen zet. Om kwart voor vier begint haar mondsirene als een luchtalarm te loeien. Ik wacht in ijdele hoop op stilte, maar deze indringende huil waait niet over. Staand naast haar ledikantje zie ik dat zij driftig haar bovenlichaam heen en weer beweegt. Bij haar konijnenknuffeltje vindt ze geen troost, noch bij haar speen. Heeft ze buikpijn, de lieverd? Ze voelt warm en klam. Ik pak haar op, maar ze trappelt als een wilde in haar slaapzak. Ze krijst, loopt rood aan en maait radeloos met haar handjes over mijn gezicht. Ik wieg haar en fluister geruststelling, maar die komt niet. De wanhoop staat ons nader dan het lachen.

Een slaperige mama komt met dichtgeknepen kijkers de slaapkamer uit gewaggeld. We besluiten kinderparacetamol uit te delen. Gelegen bij mama op de buik ontmoet Nina de slaap. Ze laat zich zelfs tukkend naar haar eigen bedje verhuizen. Om zes uur is er evenwel geen pitten meer bij. Janken des te meer. Ik drentel afgeleefd op en neer door de kamer, Nina op een uitgeputte arm. Het helpt een pietsje. In het duister op mijn vaderschoot zittend wisselt zij luide snikken af met vluchtige en onregelmatige ademtochten. Alles wat ik aanbied, schuift zij met ziedende handjes gillend terzijde.

Na meerdere vruchteloze pogingen aanvaardt zij een flesje melk, wat zij langzaam maar gretig opdrinkt. Ik voel de spanning uit haar lichaam wegtrekken. Hoog tijd voor de rozijnenpot, haar favoriete tafelmeubel. Ik klem de pot tussen mijn bovenbenen op de bank. Behoedzaam pakt ze drie rozijntjes. Een voor een werkt ze de gedroogde druifjes naar binnen. Spontaan propt ze haar roze knuffel in de rozijnenpot en kijkt schavuitig omhoog. Als ik het zachte konijntje eruit frommel, pakt ze een volle dreumeshand rozijnen en drukt tegen mijn lippen. Ik heb geen andere keus dan de poort te openen en proef een zee van zoetigheid. Nina grinnikt en voert het voedertempo op. Ik kan haar vaartje niet bolwerken en vang stiekem, ongezien in het donker, tientallen rozijnen op. Die keren terug in hun glazen pot. Nina begint te schateren. Het is half zeven. Haar voorhoofd is afgekoeld, zij is in haar blije element. In haar nek ontwaar ik een pukkeltje. Er zit een blaasje op. Ik vermoed een waterpokje. Zij heeft nog een heftige dag voor zich, denk ik zomaar. Ikzelf voel me nu al tamelijk verrot, overigens. Gelukkig is er de rozijnenpot, onze fruitige redder in rampzalige dagen.

 

Gijs Lauret

Letter gepoept

Letter gepoept 1“Papa, kom eens kijken! Nu! Kom eens kijken! Nuhu!” Dat kunstje beheerst een beetje kleuter uitstekend. Exclusief alle aandacht opeisen terwijl het extreem niet uitkomt. Terwijl een hongerige dreumes jengelend aan je onderbenen hangt, de hoopvolle ogen omhoog gericht. Terwijl je finaal overprikkeld poogt iets vreetbaars te koken.

“PAPA! KOMEN! IK HEB EEN LETTER GEPOEPT! PAPAHAAAAAAA!” Bij de laatste lettergreep schiet haar jonge meisjesstem semihysterisch omhoog. Ik twijfel niet en draai rücksichtslos het gas onder de pastasaus uit. Dit is groot nieuws.

“Ik kom eraan Isa! Ik wil het heel graag zien!” Ik tref mijn oudste dochter staand naast de donkerbruin geurende toiletpot, modieus spijkerbroekje op de ranke enkels. Haar gezichtsuitdrukking verraadt gepaste trots.

“Wow, fantastisch! Schitterende letter joh! Wat is dat voor letter, Ies?” Zij spreidt haar armen ten plafond.

“Dat weet ik niet”, zegt ze op besliste, wijsneuzerige toon.

“Eens denken, Ies. Is dat misschien… de -p van poep?” Ik zeg je eerlijk: hij lijkt er echt op. Fikse bruinsliert met een rondje eraan.

Letter gepoept 2“Ja, dat is het papa! Ok. Nu heb je het gezien. Ga nu maar weg papa, ik moet m’n billen afvegen. Doe de deur maar dicht, papa.” Gedwee gehoorzaam ik onze nieuwe toiletbaas. En luister haar stiekem af op de gang. Kleine Nina trommelt zachtjes op de pleedeur.

“De -p van poep, de -p van poep, ik heb de -p van poep gepoept. Lalala. De -p van poep”, zingt Isa opgetogen.

“Lukt het allemaal, Isa?” vraag ik na luttele minuten.

“Ja, PAPA! Niet bemoeien. Je bemoeit altijd. Ik kan het zelf.” Ik weet niet waar in mijn eigen gebrekkige ontwikkeling het misging, maar ik geniet van haar als ze zo verongelijkt doet. Isa trekt door. Ze is een trotse vader rijker. Ze heeft een letter gepoept.

 

Gijs Lauret

Dood

Dood 1“Ik ga lekker grote mensen schieten, papa! Met een pistool!” roept Isa uitgelaten. Prompt frons ik mijn vaderlijke opvoedingswenkbrauwen.

“Schieten is heel erg hoor, Ies”, probeer ik haar hardop van een eerste liquidatie te weerhouden.

“Ja papa, maar ik doe alleen alsof”, haast zij zich mij gerust te stellen.

“Oké, schat. Gelukkig maar. Want van schieten kun je doodgaan, dat weet je toch?”

“Schieten doen alleen ridders, toch papa?” vraagt zij met haar grote bruine ogen.

“Schieten doen soldaten, in de oorlog. En sommige gevaarlijke boeven. Die schieten tegen andere boeven, of tegen de politie.” Ze kijkt me doordringend aan.

“Maar dood vind ik niet leuk, papa. Dan word ik verdrietig, dan moet je onder een steen. En dan moet ik heel erg huilen onder de steen.” Onmiddellijk krijg ik een week gevoel in mijn buik en sla mijn arm om haar middel.

“Lieverd, als je dood bent kun je niet meer huilen. Dan is het net of je slaapt. Voor altijd. En dan word je niet meer wakker.” Ik druk een zachte kus op haar voorhoofd. Zij houdt haar blik gericht op de houten vloer.

Dood 2“Maar ik vind dood heel erg papa, dan ga ik wel huilen onder de steen”, zegt zij beteuterd. De dood is nogal abstract. Geen eenvoudige materie voor een vierjarige. Ik slik een opkomende traan weg. Het raakt me dat mijn kleine dropsleutel dit zo beleeft. Ik wil haar zo graag geruststellen.

“Jij gaat nog lang niet dood, lieve schat. En papa, mama en Nina ook niet. Pas als we heel oud zijn, dan gaan we dood. Dat is nog lang niet.” Haar gezicht klaart op en ze rukt zich los uit mijn liefdevolle wurggreep.

“Kom papa, we gaan met het legokasteel spelen! Lekker de ridders in de gevangenis doen. En ik wil kerstkransjes eten, heel veel kerstkransjes! De hele dag!” Ze lacht breeduit. De dood is ver weg.

 

Gijs Lauret

Flikker

FlikkerEen woonomgeving voor mensen met dementie is zo slaapverwekkend nog niet. Er gebeurt altijd wat. Soms verdrietig, bij wijlen vertederend. Dikwijls verrassend en af en toe gewoonweg hilarisch. Vandaag wandel ik rond koffietijd een gemoedelijke huiskamer binnen. Mevrouw Vreeswijk vindt haar koffie veel te heet. Dat vertelt ze op samenzweerderige toon aan Lucie, de verzorgende naast haar. Dan verschijn ik in haar blikveld. Mevrouw Vreeswijk kijkt fel uit haar heldere ogen.

“Hee!” roept zij op scherpe toon.

“Hele goedemorgen mevrouw Vreeswijk, is het druk vandaag?” vraag ik nonchalant. Mevrouw Vreeswijk heeft met haar man een bakkerij gehad. Zij denkt vaak dat zij er nog werkt.

“Druk? Niks druk! Jij! Jij bent een flikker!” Lucie proest hardop. Haar onhoudbare lach smoort in het vuistje. Mevrouw Vreeswijk heeft haar kleine hartje op de giftige tong. Het heeft wel wat, als je ertegen bestand bent.

“Ben ik een flikker? Dat is verrassend, mevrouw Vreeswijk. Dan weet u meer dan ik”, antwoord ik goedgeluimd.

“Wat? Grote pik?” Mevrouw Vreeswijk is hardhorend, dat had ik nog niet verteld. Haar blauwe ogen spuwen vuur. Ze vervolgt haar tirade.

“Zeg jij dat IK een flikker ben?! Ha! Ik ben hoogstens een flikkerin.” Ze drinkt haar koffiekopje in één grote teug leeg. Zo heet was het kennelijk niet.

“Flikkerin! U hebt me weer een nieuw woord geleerd. Fijne dag, mevrouw Vreeswijk!” Minachtend kijkt ze me na.

“En toch is het een lieve jongen hoor”, hoor ik haar hardop fluisteren richting haar buurvrouw. Mevrouw Van Gelder antwoordt met een afwezige glimlach.

 

Gijs Lauret

 

PS Namen in dit verhaaltje zijn gefingeerd.

Verbouwen

Via mijn Amerikaanse afluistervriendjes van de NSA onderschepte ik van de week deze bizarre mailwisseling:

 

>> Op 4 dec. 2014, om 16:21 heeft Jansen, Tess <t.jansen@helmond.nl<mailto:t.jansen@helmond.nl >> het volgende geschreven:
>>
>> Beste buren,
>>
>> Per 1 februari 2015 gaan Raoul en ik samenwonen op de Nieuwstraat 22. Raoul heeft de huur van zijn huisje in de Achtersteeg opgezegd. We hebben er keiveel zin in, blaken van de positieve energie en hebben besloten de boel maar eens flink te gaan verbouwen. Aan de achterkant willen we een mooie uitbouw neerzetten. Dat zal ook helpen tegen de geluidsoverlast, want we gaan stevig beton gebruiken. Want Martin en Luisa, we kunnen jullie ruzies letterlijk horen (niet verstaan, want mijn Spaans is slecht hoor). Hoe dan ook. Als straks de boel is opgeknapt, hebben we gee nlast meer van elkaar! Joepie! Begin januari staan de bouwmannen klaar!

>> Mochten jullie nog vraagjes hebben ergens over, mail eventjes of steek gezellig even je kop om de deur.
>>
>> Met vriendelijke groeten,
>>

>> Tess en Raoul
>>
>>
>> Met vriendelijke groeten,
>>
>> Tess Jansen
>> Resource Consultant Gemeente Helmond
>> Molenstraat 82
>> 5704 NH Helmond
>> tel: 0492-837510 (ma t/m vr 8.00 – 16.00 uur)

>> ________________________________
>> Van: Peter Beurs [Peter.Beurs@planet.nl]
>> Verzonden: donderdag 4 december 2014 16:39
>> Aan: Jansen, Tess
>> CC: Aimée Droogbrood; frankgullit@gmail.com; ericvangalen@hetnet.nl; ikweetallesbeter@kpn.nl; Aad Van Tussen; martinvazquez@tapas.es; Hansvandort@yahoo.com; Tim.kamphuis@hotmail.com; Tim Perenberg; Schaap, Anne-Wil; lgarcia@tapas.es; Noortje; pauladejong@yahoo.com; Griet Slager
>> Onderwerp: Re: Nieuwstraat 22
>>
>> Beste Tess,
>>
>> Gefeliciteerd met je samenwoonplan. Samenwonen is leuk. Echt waar, ik doe het al jaren. Dat verbouwplan gaat helaas zomaar niet. Formele toestemming van de Vereniging van Eigenaren is een wettelijk vereiste om de door jou gewenste verbouwing haar beslag te laten krijgen. Het zou zelfs zomaar kunnen dat wij allen individueel toestemming dienen te vragen aan onze hypotheekverstrekkers, aangezien de waarde van de appartementen beïnvloed kan worden door jouw investering. Maar daarvoor zou ik even in de reglementen moeten snuffelen.

>>
>> Ik wil niet dwarsliggen of lastig zijn hoor Tess, maar zo zijn de regels. Echt waar. Je moet het er eerst met de Vereniging over hebben.
>>
>> Groet
>> Peter
>>
> Op 4 dec. 2014 om 18:51 heeft “Schaap, Anne-Wil” <a.schaap@helmond.nl> het volgende geschreven:
>
>> Beste Tess en Raoul,
>>
>> Wat leuk dat jullie gaan samenwonen. Ook al ken ik jullie niet, ik gun het jullie van harte. Ook mij bevalt het al jaren goed.
>> Aangezien ik niet alleen jullie maar ook de andere geadresseerden niet ken is het wellicht goed mij uit deze maillist te halen. Ik woon trouwens ook heel ergens anders 🙂
>>
>> Met vriendelijke groet,
>>
>>
>> Anne-Wil Schaap
>> Opperbureaumanager Gemeente Helmond
>> Achterom 34
>> 5704 MH, Helmond
>> 06-44466123
>>

Op 4 dec. 2014, om 23:57 heeft Aad Van Tussen <tussenaadje@yahoo.com> het volgende geschreven:

> Beste Anne-Wil,
>
> Eerlijk gezegd vind ik het juist gezellig dat je er bent. Ook al ken ik je niet en ken ik de andere geadresseerden wel, kapot jammer dat je je uit deze lijst wilt laten verwijderen 😉
>
> Hartelijke groeten,
>
> Aad Van Tussen
> Vrolijk samenwoner
>
> Verstuurd vanaf mijn iPhone
________________________________________
Van: Peter Beurs [Peter.Beurs@planet.nl]
Verzonden: vrijdag 5 december 2014 3:28
Aan: Aad Van Tussen
CC: Schaap, Anne-Wil; Jansen, Tess; Aimée Droogbrood; frankgullit@gmail.com; ericvangalen@hetnet.nl; ikweetallesbeter@kpn.nl;martinvazquez@tapas.es; Hansvandort@yahoo.com; Tim.kamphuis@hotmail.com; Tim Perenberg; lgarcia@tapas.es; Noortje; pauladejong@yahoo.com; Griet Slager
Onderwerp: Re: Nieuwstraat 22

Beste Anne-Wil,

De woorden van Aad zijn mij uit het hart gegrepen. Waarom vluchten uit deze maillijst? Zullen we anders eerst kennismaken, glaasje alcoholvrije prosecco erbij, kaasje. Ik ga je uitnodigen voor de volgende vergadering van de Vereniging van Eigenaren!
Groet
Peter
 

Van: Schaap, Anne-Wil
Verzonden: vrijdag 5 december 2014 9:12
Aan: Aad Van Tussen
CC: Beurs, Peter; Jansen, Tess; Aimée Droogbrood; frankgullit@gmail.com; ericvangalen@hetnet.nl; ikweetallesbeter@kpn.nl;martinvazquez@tapas.es; Hansvandort@yahoo.com; Tim.kamphuis@hotmail.com; Tim Perenberg; lgarcia@tapas.es; Noortje; pauladejong@yahoo.com; Griet Slager
Onderwerp: Re: Nieuwstraat 22

Nou zeg, wat zijn jullie lief! Ik kan het bijna niet aan. Mocht ik nog eens gaan verhuizen dan zal ik de Nieuwstraat (in welke gemeente is dat in Godsnaam?!) zeker in overweging nemen
De vergadering sla ik denk ik toch maar af maar bedankt voor de uitnodiging!

Groet,

Anne-Wil Schaap
Opperbureaumanager Gemeente Helmond
Achterom 34
5704 MH, Helmond
06-44466123

 
Van: Tess Jansen
Verzonden: vrijdag 5 december 2014 9:14
Aan: Schaap, Anne-Wil
CC: Aimée Droogbrood; frankgullit@gmail.com; ericvangalen@hetnet.nl; ikweetallesbeter@kpn.nl; Aad Van Tussen; martinvazquez@tapas.es; Hansvandort@yahoo.com; Tim.kamphuis@hotmail.com; Tim Perenberg; Beurs, Peter; lgarcia@tapas.es; Noortje; pauladejong@yahoo.com; Griet Slager
Onderwerp: Re: Nieuwstraat 22

Ik ben helemaal klaar met jullie allemaal. Anne-Wil, je kent me wel. Ik ben de collega die jij gisteren aan de telefoon ‘zeikwijf’ noemde omdat je vond dat ik teveel vragen stelde. En inderdaad, het is stomvervelend dat je in deze maillijst zit. Maar als je het zo gezellig vind hier, dan ga jij hier toch lekker wonen!

Want Peter ik ben ook klaar met jou eeuwige mieregeneuk en op alle slakken kots leggen, bah! Dan ga ik toch lekker niet verbouwen. Rot allemaal lekker op Aad met je domme gelul. Echt . Verder zeg ik niks want mijn advocaat gaat jullie allemaal hard te grazen nemen

Tess

 

Gijs Lauret