Comaklassieker

by Gijs Lauret

ComaklassiekerDe Amsterdam Arena verwacht ons, want De Klassieker staat op de rol. Met het ochtendgloren, rond half een, trapt het zootje af. Ajax zal Feyenoord een gebruikelijk pak rammel geven, zeker weten. Frankie en ik staan te popelen om onze fietsen te bespringen, maar gabbertje Koen is nog niet onderaan de trap verschenen. Voor mij was het vannacht geen vroegertje (mijn kartonnen hoofd tolt zachtjes na), maar voor Koentje al helemaal niet. Het is kwart voor twaalf, broze seconden tikken weg. De gladiatoren beginnen onderhand aan hun warming-up.

Krachtig druk ik op de wrakkige deurbel. Niks. Licht gejaagd gris ik mijn smartphone uit een broekzak en stuit op zijn altijd originele voicemail (“Niet ophangen want ik luister mijn voicemail altijd af, ik zweer het!”). We moeten nu pleite, willen we die godvergeten aftrap überhaupt meemaken. Nood breekt wet; dit schreeuwt om radicale middelen. Ik trotseer de voordeur met een reservesleutel. Sprongsgewijs bestijg ik de trap. Boven ontmoet ik onheilspellende stilte.

“Hee ouwe gek! We moeten gaan ouwe!” roep ik door het huis. Niks. Ik zet drie voorzichtige stappen de woonkamer in. Aan de gezellige wanorde zie je dat hier meeslepend wordt geleefd. Toch zie ik niets levends. Er resteert één deur. Daarachter gebeurt het. De slaapkamer.

“Yo gast! Koen!” luidt mijn laatste vocale poging. Niks. Ik klop stevig op de gammele deur. Niks. Ik zal hem als eenmans arrestatieteam van zijn nest moeten lichten, het zij zo. Achter de deur tref ik dekens, machtig veel dekens. Ik ontwaar twee verscholen slapers. Van Koen is slechts een halve kruin zichtbaar. Gevalletje diepe coma. Zijn vriendin ontwaakt en zwaait me vrolijk doch verdwaasd toe. Ik erken dat dit raar is, maar ja. De Klassieker. Koen verkeert in een onnavolgbare wereld ver van hier.

“Hee luldebehanger! We moeten gaan ouwe! Ze beginnen zo. Klassiekertje, weet je wel.” Hij draait apathisch zijn afwezige harses en begint nauwelijks verstaanbaar te bazelen.

“Huh? Hoezo is de wekker niet gegaan? Huh wat?”

“Ja gast, je kunt over je wekker lullen, maar je moet opstaan, als je nog wat van de wedstrijd wil zien. Kom op lullo!” Hij kijkt me diepverstoord aan, omdat ik zijn onderbenen als bankje gebruik.

“Shit man, ik heb drie uur geslapen ofzo”, kermt hij nasaal.

“Gast, als je nu niet opstaat, ga ik foto’s maken!” luidt mijn finale dreigement.

“Rot op man, rot op man, godverdomme”, mompelt hij geagiteerd. In een halve seconde staat hij naast me en wrijft de coma uit zijn bruine ogen.

“Gaan jullie maar alvast. Ik heb geen fiets. Een of andere debiel heeft zijn fiets aan die van mij vastgemaakt. Ik pak de metro. Bedankt voor het wekken.” Het verrassende voorspel van deze Klassieker is een weergaloos hoogtepunt. De Klassieker zelf is namelijk een gênante aanfluiting, een teistering voor het vermoeide oog.

Gijs Lauret