Mijn dochter is een echte Ajacied

by Gijs Lauret

Mijn dochter is een echte Ajacied 1“Groot”, prevelt Isa, zichtbaar geïmponeerd. Ze kijkt omhoog naar het betonnen ruimteschip dat we Amsterdam Arena noemen. Mijn oudste en ik staan hand in hand op de roltrap. Ze vindt het spannend, Ajax in het echt zien. Het voorgenomen kanonnenvoer heet vandaag Excelsior. Ik voel voorzichtige buikkriebels als we ons vak betreden. Isa zwijgt. Haar kastanjebruine ogen glijden over de halfvolle tribunes. Onbewust knijpt ze in mijn vaderlijke hand. Ondanks deze verpletterende indrukken neemt ze geconcentreerd de traptreden richting onze zitplaats. Isa babbelt over alles wat ze ziet en vraagt wat het allemaal te betekenen heeft. Ik luister geduldig en verklaar. De wedstrijd begint. Er rolt nog maar amper een bal of daar ontspruit haar ongeduld.

“Ik ben boos op Ajax omdat ze nog geen doelpunt hebben”, zegt Isa plompverloren. We schrijven minuut veertien. “Ik blijf boos kijken tot ze een doelpunt hebben”, grapt ze en fronst haar wenkbrauwen gespeeld ernstig. “Ik vind Ajax gemeen omdat ze geen doelpunt maken”, zegt zij even later. Dat Excelsior misschien zou kunnen scoren is überhaupt geen optie, lijkt het. Ze heeft er verstand van, zeg ik je.

Mijn dochter is een echte Ajacied 2“Hoe vind je het, Isa?” vraag ik tijdens de rust, in de rij voor een zakje M&M’s.

“Ik wil elke keer met jou gaan, papa!” roept ze enthousiast. Precies wat papa wil horen, wat een lekker ding is ze toch.

“Ja, vind je het leuk? Wat vind je het allerleukst?” vraag ik.

“Gewoon alles, papa.” Tuurlijk, domme vraag ook.

Het is niet veel. Ajax voetbalt als een stelletje terminale chihuahua’s, Excelsior speelt guerrillaoorlogje vanuit een dichtgemetselde zestien. Het talrijke bioscooppubliek zit onderuitgezakt te suffen. Af en toe vloekt of tiert onze opgefokte buurman. Isa bestudeert dit wonderlijke volwassenmannengedrag en nestelt zich dichter tegen me aan. Duim in de mond, knuffeltje in de hand. Dit is dus voetballen, lijkt ze te denken. Ingedommelde toeschouwers en in de verre verte wat rennende mannetjes met een bal.

Minuut 83 breekt aan. Zivkovic bedient ruwe diamant El Ghazi, die bewijst dat hij kopsterk is: 1-0. Plotseling staat de ingeslapen tent op zijn kop. Isa lijkt verrast door de onverwachte decibellen. Ik til haar op zodat ze de juichende spelers kan zien.

“Dat was een doelpunt voor Ajax Ies! Zag je het?” roep ik naast haar oor, terwijl er een glas bier langs vliegt.

Mijn dochter is een echte Ajacied 3“Nee, niet gezien. Een klein beetje gezien”, stamelt ze. Isa bekijkt springende mensen die en masse roepen dat ze Joden zijn. Ze verstaat het niet, dat scheelt me een hoop ingewikkelde gesprekken.

“Nu wil ik wel naar huis”, fluistert Isa, op schoot in de metro.

“Hoe was het bij Ajax, Ies?” vraagt mama, terwijl ze appelmoes opschept.

“Ja goed leuk, mama. Dat was echt leuk. Het was echt heel slecht geweest, de hele tijd 0-0 en toen was het toch 1-0 en het was echt heel slecht, maar Ajax had gewonnen van Celsio”, verklaart de piepjonge analyticus genadeloos. Een vierjarige die klaagt over slecht spel na een overwinning. Dat moet wel een echte Ajacied zijn.

Gijs Lauret