Gijs Lauret

Alledagsverhaaltjes, amateurvoebel, Ajax enzo, Het Vijftiende

Verbouwen

Via mijn Amerikaanse afluistervriendjes van de NSA onderschepte ik van de week deze bizarre mailwisseling:

 

>> Op 4 dec. 2014, om 16:21 heeft Jansen, Tess <t.jansen@helmond.nl<mailto:t.jansen@helmond.nl >> het volgende geschreven:
>>
>> Beste buren,
>>
>> Per 1 februari 2015 gaan Raoul en ik samenwonen op de Nieuwstraat 22. Raoul heeft de huur van zijn huisje in de Achtersteeg opgezegd. We hebben er keiveel zin in, blaken van de positieve energie en hebben besloten de boel maar eens flink te gaan verbouwen. Aan de achterkant willen we een mooie uitbouw neerzetten. Dat zal ook helpen tegen de geluidsoverlast, want we gaan stevig beton gebruiken. Want Martin en Luisa, we kunnen jullie ruzies letterlijk horen (niet verstaan, want mijn Spaans is slecht hoor). Hoe dan ook. Als straks de boel is opgeknapt, hebben we gee nlast meer van elkaar! Joepie! Begin januari staan de bouwmannen klaar!

>> Mochten jullie nog vraagjes hebben ergens over, mail eventjes of steek gezellig even je kop om de deur.
>>
>> Met vriendelijke groeten,
>>

>> Tess en Raoul
>>
>>
>> Met vriendelijke groeten,
>>
>> Tess Jansen
>> Resource Consultant Gemeente Helmond
>> Molenstraat 82
>> 5704 NH Helmond
>> tel: 0492-837510 (ma t/m vr 8.00 – 16.00 uur)

>> ________________________________
>> Van: Peter Beurs [Peter.Beurs@planet.nl]
>> Verzonden: donderdag 4 december 2014 16:39
>> Aan: Jansen, Tess
>> CC: Aimée Droogbrood; frankgullit@gmail.com; ericvangalen@hetnet.nl; ikweetallesbeter@kpn.nl; Aad Van Tussen; martinvazquez@tapas.es; Hansvandort@yahoo.com; Tim.kamphuis@hotmail.com; Tim Perenberg; Schaap, Anne-Wil; lgarcia@tapas.es; Noortje; pauladejong@yahoo.com; Griet Slager
>> Onderwerp: Re: Nieuwstraat 22
>>
>> Beste Tess,
>>
>> Gefeliciteerd met je samenwoonplan. Samenwonen is leuk. Echt waar, ik doe het al jaren. Dat verbouwplan gaat helaas zomaar niet. Formele toestemming van de Vereniging van Eigenaren is een wettelijk vereiste om de door jou gewenste verbouwing haar beslag te laten krijgen. Het zou zelfs zomaar kunnen dat wij allen individueel toestemming dienen te vragen aan onze hypotheekverstrekkers, aangezien de waarde van de appartementen beïnvloed kan worden door jouw investering. Maar daarvoor zou ik even in de reglementen moeten snuffelen.

>>
>> Ik wil niet dwarsliggen of lastig zijn hoor Tess, maar zo zijn de regels. Echt waar. Je moet het er eerst met de Vereniging over hebben.
>>
>> Groet
>> Peter
>>
> Op 4 dec. 2014 om 18:51 heeft “Schaap, Anne-Wil” <a.schaap@helmond.nl> het volgende geschreven:
>
>> Beste Tess en Raoul,
>>
>> Wat leuk dat jullie gaan samenwonen. Ook al ken ik jullie niet, ik gun het jullie van harte. Ook mij bevalt het al jaren goed.
>> Aangezien ik niet alleen jullie maar ook de andere geadresseerden niet ken is het wellicht goed mij uit deze maillist te halen. Ik woon trouwens ook heel ergens anders 🙂
>>
>> Met vriendelijke groet,
>>
>>
>> Anne-Wil Schaap
>> Opperbureaumanager Gemeente Helmond
>> Achterom 34
>> 5704 MH, Helmond
>> 06-44466123
>>

Op 4 dec. 2014, om 23:57 heeft Aad Van Tussen <tussenaadje@yahoo.com> het volgende geschreven:

> Beste Anne-Wil,
>
> Eerlijk gezegd vind ik het juist gezellig dat je er bent. Ook al ken ik je niet en ken ik de andere geadresseerden wel, kapot jammer dat je je uit deze lijst wilt laten verwijderen 😉
>
> Hartelijke groeten,
>
> Aad Van Tussen
> Vrolijk samenwoner
>
> Verstuurd vanaf mijn iPhone
________________________________________
Van: Peter Beurs [Peter.Beurs@planet.nl]
Verzonden: vrijdag 5 december 2014 3:28
Aan: Aad Van Tussen
CC: Schaap, Anne-Wil; Jansen, Tess; Aimée Droogbrood; frankgullit@gmail.com; ericvangalen@hetnet.nl; ikweetallesbeter@kpn.nl;martinvazquez@tapas.es; Hansvandort@yahoo.com; Tim.kamphuis@hotmail.com; Tim Perenberg; lgarcia@tapas.es; Noortje; pauladejong@yahoo.com; Griet Slager
Onderwerp: Re: Nieuwstraat 22

Beste Anne-Wil,

De woorden van Aad zijn mij uit het hart gegrepen. Waarom vluchten uit deze maillijst? Zullen we anders eerst kennismaken, glaasje alcoholvrije prosecco erbij, kaasje. Ik ga je uitnodigen voor de volgende vergadering van de Vereniging van Eigenaren!
Groet
Peter
 

Van: Schaap, Anne-Wil
Verzonden: vrijdag 5 december 2014 9:12
Aan: Aad Van Tussen
CC: Beurs, Peter; Jansen, Tess; Aimée Droogbrood; frankgullit@gmail.com; ericvangalen@hetnet.nl; ikweetallesbeter@kpn.nl;martinvazquez@tapas.es; Hansvandort@yahoo.com; Tim.kamphuis@hotmail.com; Tim Perenberg; lgarcia@tapas.es; Noortje; pauladejong@yahoo.com; Griet Slager
Onderwerp: Re: Nieuwstraat 22

Nou zeg, wat zijn jullie lief! Ik kan het bijna niet aan. Mocht ik nog eens gaan verhuizen dan zal ik de Nieuwstraat (in welke gemeente is dat in Godsnaam?!) zeker in overweging nemen
De vergadering sla ik denk ik toch maar af maar bedankt voor de uitnodiging!

Groet,

Anne-Wil Schaap
Opperbureaumanager Gemeente Helmond
Achterom 34
5704 MH, Helmond
06-44466123

 
Van: Tess Jansen
Verzonden: vrijdag 5 december 2014 9:14
Aan: Schaap, Anne-Wil
CC: Aimée Droogbrood; frankgullit@gmail.com; ericvangalen@hetnet.nl; ikweetallesbeter@kpn.nl; Aad Van Tussen; martinvazquez@tapas.es; Hansvandort@yahoo.com; Tim.kamphuis@hotmail.com; Tim Perenberg; Beurs, Peter; lgarcia@tapas.es; Noortje; pauladejong@yahoo.com; Griet Slager
Onderwerp: Re: Nieuwstraat 22

Ik ben helemaal klaar met jullie allemaal. Anne-Wil, je kent me wel. Ik ben de collega die jij gisteren aan de telefoon ‘zeikwijf’ noemde omdat je vond dat ik teveel vragen stelde. En inderdaad, het is stomvervelend dat je in deze maillijst zit. Maar als je het zo gezellig vind hier, dan ga jij hier toch lekker wonen!

Want Peter ik ben ook klaar met jou eeuwige mieregeneuk en op alle slakken kots leggen, bah! Dan ga ik toch lekker niet verbouwen. Rot allemaal lekker op Aad met je domme gelul. Echt . Verder zeg ik niks want mijn advocaat gaat jullie allemaal hard te grazen nemen

Tess

 

Gijs Lauret

Mounir en Henk

Weet je wat ik dus echt nooit doe? Bij een supermarkt voor de deur gaan staan. En daar dan een beetje kansloos wachten tot ie ooit eens een keer opengaat. Volkomen debiel vind ik dat. Vandaag doe ik het toch. Dat is voor het eerst, ik vind het belangrijk dat je dat van me aanneemt. Ik zweer op mijn postzegelverzameling dat dit voor het eerst is. Ik ga nu niet uitleggen waarom ik hier sta te staan. Gecompliceerde samenloop van doffe ellende.

Mounir en HenkMet een stel volstrekt uitgekakte figuren sta ik hier bij de Dirk, supermarkt voor de allergewoonste man. Glazig staren, dat doen we, de uitgekakte figuren en ik. De een koekeloert nog comateuzer dan de ander, verzonken in een ongetwijfeld armoedige binnenwereld. De binnenwereld van het overdreste kantoorlulletje rozenwater schat ik overigens het armoedigst in. Er komt een jeugdige man aan lopen. Hip 2015-baardje, het donkere haar symmetrisch opgeschoren. Staat hem goed. Snelle kleding, zelfverzekerde tred. Hij stapt doelgericht naar de supermarktdeurbel. Zo kan het ook. Je kunt doods voor je uit turen als je boodschappen wilt doen. Dat kan. Maar je kunt ook gewoon bij die dichte toko aanbellen.

We horen twee intense zuchten uit de deurbel. “Jahaa?” kreunt een knorrige herenstem, die zo te horen thuis te weinig aandacht krijgt.

“Hee man, het is negen uur geweest, je moet open!” roept de ontspannen Mocro lachend tegen de deurbel. Dat gassie heeft ballen hoor. Hij wijst daar effe knetterhard de Dirk terecht.

“Relaxt dat er iemand nog een beetje assertief is, wij staan hier maar glazig te kijken”, zeg ik tegen hem.

“Tuurlijk, altijd ouwe!” antwoordt hij stoer. Er komt een spierwitte meneer naar de deur. Zijn tot schaafwondjes toe geschoren vijftigplus gezicht staat op onweer. Als dat de bedrijfsleider niet is (dan eet ik mijn hoed op). Van binnenuit draait hij het slot open.

“Mounir man, godverdomme, ga eens werken. Je bent veel te laat”, bromt hij.

“Ja gappie, dat WEET ik toch!” lacht Mounir. “Als JIJ op tijd de deur opendoet, kom ik niet te laat hoor, Henk!” Henk draait zich om en zwijgt zo hard als hij kan.

 

Gijs Lauret

Mond open, papa!

Mond open, papa! 1Nina, je bent een heerlijke kleine draak. Zevenenvijftig op de zestig minuten met jou zijn een ongeëvenaard feest. Samen in onze handjes klappen. Grenzeloos papa’s blokkentorens omsodemieteren en in onhoudbaar schaterlachten uitbarsten. Minutieus een losse schoenveter onderzoeken. Ik geniet van je. En jij? Jij lacht je dolvrolijke mondhoeken uit je perzikfijne babygezichtje.

Mond open, papa! 2Die drie op de zestig minder feestelijke minuten zijn dikwijls gedurende jouw hoogstaande nachtbraken, of anders tijdens de gezamenlijke maaltijd. Vanochtend openbaart zich je vastberaden eigenwijsheid, die je overigens niet van mij kunt hebben. Je zit luidkeels naast me te brullen in je blauwe kinderstoel. Je accepteert van mij nog geen druppel water, laat staan een hapje yoghurt. Ik zet het bakje zuivel met lepeltje voor je eigengereide neusje. Je bent kortstondig stil en bestudeert het halfvolle bakje. Plotseling stomp je je driftige handje erin en zwaai je geagiteerd met je kleine vuistje. Talrijke kledders witte rommel petsen op mijn katoenen trui en de eikenhouten vloer. Ik onderdruk een desperate woedeaanval; die zal immers niet bijdragen aan de wereldvrede. Je jankt loeiend verder en kijkt me onderwijl ziedend en wanhopig aan. “Wat kijk je nou? Zit ik hier in die blauwe luldebehangstoel! Waarom doe je dan niks, ouwe lamzak?!” Zo’n blik.

Mond open, papa! 3Uit pure radeloosheid neem ik je op schoot. Prompt overheerst de vreedzame stilte. Stel dat je nu gaat eten, dan kan deze sensationele vroege morgen niet meer stuk. Je mag zelf het kinderlepeltje vasthouden, maar je lieflijke mondje blijft gesloten als Teevens Nederland voor met de dood bedreigde asielzoekers. Prima, neem je tijd. Ik zie mijn twee andere lieve vrouwen gemoedelijk hun ochtendhavermout oplepelen, als ik spontaan een knetterharde klap op mijn bek voel. “Au!” roep ik oprecht geschrokken. Je kijkt me verbouwereerd aan, met je grote donkere ogen. Je knalde zomaar een metalen lepeltje in mijn gezicht (overigens ooit door mij gejat van Singapore Airlines). Mijn kin heb je een modieus yoghurtbaardje gegeven. Papa heeft het weer eens ultiem verkeerd begrepen. Niet jij, maar ik moet eten. En jij bepaalt wanneer. Zo gaat dat hier. We nemen beurtelings een hapje yoghurt. Door jouw haperige motorische coördinatie worden we opwindend wit geschminkt. Na vijf minuutjes is je bakje leeg.

 

Gijs Lauret

Dave en de libel

Dave en de libelVanuit mijn slaapdronken kantoortje kijk ik uit op een zinderende rode dakrand. Op de zinderende rode dakrand staat een antenne, maar de bestaansreden van dat ding ontgaat mij volledig. Op de mysterieuze antenne zit een schijnbaar passieve libel. Een duf half uur later zit het slome insect er nog steeds. Dit kan ik niet voor mezelf houden. Ik stiefel naar mijn doorgaans ingeslapen buurman, een werkhok verderop. Hij zit traditiegetrouw stijf ineengedoken achter zijn verouderde pc, opgaand in veel belangrijks. Na mijn beheerste, maar toch niet geruisloze binnenkomst blijft hij bewegingloos zitten, op zijn driftig tikkende vingers na.

“Hee man, moet je eens naar de overkant kijken. Die libel daar op de antenne. Die zit er gewoon al een half uur hè!” Hij zit nog twee seconden in RSI-stand en springt vervolgens op alsof zijn ergonomische bureaustoel stante pede is veranderd in een opgestookte barbecueset.

“Echt?!” roept Dave ongelovig.

“Ja man! Fascinerend toch? Een echte libel!” In mijn onbevangen enthousiasme laat ik me een tikkeltje gaan.

“Kijk, kijk! Hij vliegt zomaar weg!” roept Dave.

“Ga eens aan de kant man, ik zie niks zo. Ja, nu is ie inderdaad weg, ja.” Ik had mijn libel persoonlijk willen uitzwaaien. Dat ontzegt hij me nu, met zijn dikke reet.

“Waarom zou dat beest daar gaan zitten?” Voor de tweede keer in vier jaar collegaschap heb ik de raadselachtige interesse van Dave gevangen. De eerste keer was toen ik vertelde over een verre oom die in Argentinië werd overreden door een tractor. Over de tractor werd gezegd dat Jorge Zorreguieta daarin zijn echtgenote ten huwelijk had gevraagd.

“Daarvandaan kan ie goed loeren, op kleine vliegjes. Het zijn vleeseters volgens mij.” Dat gok ik.

“Houden ze niet van bloemetjes?” vraagt Dave sceptisch.

“Weet ik niet.” Net nu ik mij heb neergelegd bij een vertrek zonder persoonlijk afscheid, keert de libel terug naar zijn antenne.

“Hee, hij is weer terug. Trouwens, je stinkt godsgruwelijk uit je gore bek. Wat voor rottende troep heb jij toch achter je kiezen. Mijn arbeidsproductiviteit lijdt hieronder. Als de directeur dat hoort, heb jij echt een probleem. Zou je er niet iets aan doen?” Je zou denken dat Dave me nu poogt te beledigen, maar dat is niet zo. Hij is gewoon nogal direct in zijn constateringen. De vraag om iets aan mijn mondgeur te doen is voor hem een doodnormaal verzoek. Sterker: het is een goedbedoeld advies. Gevoel voor subtiliteit heeft Dave nooit gehad, maar ik vermoed dat hij gelijk heeft. Ik kan immers niet ongestraft hele knoflooktenen blijven eten. Funeste gewoonte van me. Dave kijkt me verwachtingsvol aan. Denkt hij dat ik nu mijn mondspray tevoorschijn tover en nederige excuses aanbied ofzo? Ik doe een half stapje naar voren en laat een luide boer in zijn ongeschoren gelaat, een boer zo langdurig dat je het alfabet erin zou kunnen opzeggen. Dave houdt zijn gezicht strak in de plooi.

“Lekker. Dank je. Eigenlijk hoopte ik al jaren dat je dat ooit zou doen”, zegt hij en neemt weer als versteend ineengedoken plaats achter zijn bureau. De libel vertrekt. Hij heeft een smakelijk vliegje gezien.

 

Gijs Lauret

 

PS Ben je een collega van me? Je begrijpt dan wel dat het bovenstaande voor 95% verzonnen is, hè. Dave bestaat niet. De dakrand en de antenne op de foto bestaan wel.

Magisch is de Napolitaanse suiker

Magisch is de Napolitaanse suikerMagisch is de Napolitaanse keuken. We worden alhier gevieren wild van hemelse pizza’s met dunne bodems, smaakvolle pomodores en vogelvrije knoflooktenen bij magnifieke melanzane. Getweeën (beide volwassenen) kwijlen we van buitengewone espressoshotjes. Het kan snel gaan in het raadselachtige leven. Tot voor een paar uurtjes vond ik espresso een bitter bakje hopeloze ellende. Inconsistenties maken de man.

De Napolitaan kent één bloedhinderlijke keukengewoonte. Hij strooit te pas maar vooral te onpas met mierzoete pleurisrommel. Een muizenhapje uit zo’n gecaramelliseerd croissantje en geen kies woont nog stabiel in je spontaan wegrottende kaak. Dat zogenaamd mediterrane dieet is ver heen; de gemiddelde tailleomvang op straat is schrikbarend en ik kan mij niet inbeelden dat die suikerverslindende wezens hier vaak de tachtig aantikken. Menig vertederde trattoriachef doneert melktandverwoestende lolly’s en gezondheidsondermijnende kandijkoekjes aan onze lieflijke kindertjes. Getweeën kwijlen zij er meterslange speekselslierten van. Zou het hondsdolle consternatiebureau dit zien, dan stuurden zij subiet de levensgevaarlijke jeugdzorg op ons hulpeloze dak. Er zijn er die voor minder het ouderlijk gezag werd ontzegd.

Magisch is de Napolitaanse suiker 2We hangen prinsheerlijk gezapig op een zonnig terras. Ik signaleer een opvallend vochtig, opengereten suikerzakje. De gewelddadige aard van de suikerzakjesverwondingen doet inspecteur Lauret vermoeden dat hier een ondeugend kleutergebitje aan het werk is geweest. Daarbij is suiker verslavend en voorvoel ik enige suikercraving bij een specifiek persoon.

“Zeg Isa, wat is er met dit suikerzakje gebeurd?” vraag ik jolig. Ze trekt haar wenkbrauwen op en houdt een schalks lachje niet in.

“Niks.” Ze durft me aan te kijken en voelt zich dus niet terechtgewezen.

“Niks? Waarom is het dan open, en zo nat?” Ze haalt haar sierlijke schoudertjes op en kijkt of haar stiekeme neus bloedt.

“Heb jij lekker met je mondje aan het suikerzakje gerommeld, lieve Isa?” Nu is haar ondeugende glimlach onstuitbaar.

“Nee joh papa, dat zakje is gewoon opengewaaid, man!” Een krasse verklaring die alleen een onverbeterlijk addict verzinnen kan. Ons denderende lachsalvo vult de hilarische ochtendlucht. Een zeldzaam bedaagde Italiaan kijkt geërgerd. Wij verstoren zijn zondagsrust.

 

Gijs Lauret

Kinderboekenweek, leeuw in bibliotheek

Kinderboekenweek, leeuw in bibliotheek 1Al eventjes kijk ik er reikhalzend naar uit. Vandaag gebeurt het. In deze dolvrolijke Kinderboekenweek mag ik, maatschappelijk tot over mijn olijke oren betrokken, knus voorlezen bij Isa in haar kleuterklas. Op het schoolplein zien we de directeur al onder de platanen staan. Zij zegt alle toegewijde ouders en brave kindjes keurig gedag.

“Kijk papa, daar is de conducteur!” legt Isa uit. Haar kleine zusje Nina glimlacht breeduit naar de muren van de school.

Naast Nina en Isa ontvoer ik drie fantastische take-away kleuters naar een rustig klaslokaaltje. Zij vinden iets van mij. Daarover laten zij geen enkel misverstand bestaan.

“Jij bent NUL jaar! En jij bent een baby!” wordt mij verteld. Jemig, dit begint schokkend.

“O jee. Dat wist ik niet. Maar als ik een baby ben, kan ik dus niet lopen. Gaan jullie me dragen dan?” vraag ik bangig.

“NEE!” lacht het strenge gezelschap in koor.

Kinderboekenweek, leeuw in bibliotheek 2We lezen een bijzonder boekje over een leeuw in een bibliotheek. Er is een angstige bibliothecaris en een autoritaire bibliotheekbazin. En een brullende leeuw, uiteraard de dappere held van het verrassende verhaaltje. De aandachtsspanne van kleuters is beperkt, zo blijkt al vlug.

“Mag ik haar op schoot?” wordt me iedere minuut gevraagd, terwijl Nina nauwgezet een stoelpoot bestudeert.

“Na het boekje lezen”, antwoord ik steevast.

Als de angstaanjagende leeuw al brullend de ganse bibliotheek terroriseert, brullen wij uit volle borst mee.

“WRAAAAAAAHHH!” Het arme leesclubje verderop verstijft van schrik. Heel even is het stil, maar niet lang.

“Mag ik haar op schoot?”

“Na het boekje lezen.” Mijn opgewekte voorleeskindertjes lijken het overigens volstrekt normaal te vinden, een leeuw in een bibliotheek. Leeuwen heb je in Artis toch ook? Onze bibliotheekleeuw redt de strenge bibliotheekbazin en iedereen leeft nog lang en gelukkig.

“Boe.”

“Boe!” Isa en haar guitige buurjongen tikken elkaar zachtjes op de neus. Beurtelings mogen de voorleeskindertjes Nina op schoot. Ik fungeer als extra veiligheidsgordel en houd haar kleine handjes vast. Het leeuwenboekje is inmiddels vergeten. Dolenthousiast rent het jongeluitjesgezelschap terug naar hun vertrouwde lokaal. Ik ben een gezellige ervaring rijker, hoewel het niet meeviel om de springerige kleuteraandacht bij het leeuwenboekje te houden. Mijn oprechte bewondering voor schooljuffen en meesters stijgt. Je zult zo’n hyperclubje maar bij elkaar moeten houden…

Eenmaal thuis voor de traditionele middagboterham zingt Isa zachtjes een zelf verzonnen liedje:

“Ik vind het zo leuk op school…

Lalalalala…

En ik vind het ook een beetje eng soms…

Lalalalala…

Maar ja dat komt ook goed…”

 

Gijs Lauret

Stadion van papa

Stadion van papa 1Zondagochtend doet haar uiterste best, de nazomerzon schittert. Mijn drie beminde vrouwen en ik zitten in lijn 54 richting Gein. Isa eist stante pede een ijsje want het is zulk mooi weer. Iedere vijf seconden verzint ze er een pro-ijsjesargument bij. Daar heb ik huizenhoog tabak van en daarom wijs ik tussen halte Strandvliet en Bijlmer Arena uit het raam.

“Ies, zie je wat dat is?” Isa kijkt langs een sikkeneurige mevrouw, die als een depressieve zoutzak in ons beeld zit. Ze zet grote ogen op.

“Jaaaa! Het sta-di-on!” Zij priemt haar wijsvingertje richting de sikkeneurige mevrouw. De sikkeneurige mevrouw merkt dit zichtbaar op, maar blijft onbewogen voor zich uit sikkeneuren. Er kan nog geen sikkeneurig glimlachje af.

“Van wie is het stadion, Isa?” vraagt mama.

“Van papa!” roept zij overtuigd. Kijk, zo hoor ik het graag.

“Haha, je bent een leukerd, Isa. Het stadion is toch niet van mij? Het is van Ajax, toch?” We staan intussen met dichtgeknepen neus in de urinegeurige lift van station Bijlmer Arena.

“Is het van Ajax, papa? Maar ga jij daar dan altijd voetballen? Met Koen en met BVJHEDVW?” (Ter info: ik heb een vorstelijk spelerscontract bij amateurvoetbalvereniging WV-HEDW.)

“Nee, lieverd. Ajax voetbalt daar. Weet je wel, dan staat Frank de Boer naast het veld naar de spelers te roepen. En dan vertelt Tom Egbers dat op televisie.” Ik poog een context te scheppen.

“Maar gaat Ajax daar dan alleen voetballen?” Het lukt nog niet helemaal, dat met die context. Maar Isa wil het concept ‘voetbalstadion’ nader uitdiepen, heeft zij duidelijk besloten.

“Nee, Ajax speelt tegen andere clubs. Soms tegen PSV, of tegen AZ.” Nina heeft ondertussen de wildste pret. Zij resideert op mijn vaderlijke schouders, ramt zo hard haar kleine handjes kunnen op mijn beurse hoofd en kraait het uit. Hooligan.

“AZ! Maar ik vind AZ een leuke naam!” Zachtjes herhaalt Isa voor zichzelf de magische klanken: “AZ… AZ.” Ik vertel verder.

Stadion van papa 2“Dan zijn er heel veel mensen in het stadion. Die gaan dan roepen, voor Ajax. En soms liedjes zingen.” Isa knikt bedachtzaam en zuigt alle informatie als een leergrage spons op, terwijl ze opkijkt tegen de imponerende betonkolos die Amsterdam Arena heet.

“Dat roepen vind ik niet leuk, papa. Dat vind ik schijnbaar stomme herrie. Maar ik vind liedjes zingen bij Ajax leuk!”

“Je mag wel een keertje met mij mee. Wil je dat?”

“Ja! Dat wil ik, dat wil ik. Gezellig.” Isa gaat een keertje mee naar voebel. Mama ziet lijdzaam toe hoe onze oudste mijn hand stevig vastpakt.

 

Gijs Lauret

Grote meneer met een hoed op school

Grote meneer met een hoed op school 2Het is een prille maandagochtend, de klok flirt opzichtig met de zeven. Isa ligt in haar kinderbedje, op haar rechterflank, gedreven duimend, haar trouwe knuffel Oranjemannetje tussen haar vingertjes geklemd. Haar vooralsnog kabbelende leventje verandert voorgoed: Isa gaat vandaag naar school. Haar lichtbruine kijkers turen dromerig, fragmenten groene ochtendprut vullen een ooghoek. Ik plof naast mijn kind neer en streel haar goudblonde haren.”Waar ga je vandaag naartoe?” vraag ik zachtjes naar de welbekende weg.”Naar school”, lispelt ze van achter haar door kinderspeeksel doorweekte duim. Ze glimlacht voorzichtig.

“Heb je er zin in?” Ze knikt weifelend.

“Of vind je het ook een beetje eng?” Ze knikt wederom en kijkt licht bezorgd.

“Dat is niet erg. Ik weet zeker dat je een hele leuke dag hebt vandaag. De juf is lief en er zijn allemaal leuke andere kindjes.” Isa bestudeert haar verrimpelde duim. Ze lijkt gerustgesteld.

Grote meneer met een hoed op school 1Na een lange werkdag ontmoet ik mijn kleine grote liefde weer, uitgeput hangend aan een gedekte eettafel. Duim in haar mondje, blik op oneindig.

“Hoe was het op school lieverd? Ik ben wel heel erg benieuwd!” zeg ik voor mijn doen overdreven enthousiast.

“Leuk”, antwoordt ze kortweg maar stellig.

“Leuk?”

“Ja. Leuk. Ik ging per ongeluk niet in de zandbak spelen”, verhaalt ze cryptisch.

“O ja? Waarom joh?”

“Daar kwam Hendrik, en die ging begraven.”

“Begraven? Is Hendrik een kindje?”

“Nee, dat is een hele grote meneer met een hoed op! Dat vind ik een beetje eng!” Haar stemgeluid schiet zomaar een octaaf omhoog.

“Het is de conciërge”, vult mama aan.

“Maar hij is toch vast wel lief, of niet?” probeer ik een gezellige draai aan dit verontrustende vertelsel te geven.

“Ja, maar hij let heel goed op of de kindjes niks stouts doen. En hij had gezegd ‘Ik ga jou begraven hoor!'”

“Zei hij dat tegen jou dan?”

“Nee, tegen een ander kindje. Maar het was een grapje hoor. Hij ging het niet echt doen. Maar ik vond het wel eng. Zie je wel dat hij eng is?” Ze klinkt als een ware Poetin, zo overtuigd van haar gelijk. Maar dan wel een hele lieve Poetin. We lachen hardop en Isa grinnikt ondeugend mee. Ik realiseer me dat dit adembenemend schrijfmateriaal is en typ enkele steekwoorden op mijn smarttelefoontje. Vriendinlief is, overigens knetterterecht, bepaald niet gecharmeerd van telefoons aan tafel.

“Ga je je telefoon nog wegdoen of hoe zit dat?” Ik hoor een wreedaardige schooljuffrouw en voel me zowat bedreigd aan mijn eigen schafttafel.

“Papa doe je telefoon weg! Nu!” verheft Isa haar stem. Ik heb nu twee vrouwen tegen me en gehoorzaam dus gedwee. Ik kan weer over tot de orde van de maaltijd: Isa motiveren om genoeg te vreten. Dat valt waarachtig niet mee.

 

Gijs Lauret

Gewoon Tom Egbers

Gewoon Tom Egbers

Zondagavond, twee minuten over zeven, Nederland 1.

“Papa, die meneer die staat daar de hele tijd. Die meneer die staat daar de hele tijd bij het voetballen. Wie is dat?”

“Dat is Tom Egbers, Isa.”

“Ja, maar waarom heet ie eigenlijk zo?”

“Tsja. Dat hebben zijn papa en mama eens een keer bedacht. Die vonden het een mooie naam.”

“Maar ik vind het ook een mooie naam!”

“O ja? Wat leuk. Wat vind je er zo mooi aan?”

“Gewoon, Tom Egbers…” (Korte stilte.) “Dat is een beetje net als Tom, de papa van Thomas. En ik ben stiekem verliefd op Thomas.”

Isa sloft naar het raam en kijkt schuin naar links, naar de hoek van de straat. Als Thomas ook voor het raam staat, kan zij naar hem zwaaien.

 

Gijs Lauret

Dementie en tijdloze kinderliefde

Dementie en tijdloze kinderliefde“Papa, is jouw werk in Laren?” vraagt Isa me onderhand wekelijks.

“Inderdaad schat, in Laren, wat weet jij dat goed.” Ze neemt een weloverwogen slokje diksap.

“Maar wat is jouw werk dan, papa?” De wijsneus is vastberaden te doorgronden.

“Ik werk in een huis waar oude mensen wonen. Die mensen zijn een beetje in de war.” Ik heb dit al vaak verteld. Iedere keer kijkt ze me onbegrijpend maar mateloos gefascineerd aan.

“Maar wat is dat dan, jouw werk, papa?” Een psychogeriatrische woonomgeving blijft moeilijk te plaatsen in de woelige belevingswereld van een leergierige kleuter in spe.

“Kom je me binnenkort een keer met mama ophalen? Dan kun je het zien.”

“Ja, papa! Ik wil naar je werk! Ik wil naar je werk!” Mijn lieve dropsleutel trekt een vreugdesprint door de kamer.

Op een zonrijke donderdag staan mijn drie grote liefdes voor de poort van De Stichtse Hof: Isa, kleine Nina en hun moeder. Wie ervaring heeft met mensen met dementie, weet dat contact met kleine kindjes garant staat voor ontroerende momenten. Eenmaal binnen worden wij urgent belaagd door mevrouw Van Berkum. Behalve vergeetachtig is mevrouw Van Berkum slechtziend.

“Weet u of ik hier links moet richting Amersfoort, of…” Op luttele centimeters afstand ontwaart zij de acht maandjes jonge Nina, die haar geïnteresseerd beziet. Een betoverende glimlach verovert het aanvankelijk verbeten gezicht van mevrouw Van Berkum.

“O! Wat een lief jongetje ben jij!” Na deze verrassende waarneming is de glimlach prompt wederzijds.

“En jij bent ook een leuk jongetje!” Ze wijst vreugdevol naar Isa, die haar wenkbrauwen een breuk fronst.

“Mama, ik ben geen jommetje”, fluistert ze verongelijkt.

“Nou. Dag lieve jongens! Ik moet de trein halen. Het is deze kant op, niet?”

We hebben een regelrechte psychogeriatrische damesopstopping veroorzaakt. De ganse gang is gebarricadeerd door een stuk of acht hyperactieve, aaigrage bejaarden. Met haar wijd opengesperde donkere kijkertjes observeert Nina haar enthousiaste publiek. Mevrouw Bergman trekt weinig subtiel aan haar handjes, maar het deert haar niet.

In de gezamenlijke huiskamer treffen we een briesende mevrouw Oosterwijk: “Schandalig! Waar is mijn man? Hij moet nu komen!” Als haar verwoestende blik kon doden was Laren en omgeving nu spontaan geëxecuteerd. Ik denk vernuftig te doen en zet Nina pontificaal voor haar op tafel. Zou het helpen? Even lijkt ze van haar stuk. Dan hervat zij haar rol.

“Nee! Ik moet nu geen kind hebben hier! Alles behalve dat! Ik moet nu even tot rust komen, even tot rust komen.” Dat respecteren wij natuurlijk.

Mevrouw De Jong zit in haar vaste stoel en wacht Nina met open armen op. Met een kraamhulpachtige souplesse pakt mevrouw De Jong mijn kleine draak over. Gevorderde dementie blijkt geen enkele belemmering; een baby op de arm hebben is schijnbaar een tijdloze oerbezigheid.

“O, wat lief! Wat mooi ben jij!” jubelt ze.

“Mag ze bij u logeren, mevrouw De Jong?”

“Logeren? Niks ervan. Kom, wij gaan weg!” Ze kijkt Nina glunderend aan.

“We gaan ervandoor.” Mevrouw de Jong drukt Nina dicht tegen haar borst en lacht vertederd. Dat Nina poogt haar bril op te peuzelen mag de hartstocht niet drukken. Ik geloof dat ik zojuist mijn kind heb weggegeven.

Meneer De Wit kijkt bezorgd, maar draait bij de lieflijke babyaanblik als een blad aan een boom om.

“Hee, hallo, ben jij opa?” vraagt hij lachend. De afasie heeft zijn spraak in een genadeloze houdgreep.

Meneer Jansen heeft vooral oog voor detail: “Kijk, kijk! Wat een schitterende wijsvinger heeft ze! Prachtige wijsvinger!”

Een woongemeenschap voor mensen met dementie is geen pretpark, maar vreugde bestaat er. Op weg naar huis evalueer ik met mijn oudste.

“Hoe vond je het op mijn werk, Isa?”

“Leuk, ik wil daar wel blijven. De mensen waren heel lief. En ik vond de wipwap in de tuin het leukst!”

 

Gijs Lauret


PS Namen van bewoners in dit verhaaltje zijn gefingeerd.