Gijs Lauret

Alledagsverhaaltjes, amateurvoebel, Ajax enzo, Het Vijftiende

Tag: dood

Het rookrestaurant

Het rookrestaurantOp een zonrijke vrijdagochtend slenteren mijn kleine meiden en ik door ons politiek correcte multicultiknuffelaarsbuurtje. We passeren de blauwstaande coffeeshop om de hoek, waarvandaan om half elf al onverdraaglijke stampmuziek naar buiten bonkt.

“Dit is het rookrestaurant, papa”, weet Isa mij op zelfverzekerde toon te vertellen.

“Rookrestaurant? Heeft mama dat gezegd?” vraag ik nieuwsgierig.

“Nee hoor papa, dat weet ik gewoon. Want iedereen gaat daarbinnen altijd saggeretjes zitten roken.”

“Klopt Ies, je hebt goed opgelet.”

“Ja hè. Dan zitten ze allemaal te roken, lekker muziekje erbij. Gezellig hè?” Het kleuterlijk enthousiasme druipt van haar stemgeluid.

“Maar je moet niet teveel roken, want dan ga je dood”, doceert zij tamelijk onbewogen verder.

“Roken is zeker niet gezond Ies, maar hoe ga je dan dood?” wil ik weten. Mijn geleerde dochter blijkt hierover een deksels interessant theorietje paraat te hebben.

“Als je heel veel vuur rookt dan stopt je hart op gegeven moment omdat ie moe is, en dan ga je dood”, zegt ze alsof ze jarenlang wetenschappelijk onderzoek naar deze prangende kwestie heeft gedaan.

“Goed dat je het zegt Ies, laten we maar niet gaan roken”, stel ik voor.

“Nee papa, want Peter is dood en de mama van Erik ook en Annie M.G. Schmidt…”

“Jammer hè schat.”

“Ja jammer, helemaal niet leuk, pappie.”

“Weet je Isa, in het rookrestaurant roken ze geen gewone sigaretjes. Daar roken ze jointjes.”

“Ik weet niet wat dat is”, zegt ze dromerig en beëindigt ons gesprek door een stevige pas in te zetten. Nina hangt onderuit in haar McLaren buggy en kijkt stuurs naar haar grote zus, die luttele meters voor ons loopt. Haar lieve vingertjes wriemelen met haar roze knuffeltje. Zij heeft haar topvorm vandaag nog niet gevonden.

 

Gijs Lauret

Dood

Dood 1“Ik ga lekker grote mensen schieten, papa! Met een pistool!” roept Isa uitgelaten. Prompt frons ik mijn vaderlijke opvoedingswenkbrauwen.

“Schieten is heel erg hoor, Ies”, probeer ik haar hardop van een eerste liquidatie te weerhouden.

“Ja papa, maar ik doe alleen alsof”, haast zij zich mij gerust te stellen.

“Oké, schat. Gelukkig maar. Want van schieten kun je doodgaan, dat weet je toch?”

“Schieten doen alleen ridders, toch papa?” vraagt zij met haar grote bruine ogen.

“Schieten doen soldaten, in de oorlog. En sommige gevaarlijke boeven. Die schieten tegen andere boeven, of tegen de politie.” Ze kijkt me doordringend aan.

“Maar dood vind ik niet leuk, papa. Dan word ik verdrietig, dan moet je onder een steen. En dan moet ik heel erg huilen onder de steen.” Onmiddellijk krijg ik een week gevoel in mijn buik en sla mijn arm om haar middel.

“Lieverd, als je dood bent kun je niet meer huilen. Dan is het net of je slaapt. Voor altijd. En dan word je niet meer wakker.” Ik druk een zachte kus op haar voorhoofd. Zij houdt haar blik gericht op de houten vloer.

Dood 2“Maar ik vind dood heel erg papa, dan ga ik wel huilen onder de steen”, zegt zij beteuterd. De dood is nogal abstract. Geen eenvoudige materie voor een vierjarige. Ik slik een opkomende traan weg. Het raakt me dat mijn kleine dropsleutel dit zo beleeft. Ik wil haar zo graag geruststellen.

“Jij gaat nog lang niet dood, lieve schat. En papa, mama en Nina ook niet. Pas als we heel oud zijn, dan gaan we dood. Dat is nog lang niet.” Haar gezicht klaart op en ze rukt zich los uit mijn liefdevolle wurggreep.

“Kom papa, we gaan met het legokasteel spelen! Lekker de ridders in de gevangenis doen. En ik wil kerstkransjes eten, heel veel kerstkransjes! De hele dag!” Ze lacht breeduit. De dood is ver weg.

 

Gijs Lauret