Ouwe draak

by Gijs Lauret

Ouwe draak 1Een ouwe draak ben je. Nog niet eens twee jaar, maar je doet gewoon waar je zin in hebt. Vandaag bezoek je met mij en je grote zus het Amstelpark. Jij laat je weinig vertellen. “Nina, geef je je speentje aan papa?” vraag ik, als ik een puntharses krijg van je eindeloze sabbelgedrag. Driftig schud je je guitige krullenbol. Op je korte pootjes maak je je vliegensvlug uit de voeten. Ondeugend kijk je om, maar ik achtervolg je niet. Je onafscheidelijke fopspeen beweegt ritmisch op en neer zoals ik dacht dat het alleen bij Maggie kon, die baby-televisiejunk van The Simpsons.

Een Amstelparkbezoek zonder treinritje is als shoarma zonder knoflooksaus. We claimen de voorste wagon. Je weigert pertinent mijn vaderschoot en wilt sowieso onder geen beding zitten. Je moet en zult staan tijdens deze dollemansrit. Op het treinbankje. Bij jouw genadige gratie mag ik een ondersteunende arm om je buikje slaan. Eenmaal je zin lach je je blije melktandjes bloot. Het geeft een inkijkje in de lieve minifietsenstalling van je bovengebit. De pensionadomachinist kijkt chaggie in het achteruitkijkspiegeltje van zijn kinderlocomotief. Er staat een opstandige dreumes op zijn bankje. Deze baardloze surrogaat Kaptein Iglo vindt het maar niks. Verderop bij de kinderboerderij ga je tot twee keer toe in een net niet opgedroogde geitenschijtberg zitten, al mijn waarschuwende papateksten ten spijt. Angst lijkt jou vreemd; je rent nieuwsgierig van geit naar geit en aait vluchtig. Kauwende bokjes met fikse hoorns kijken je onverschillig aan. Je grinnikt naar ze.

Ouwe draak 2In de bakfiets richting huis begin je aanzwellend te jammeren; jouw manier om te vertellen dat je honger hebt. Als diepverantwoord opvoeder pass ik je een bakje cherrytomaten. Je kauwt zo’n rood mormel tot tomatensaus en besmeurt je truitje met onuitwisbare cherrydrek. Luidkeels begin je tegen je papa te jengelen. Je hangt vanuit je kinderstoeltje achterover en kijkt mij, puffende fietstaxichauffeur, indringend aan. Je strekt je armpje uit en eist dat ik een hevig toegetakeld cherrytomatenlijkje, aan alle kanten stukgebeten, voor je opruim. Dacht het niet hè. “Eet maar op Nien, het is voor jou!” roep ik bemoedigend. De jengeldecibellen nemen toe. Totdat je een originele eigen oplossing bedenkt. Je smijt het afgedankte konijnenvoer tegen het wegdek. Uit gemakzucht staak ik direct alle opvoedingspogingen en pak rozijntjes voor je. “Jahaa!” jubel je bij het zien van de gedroogde druifjes. En: “Hap hap hap!” Je poogt je oudere zus aan te zetten tot rozijnen eten, maar zij geeft geen sjoege. Spontaan gooi je een rozijntje over de bakfietsrand. Je schatert het uit. “Bah! Bah! Bah!” roep je. Want alles wat op straat ligt is ‘bah’. Zo is dat. Je bent een ouwe draak. Je doet waar je zin in hebt. En daar ben ik dol op.

Gijs Lauret