Gijs Lauret

Alledagsverhaaltjes, amateurvoebel, Ajax enzo, Het Vijftiende

Tag: dochter

Jij bent dik

Het is kwart voor zeven en met een diepe morgenzucht hijs ik mezelf op de plee. Ik dacht dat ik alleen was, maar hoor snelle kindervoetstapjes gevolgd door zacht gerammel aan de deur. Dochter (3) is ook wakker en kijkt van onder haar blonde krullen vrolijk de dag tegemoet.

“Jij bent dik”, zijn de eerste woorden die ze vandaag voor papa heeft. Ik voel onverwachte verbijstering opkomen. Dit is wel heel erg in my face, zo ‘s ochtends vroeg. Kennelijk voelt ze me haarfijn aan. “Grapje!” haast ze zich namelijk te zeggen. Ze grijnst haar melktandjes bloot en klimt op de pot, waar ze een verwarde papa aflost die dus toch niet dik blijkt te zijn.

 

Gijs Lauret

Jajo

JajoWe zingen haar dagelijkse slaapliedje. Ik aai over haar zachte wangetjes en strijk door haar krullenbosje. Julia kijkt ontspannen naar mama, haar grote zus en naar mij, die naast haar ledikantje staan.

“Jajo? Jajo. Jajo dehuit,” zegt ze glimlachend van achter haar speentje.

“Ja. Als in de ochtend de radio aan gaat, dan ga jij uit bedje hè. Morgen komt papa jou eruit halen.” We hopen dat ze tot die tijd rustig blijft wachten. Vandaar zo’n bezopen wekkerradio in het weekend. Dat kwart over zes opstaan, daar zijn we namelijk zacht gezegd wel klaar mee.

“Jajo! Jajo dehuit.” Ik knik ter bevestiging. Ze probeert me een kusje te geven, maar haar speen zit ertussen. Ik kus haar wang en voorhoofd. In haar rechterhandje klemt ze haar roze konijnenknuffeltje. Lachend strekt ze haar linkerarm. High five! Geautomatiseerd maakt ze daarna een vuistje. Boks! Drie minuten later is ze in een ver dromenland. Ze heeft zich op haar zij gedraaid. Om haar heen resideren drie verschillende fopspenen. Mocht ze ’s nachts speenloos ontwaken dan kan ze er zelf eentje pakken. Dat scheelt ons een heleboel intens verrot nachtbraakgedoe.

*

Het is rond zevenen, althans zo voelt het. In ieder geval kabbelt er, ergens ver, vrolijk gebabbel mijn vage bewustzijn binnen. Julia neuriet zelfverzonnen liedjes. Ik draai me om. Waarschijnlijk voor de laatste keer vanochtend, realiseer ik me.

“Mama papa, mama papa. Mama, papa. Poep, poep! Poep. Mama, papa…” Ze bedoelt dat haar luier vol is. Vermoedelijk niet met poep, maar met welriekende kinderurine. Het is kwart over zeven. Nog een lang kwartiertje tot de wekkerradio.

“Nina, als de radio aan is, komt papa jou eruit halen”, roep ik vanuit mijn warme schuilplaats. Ze produceert een korte jengel, maar kalmeert vlug. En keuvelt op rustige toon verder, waarbij poep verreweg het belangrijkste gespreksonderwerp lijkt te zijn. Plotseling klinkt er een krakerig Dancing Queen. De radio ontwaakt met Abba. Alerter dan ik had verwacht slenter ik naar haar bedje. Ze strekt haar armen naar me uit en grimast haar hoekige melktandjes bloot.

“Jajo! Dehuit!”

 

Gijs Lauret

Ouwe draak

Ouwe draak 1Een ouwe draak ben je. Nog niet eens twee jaar, maar je doet gewoon waar je zin in hebt. Vandaag bezoek je met mij en je grote zus het Amstelpark. Jij laat je weinig vertellen. “Nina, geef je je speentje aan papa?” vraag ik, als ik een puntharses krijg van je eindeloze sabbelgedrag. Driftig schud je je guitige krullenbol. Op je korte pootjes maak je je vliegensvlug uit de voeten. Ondeugend kijk je om, maar ik achtervolg je niet. Je onafscheidelijke fopspeen beweegt ritmisch op en neer zoals ik dacht dat het alleen bij Maggie kon, die baby-televisiejunk van The Simpsons.

Een Amstelparkbezoek zonder treinritje is als shoarma zonder knoflooksaus. We claimen de voorste wagon. Je weigert pertinent mijn vaderschoot en wilt sowieso onder geen beding zitten. Je moet en zult staan tijdens deze dollemansrit. Op het treinbankje. Bij jouw genadige gratie mag ik een ondersteunende arm om je buikje slaan. Eenmaal je zin lach je je blije melktandjes bloot. Het geeft een inkijkje in de lieve minifietsenstalling van je bovengebit. De pensionadomachinist kijkt chaggie in het achteruitkijkspiegeltje van zijn kinderlocomotief. Er staat een opstandige dreumes op zijn bankje. Deze baardloze surrogaat Kaptein Iglo vindt het maar niks. Verderop bij de kinderboerderij ga je tot twee keer toe in een net niet opgedroogde geitenschijtberg zitten, al mijn waarschuwende papateksten ten spijt. Angst lijkt jou vreemd; je rent nieuwsgierig van geit naar geit en aait vluchtig. Kauwende bokjes met fikse hoorns kijken je onverschillig aan. Je grinnikt naar ze.

Ouwe draak 2In de bakfiets richting huis begin je aanzwellend te jammeren; jouw manier om te vertellen dat je honger hebt. Als diepverantwoord opvoeder pass ik je een bakje cherrytomaten. Je kauwt zo’n rood mormel tot tomatensaus en besmeurt je truitje met onuitwisbare cherrydrek. Luidkeels begin je tegen je papa te jengelen. Je hangt vanuit je kinderstoeltje achterover en kijkt mij, puffende fietstaxichauffeur, indringend aan. Je strekt je armpje uit en eist dat ik een hevig toegetakeld cherrytomatenlijkje, aan alle kanten stukgebeten, voor je opruim. Dacht het niet hè. “Eet maar op Nien, het is voor jou!” roep ik bemoedigend. De jengeldecibellen nemen toe. Totdat je een originele eigen oplossing bedenkt. Je smijt het afgedankte konijnenvoer tegen het wegdek. Uit gemakzucht staak ik direct alle opvoedingspogingen en pak rozijntjes voor je. “Jahaa!” jubel je bij het zien van de gedroogde druifjes. En: “Hap hap hap!” Je poogt je oudere zus aan te zetten tot rozijnen eten, maar zij geeft geen sjoege. Spontaan gooi je een rozijntje over de bakfietsrand. Je schatert het uit. “Bah! Bah! Bah!” roep je. Want alles wat op straat ligt is ‘bah’. Zo is dat. Je bent een ouwe draak. Je doet waar je zin in hebt. En daar ben ik dol op.

Gijs Lauret