Jajo

by Gijs Lauret

JajoWe zingen haar dagelijkse slaapliedje. Ik aai over haar zachte wangetjes en strijk door haar krullenbosje. Julia kijkt ontspannen naar mama, haar grote zus en naar mij, die naast haar ledikantje staan.

“Jajo? Jajo. Jajo dehuit,” zegt ze glimlachend van achter haar speentje.

“Ja. Als in de ochtend de radio aan gaat, dan ga jij uit bedje hè. Morgen komt papa jou eruit halen.” We hopen dat ze tot die tijd rustig blijft wachten. Vandaar zo’n bezopen wekkerradio in het weekend. Dat kwart over zes opstaan, daar zijn we namelijk zacht gezegd wel klaar mee.

“Jajo! Jajo dehuit.” Ik knik ter bevestiging. Ze probeert me een kusje te geven, maar haar speen zit ertussen. Ik kus haar wang en voorhoofd. In haar rechterhandje klemt ze haar roze konijnenknuffeltje. Lachend strekt ze haar linkerarm. High five! Geautomatiseerd maakt ze daarna een vuistje. Boks! Drie minuten later is ze in een ver dromenland. Ze heeft zich op haar zij gedraaid. Om haar heen resideren drie verschillende fopspenen. Mocht ze ’s nachts speenloos ontwaken dan kan ze er zelf eentje pakken. Dat scheelt ons een heleboel intens verrot nachtbraakgedoe.

*

Het is rond zevenen, althans zo voelt het. In ieder geval kabbelt er, ergens ver, vrolijk gebabbel mijn vage bewustzijn binnen. Julia neuriet zelfverzonnen liedjes. Ik draai me om. Waarschijnlijk voor de laatste keer vanochtend, realiseer ik me.

“Mama papa, mama papa. Mama, papa. Poep, poep! Poep. Mama, papa…” Ze bedoelt dat haar luier vol is. Vermoedelijk niet met poep, maar met welriekende kinderurine. Het is kwart over zeven. Nog een lang kwartiertje tot de wekkerradio.

“Nina, als de radio aan is, komt papa jou eruit halen”, roep ik vanuit mijn warme schuilplaats. Ze produceert een korte jengel, maar kalmeert vlug. En keuvelt op rustige toon verder, waarbij poep verreweg het belangrijkste gespreksonderwerp lijkt te zijn. Plotseling klinkt er een krakerig Dancing Queen. De radio ontwaakt met Abba. Alerter dan ik had verwacht slenter ik naar haar bedje. Ze strekt haar armen naar me uit en grimast haar hoekige melktandjes bloot.

“Jajo! Dehuit!”

 

Gijs Lauret