Kuikkijn

by Gijs Lauret

Kuikkijn“Papa mama kuikkijn! Kuikkijn!” roept Julia huilerig vanuit haar kinderbedje om tien voor zeven ‘s ochtends. Ze heeft buikpijn. Traditioneel gehuld in haar lichtroze slaapzak kijkt ze me diep gekweld aan.

“Wil je eruit, lieverd?” vraag ik onbenullig naar de bekende weg. Julia heeft nog nooit ‘nee’ geantwoord op deze vraag. Ze knikt, nauwelijks zichtbaar. En maakt een grootse kokhalsbeweging zo gauw ik haar oppak. Drie reflexen verder heb ik haar met slaapzak en al staand voor de plee geposteerd. Ik zit achter haar, kalmerende woordjes fluisterend, één arm om haar middel. Ze jengelt en tuurt onderwijl uitgebreid in de witte pot, maar gespuugd wordt er niet.

Toch blijkt haar onheilspellende kokhalsactie bepaald geen loos alarm. De daaropvolgende uren zijn de kotsrijkste die ik mij als actief vader kan heugen. Waar Julia ook komt, ze braakt woest om zich heen. Dat krijg je van die ellendige kuikkijn. De hulpeloze lieverd sproeit over de eettafel, knalt een knetterende spuugstraal over de wegrottende houten vloer en kotst mij finaal onder middenin de schoolklas van haar grote zus. Een mens kan bedacht zijn op allerhande rarigheid, maar heeft niet twenty-four seven een teiltje bij de hand.

Eenmaal thuis op mijn warme vaderschoot valt mijn lieve braakpeuter in een intens diepe, haast comateuze slaap. Mijn hand rust op haar van binnen voelbaar onrustige buikje. Als het buikgeborrel plotseling exponentieel toeneemt, schiet Julia klaarwakker overeind. We hebben een kotser. Gelukkig heeft het teiltje uitstekend positie gekozen. Behalve fikse klotsen verzuurd vocht hoest haar kleine peutermaagje niets meer op. Julia bestudeert de teilinhoud aandachtig.

“Veel!” roept ze gefascineerd en fronst zich de ribbels in haar voorhoofd. Dan valt haar oog op haar plastic speelgoedauto. Ze springt erbovenop en rijdt goedgemutst de kamer uit, zonder om te kijken.

 

Gijs Lauret