Oranje Krul

by Gijs Lauret

Oranje Krul 1Vanavond vertoon ik mij zomaar vrijwillig in Amsterdam Noord. Nu een ontketend Oranje flirt met de halve finale begint mijn voorzichtige geloof in de eerste wereldtitel huiveringwekkend op te lopen. Op de pont ouwehoer ik tegen een of andere in oranje gehesen Henkie. “We hebben al één hand op die wereldbeker, of niet soms?” zeg ik. “Maakt allemaal niks uit joh, het gaat om het feestje”, reageert hij. Ik kan een lichte frons niet onderdrukken, Henkie lacht me toe. Hotel De Goudfazant houdt zich op aan het IJ. Op het parkeerterrein staat een indrukwekkende stellage van houten pallets, die dienst doet als surrogaattribune. Een openluchtbiertap flankeert de boel. De wedstrijdbeelden worden geprojecteerd op een soortement groot garagerolluik en zijn met de invallende duisternis allerbehoorlijkst. Het loopt flink vol en bil aan bil gezeten stijgt de knusheid. Zo nu en dan voel ik een schoen in mijn reet; ongericht enthousiasme op de rij boven me. Het hoort erbij; ons volk is één voor Oranje.

Oranje Krul 2“Zo’n wedstrijd is niet negentig minuten vrolijkheid”, brabbelt geleerd sterverslaggever Frank Snoeks al in de eerste helft. Costa Rica verdedigt een gedegen vesting. Naarmate de nieuwbakken telefoon van Snoeks na rust hoorbaar vaker overgaat, begint menigeen allengs bange peentjes te zweten. Mijn zenuwenticjes spelen op. Ik wrijf steeds hardnekkiger in mijn fikken, beweeg onrustig heen en weer, knak met mijn vingers en maak groteske wegwerpgebaren als Borat uit Oezbekistan weer superirritant in ons nadeel fluit. Steeds nijpender wanhoop betreedt mijn gedachtewereld als Sneijdertje en Robin van P. het drommelse houtwerk teisteren. Verder blijkt de fabelachtige ballenvanger Keylor Navas een onneembare horde. Na negentig minuten wacht ons een zenuwdodende verlenging. Met welhaast knappende blaas zie ik twee tipsy heren broederlijk wateren in eenzelfde toiletpot. Onze hooggespannen natie is in pis verenigd, dat biedt vertrouwen.

Introductie van Achterhoekse troetelbeer Klaas-Jan kan de aanvallende impotentie niet drukken; we blijven droogstaan. Een loslopende gek uit Kirgizië steekt voor de zevenendertigste keer zijn erbarmelijke vlaggetje omhoog. Hij drijft hiermee talloze radeloze armezielen tot dolle hysterie. Het onverdraaglijke ongeloof bereikt een godsgruwelijk hoogtepunt als Wes wederom de lat raakt. Oranje bijt zich stuk op de Midden-Amerikaanse muur. Tussen hoop en vrees verblijf ik.

Oranje Krul 3Als de nood het hoogst is, is Koning Louis nabij. In minuut 121 gooit hij Tim Krul erin voor de allesbeslissende pingelserie. Miljarden televisiekijkers wereldwijd krabben zich verdwaasd achter de rode oortjes. Welke knetterdronken onverlaat wisselt zijn keeper? Hoewel ik hem dikwijls voor een zelfingenomen ruziezoeker houd, snap ik Lowietje wel. Ook ik ben dol op Jaspertje Cillessen, maar zijn penaltyhistorie is nou niet je dat. We verliezen de toss, Costa Rica begint. In zestig procent van de gevallen wordt een strafschoppenserie gewonnen door het elftal dat als eerst schiet. Ik verberg mijn hoofd in de schoot, klaar om te zwelgen in deze onvoorziene ellende. Gelukkig attendeert een liefhebbende buurvrouw me erop dat we nog niet verloren hebben. Ook blufgozertje Krul denkt er blijkbaar zo over. Hij wandelt ergerlijk voor de penaltynemers heen en weer, maakt verwaande gebaartjes en lult ze finaal suf. “Ik kom uit De Haag. En jij? Ik ga dit pingeltje effe pakken joh,” lijkt hij te zeggen. Mijn hart klopt in mijn scrotum. Costa Ricaan Bryan Ruiz meldt zich, doorgaans een zekerheidje. De Wezel aait de bal echter als een terminaal zieke vlieg en malle Tim flikt het. Ik voel een exciterende cocktail van adrenaline en dopamine door mijn doorgedraaide gestel racen en slaak primitieve kreten. Dat geeft niet, want deze verstommen in de kakofonie van een kleine honderd andere waanzinnigen. Oranje knalt alles raak. Als Tim deze pakt is het klaar. Hij steekt een Haags handje uit en vermoordt de Costa Ricaanse droom. Ik spring als een wilde in het rond, gil en knuffel alles wat beweegt. Terwijl Snoeks een uitgebreide uiteenzetting over persweeën begint, besef ik dat mijn afgepeigerde lichaam geheel uitgeteld is. Burnout raken op een enkele avond. Het kan.

Op de fiets suist het gejuich minutenlang na in m’n overprikkelde oren. Als ik zachtjes mijn verkrachte stembanden test, blijkt er weinig van over. In de feestende binnenstad heerst een dolvrolijke verkeerschaos. Alles toetert en beweegt kriskras door elkaar. Aan aanrijdingen doen we niet vannacht. Thuis geef ik mijn pittende kleintje haar eerste flesje van dit etmaal. Heel even opent ze haar diepdonkere ogen en schenkt me een hemelse glimlach. “Tim Krul”, fluistert ze in mijn oor. En slaapt verder, als een geluksdronken os.

 

Gijs Lauret