Gijs Lauret

Alledagsverhaaltjes, amateurvoebel, Ajax enzo, Het Vijftiende

Tag: dvva

13 mei 2017: DVVA 6 – WV-HEDW 9 2-1 (1-0, 1-1) na verlenging

Voetbal is oorlog, zei Ome Rinus ooit. Hoewel het tegen een opponent met de fröbelachtige naam DVVA (Door Vriendschap Verenigd Amsterdam) moeilijk atoombommen werpen is, werd het evengoed een duel op leven en dood. De glorieuze overwinnaars zouden namelijk ongezouten kampioen zijn van de derde klasse, en de dieptrieste losers logischerwijs niet. In de geesteszieke bureaucratie van Zeist noemt men zoiets ook wel een beslissingswedstrijd. Precies evenveel punten halen in de reguliere competitie, dan krijg je dit soort merkwaardige uitwassen. En zo’n uitwas vindt dan plaats op neutraal terrein, bij sv RAP aan de Kalfjeslaan in dit geval. Enkel hel en verdoemenis voor de zielige losers? Nog net niet, maar het scheelde weinig. Want om na een geweldig gare nederlaag in de wedstrijd van je leven op de eerstvolgende dinsdag in de nacompetitie om promotie te moeten aantreden, dat gun je je gruwelijkste vijand niet. Alles ervoor doen dus, en nog meer ervoor laten. Vroeg naar bed, broodnuchter, handjes boven de dekens, vrouw verplicht op de bank slapen. Alles zodat ze de wedstrijdroutine niet verstoort. Met haar eindeloze geneuzel over het songfestival. Oogjes dicht. Focus. Visualiseren. Oogstrelende goals voor WV, gele hipsters aan het spit.

Naar verluidt hadden onze gele sojamelkliefhebbers van Drieburg grote moeite om een representatief zooitje mafketels richting Het Loopveld te krijgen. Er werden zelfs blinde paniekaankopen gedaan. Zo vernam ik uit loslippige bron dat men Rens Weijers had opgetrommeld, een nogal onverstoorbare figuur die door zijn verwarde trainert ooit “in potentie de beste speler van de hele tweede klasse” genoemd werd. Ik ken de potentiële superstar vooral als een brave veertigjarige huisvader van hockeyende dochters, en in zijn schaarse vrije tijd is hij vergadertijger bij een of andere semimilieuvriendelijke energiemaatschappij. Maar dit alles uiteraard geheel terzijde. Uw prijsgeile vedetten beschikten over een vlindermesscherpe selectie. Een selectie met honger alsof er wekenlang enkel rijstwafels gevreten waren. Aldus maakten we ons op voor een Watergraafsmeerse derby op de Amstelveense grens. Quel affiche!

De herentoiletjes werden door beide equipes gretig bezocht. Ome Tomba en ondergetekende volgden nauwlettend wie er allemaal naar binnen gingen en hoe lang dat duurde. Volgens ons had er niemand gepoept. DVVA’s topscorert gluurde ons doodsbang aan en vroeg met trillende stem of we soms in de rij stonden; geenszins, hij had vier stinkende plees voor zichzelf. Het is wat hè, die finaleangst. De kleedkamer was zwanger van wedstrijdspanning, welke resoluut werd verdreven met zenuwachtige giecheltjes en tijgerspray in de liezen. Kapitein Wes de Viking sprak zijn gladiatoren toe: “Vandaag is onze Europa League finale. We kunnen sowieso fakking trots zijn dat we hier staan, maar nu wil ik godverdomme winnen ook.” Waarna een ellenlange wirwar van tactische spitsvondigheden volgde. Gebrabbel over intensiteit en hoog druk zetten. Petertje Bosz zou ervan watertanden. Törder daarentegen kreeg er jeuk van en liet dat op Törderistische wijze blijken: “Zullen we nu stoppen met lullen en lekker gaan voetballen?”

Ons werd het ku(ns)tgras toebedeeld, terwijl op het hoofdbiljartlaken een prutswedstrijd plaatshad tussen tweeëntwintig schandalig arrogante personen die zichzelf kennelijk belangrijker vonden dan een beslissingswedstrijd om het kampioenschap. Gelukkig was daar onze tophooligan annex achtsterrenkok met een knetterlijp Bengaals vuur om de troosteloze ambiance de hemel in te pimpen. Dat hij nu een levenslang amateurvoetbalterreinverbod in zijn mik krijgt, neemt hij met liefde op de koop toe. Zo zijn echte fans, toch? Scheidsie en zijn twee officiële KNVB-grensies (het moet niet gestoorder worden, mensen) checkten alle pasjes in de middencirkel. Als vluchtelingen op een Grieks eiland werd men een voor een in de ogen getuurd. Waarbij die blonde DVVA-marinier kennelijk genoeg weghad van die gozer op het pasje. Volgende formaliteit: netjes in teamverband op een rij gaan staan. Het was een mooi geluid, het herhaaldelijke geklats van de handen die elkaar (weliswaar ongemeend) succes wensten.

De eerste balomwentelingen beiderzijds waren ontzettend finaleachtig: retenerveus. Grensie was enorm ernstig met onze dug-out in de weer. De ganse goegemeente moest uiteraard in het gemarkeerde coachingsvak blijven en moest zitten bovendien. Met één uitzondering: “Alleen de trainer mag staan!” Sindsdien ben ik dus trainer. WV koesterde een licht overwicht, waarbij de gele hipstercounter als een dodelijk roofdier zijn kans afwachtte. Quintus scoorde geel voor worstelgedrag, terwijl de overbodige lange haal naar voren tomeloos in zwang was. Er volgden enkele spannende kopacties uit cornertjes, maar dat was het wel. Tot dat ene afgrijselijke moment in minuut 33 waarop een zekere Sylvain Dijkshoorn, zeg maar de Törder van DVVA, de benedenhoek vond: 1-0. Dat was eventjes behoorlijk poes met peren zullen we maar zeggen. Herr Walter ving een domme prent voor shirtje trekken en huilde wanhopig “Ik moest toch wel!” nadat hij hierop zeurderige commentaartjes van medespelers ontving. Ons bestaan viel waarachtig niet mede. Törder zat aan de metalen ketting bij een zekere veertigjarige huisvader en vooral bij Haarbandmans, diens sterke kompaan centraal achterin. Kassie daarentegen dartelde prettig over rechts, maar een punt drukken? Ho maar.

De Viking begon zijn rustbabbel met honderd procent realiteitszin: “Oké. 1-0 achter.” Daarop volgden zalvende woorden van menigeen waarin veelal werd benadrukt dat er niks aan de hand was. Echt niet. Ons skyhighe zelfvertrouwen werd verder opgekrikt door de introductie van onze Geliefde Leider. Kim Jos-un verving Quintus, die immers gigantisch geel zag. Al vroeg moest Betomek gestrekt richting bovenhoek, wat de katachtigste aller doelwachten uitstekend is toevertrouwd. Ons tot dan flubberige spel won zienderogen aan geestkracht. Benna creëerde een eerste kans dankzij eigen vastberadenheid, maar kreeg het leer van dichtbij niet door de doelman heen. Een strakke vrije trap van Törder bracht hemelse verlossing. Kapitein Roodbaard hing majesteitelijk ongedekt in het Amstelveense luchtruim en knikte: 1-1! Hondsdolle vreugde. Betomek kwam als een Onana uit zijn hok sprinten en gaf de platonische blauwe orgie Pools cachet. Waarna we een immense ontploffing hoorden die je doorgaans alleen in het Midden-Oosten hoort. Welke sensatiebeluste hooligan was dit nu weer? Er is slechts één verdachte. De gelijkmaker bleek het mentale tikje in de juiste richting. DVVA’s kleine vurige middenvelder knalde onze Tarzan hoorbaar onderuit. Rugnummers hadden de armetierige hipsters niet, maar zijn signalement had scheidsie blijkbaar goed onthouden: tweede geel voor de donkerharige jongeman. Elf tegen tien. Scheidsie zat er sowieso tamelijk kort op, en al helemaal bij onze dictator. Onze kleine tiran viel meesterlijk in en baasde in zijn duels. Ondanks zijn lagere schoolgewicht van tweeëndertig komma vier kilo werd hij meermaals door scheidsie afgefloten vanwege fysiek spel. Dit verdient wat mij betreft de kwalificatie ‘bizar’. Uw blauwe superidolen drukten de gele ventjes ferm achteruit. En als er al kortstondig teruggedrukt werd, werd dat koninklijk geneutraliseerd door Wes of Faas, die meesterlijk verdedigden. Walter onze babbelzieke knuffelduitser werd afgelost door Markiemark als linksachter en de moegestreden Benna door sprintkanon Smelvin. Laatstgenoemde werd in de laatste minuut in ziekelijke scoringspositie naar de grond gewerkt. Scheidsie echter had zin om wereldwegwuifkampioen te worden en werd dat dus ook, stante pede. Wanhopig schreeuwen en lullen met grensie hielp ook al niet. Diens veelbetekenende commentaar luidde namelijk: “Hij wuift het weg, je kunt het zelf zien, hij wuift het weg.” Dat konden we inderdaad zelf zien.

Verlengen dus. De volle zon deed zijn gloeiende intrede en het kutgras broeide. “Nak ze jongens!” riep een loslopende gek achter het hek. En daar ging WV 9, vastbesloten om ze te nakken. Sinds zijn goaltje was Roodbaard buitensporig opgebloeid. Zijn schitterende nakpoging eindigde onderkant lat. Er werd gesmeekt om doellijntechnologie, maar niemand keek op zijn horloge. Hoefde ook niet, want hij zat niet. Scheidsie was ondertussen gepassioneerd zijn nieuwste hobby aan het uitoefenen: allerhande toeschouwers verordonneren dat ze achter het hek moesten staan in plaats van naast de dug-out. “Wegwezen!” riep hij er heel standvastig bij. Dan vind ik ‘Wilt u alstublieft oprotten, klootzakmeneer’ toch vriendelijker overkomen. Gebiedende wijs klinkt altijd zo ruw. Maar dat was niet het ergste. Alsof we nog niet gezamenlijk aan stress waren gestorven, volgden er twee misselijkmakende scrimmages in de DVVA-vijfmeter. Kansen die aan de eerste de beste pasgeboren herdershond waarschijnlijk wel besteed zouden zijn, maar nu in vijf instanties werden gemist. Topsupporter Tonzel klapperde als een Rotterdamse neanderthaler met de plastic klep van een verdwaalde afvalbak om zijn helden moed in te dingesen. Baresi verving rechtsachter TvT, klaar om in geval van pingelserie zijn strafschop door het net heen te rossen. Maar alsjeblieft geen pingels. Scoor gewoon. Please. Dat gebeurde in minuut 120. Ons leven verwerd tot moeder aller nachtmerries. Een fatale hipstercounter. Spitsie schepte de bal met links deed dat fantastisch. Met z’n twee vette oorbellen ja, godverdegodverdepleuris. Gillende en springende sojamelkdrinkers. Klaar. Uit. Over. Hel. Verdoemenis. Huilen. Niet kúnnen huilen. Alles. Niks. Zelfverwonding! Polsen snijden. Dood. Honderd paracetamollen tegelijk innemen. Anders iets slopen misschien? Wat dan ook. Intens zure druiven. Ongekend kut met knoflooksaus. De voetbalgoden pisten ons recht in de bek, anders kan ik het niet verwoorden. Ach laat ook maar. Gefeliciteerd, gele hipsters! Jullie zijn kampioen. Baardmans is trots en houdt van jullie. Maar stiekem ook van ons, lekker puh.

“Wil jij een likje, papa?” Mijn jongste kwam op me toe met haar Raket-ijsje en verzorgde hiermee de aftrap van Het Grote Relativeren. De gedachte dat het in de tweede klasse helemaal niet zo leuk ballen is met een team waarvan de basisspelers nooit trainen, want zo’n team zijn wij, hielp ook al een tikkeltje. Ons ondraaglijke leed werd verder verzacht door een vloeiende stroom alcoholische versnaperingen, verschrikkelijk gore frikandellen, door het spelen met de gedachte om collectief van het Hilton te jumpen en toen we daarvoor toch te laf bleken gingen we maar uitjanken bij WV. Aldaar viel clubheld der clubhelden Ron Heijne ons half huilend in de armen en werden we heerlijk geknuffeld door Ria. Mirek keek ons doordringend aan. Zijn mond zei niets, zijn ogen zeiden ‘Nee’. We zagen het leven alweer een heel minuscuul klein beetje zitten, niet in het minst door de goddelijke tunes van onze eigen DJ Tonzel. Gotta love that guy. O ja en dinsdagavond begint de nacompetitie, uit bij Argon. Voor de ware diehardsupporter is dit dé kans om je te onderscheiden. Kom je gezellig naar Mijdrecht?

 

Gijs Lauret

29 april 2017: WV-HEDW 9 – Swift 5 2-1 (1-1)

Het was nagelbijtzaterdag. Sorry hoor menson, maar anders kan ik het niet omschrijven. Het was zo verrekte teringspannend dat ik de hele week neigde naar ongeremd bedplassen. Ik zal je een hoogstpersoonlijke minisamenvatting geven van de mogelijke scenario’s. Niet te uitgebreid en al helemaal niet compleet, dat begrijp je wel. Daar word jij namelijk hondsdepressief van en ikzelf haak halverwege af. En dat moeten wij allebei niet willen. Dus. Uw belegen supersterren van WV 9 stonden in verliespunten exact gelijk met de gele hipsters van DVVA 6. Een wedstrijdje meer gebald, dus ook drie mierzoete puntjes meer dan die gele lullo’s. Die gele studentjes moesten op de thee bij de opgefokte bromsnorren van Fortius, wat een gevaarlijk hete lunchvoorstelling beloofde te worden. Helemaal als scheidsie de glorieuze rol van twaalfde man zou opeisen. Alle kans op een zotte uitglijder van de gele ventjes dus. Het potje tegen de verwende zuidaskakkers van Swift was onze allerlaatste reguliere competitiewedstrijd. Al deze voorinformatie leidde tot de volgende conclusie: ieder scenario waarin WV 9 vandaag meer punten zou sprokkelen dan de gele Henkies betekende een tweede titel op rij. Van vierde klasse naar tweede klasse in één jaar tijd. Hoe woest aantrekkelijk is dat? Ik vind dus dat je best in je bedje mag plassen bij die gedachte alleen al.

Omdat wij voor een onsje competitievervalsing onze slinkse neus niet ophalen, begon ons eventuele kampioensfestijn pas nadat het wilde treffen tussen de gele persoontjes en warmgebakerd Fortius was afgelopen. En wild werd het. “Godverdomme man! Gaan we nog wat doen of hoe zit dat?!” riep de woedende keeper van de zinloze gastheren hysterisch. Die gozer z’n kapsel is trouwens volstrekt uniek, maar dat terzijde. Aldus leidden de gele sojamelkdrinkers halverwege met een belachelijk comfortabele 0-4. Waardeloos Fortius gaf een beschamende masterclass in verdedigend stilstaan en hield zich qua keekjes uitdelen opvallend in. En die gevaarlijke dikke spits deed ook al niet mee. De gele knakkers sneden als stanleymesjes door boter die te lang in de zon heeft gestaan. Namens WV 9 had driekwart elftal de moeite genomen om twee slootjes te trotseren en deze ellendiepe ellende te aanschouwen. “Ik ga een klacht indienen omdat die scheids nu niet z’n best doet en tegen ons wel. Dat is niet eerlijk”, dreigde er eentje. Enorm logische redenering natuurlijk. Hoe dan ook, na 0-5 hielden uw mentaal gediste vedetten het voor gezien. We staken de stinkende sloot over en aanvaardden het lange wachten bij WV. Nog anderhalf uur tot Swift.

We zagen liefst zeventien krolse blauwhemden rond de zestien staan, van wie de baardigste een op het oog vrij tam besprekinkje hield. Tenminste, zo zag het eruit van dertig meter afstand hè, misschien ging het er eigenlijk wel hartstikke ruig aan toe. Dat een zekere roadrunner uit Noord heimelijk stond te gapen, doet anders vermoeden. De blije doelwacht van zondag 1 was in ieder geval present. Betomek leed kennelijk aan slappe knietjes en was uitgerekend nu met zijn lieftallige gezin naar Polen gevlucht. De vervaarlijke zuidaswankertjes van Swift voorspelden een heftige kluif. Zij verkeerden immers in blakende bloedvorm en roken standvastig aan een periodetitel. Hun allerlaatste verlies leden zij in november jongstleden, uiteraard tegen uw heerlijke helden. “Geloof je erin, Mirek?” vroeg ik mijn idool in het voorbijgaan. Het was uiteraard faliekant zinloos om zijn antwoord af te wachten, maar ik deed het toch. “Nee”, baste hij zonder om te kijken.

Met een geel mannetje of tien had DVVA een alleszins respectabele afvaardiging naar kunstgras 2 gezonden. Zij werden opgeschrikt door het gouden buitenkantje van Tarzan, die Kassie bediende. Kassie, overigens getooid met een volkomen DVVA-waardig hipsterbaardje, buitenkantte de bal achteloos in het kruis: 1-0. Collectief WV-orgasme. Voor het overige was het eerste bedrijf veelal een knetterend fysieke exercitie waarin de metalen kleerkasten van Swift tamelijk lekker rendeerden. Druk zetten ging zo beroerd nog niet, maar in balbezit oogde het haast als patat bakken zonder frituurvet. De ultieme noodgreep van de bal op het dak werd zo’n zeven keer gehanteerd, waarna onze Sjulemani steevast als een dolblij kwispelend hondje via het elektriciteitskastje bovenop de bestuurskamer klauterde. Zestien en een kwart miljoen prima besteed. Het fysieke spel viel Ome Benna bepaald niet mede: “Het is gewoon vrij worstelen man”, mopperde hij en maakte een ouderwetse tjoerie. En plotseling ontwaarden we de bodem van onze mentale put. Een vrije trap werd bruut in de hoek geramd: 1-1. “Ja, nu ga je ineens heel anders de kleedkamer in”, somberde een psychisch geknakte kenner onder ons.

In onze ietwat overspannen verkleedstal bleken de onbetaalbare quotes weer ruim gezaaid: “Kom op jongens, ik heb het idee dat we nog niet wakker zijn gewoon, Jezus! Doe niet zo angstig allemaal!” en “Ze hoeven vandaag echt niet mooi hè, als ze er maar in gaan!” en “We zijn voorin echt te lief”, en “Die DVVA-klootzakken zitten ons gewoon uit te lachen daar langs de lijn, rot op man, we gaan ze helemaal kapot maken!” En dat alles in een bedwelmende tijgerbalsemlucht. Wie dan nog niet geïnspireerd is om een beukende tweede helft op de mat te leggen, kan er net zo goed meteen een eind aan maken.

Quintus, wiens kapper aan z’n krullenbol te zien nog steeds hartstikke dood was, werd vervangen door Kim Jos-un, wiens recente kernproefjes de withemden doodsangsten moesten inboezemen. Was KoenLinks aanwezig? O maar natuurlijk. Hij is een serieuze prof en liep warm. “Koen, ga je erin?” werd hem gevraagd. “Geen idee”, antwoordde hij gortdroog. Ondertussen waren uw opgezweepte favorieten fijn assertief aan helft twee begonnen. Dit resulteerde in een innige omhelzing van Törder met zijn breedgebouwde tegenstrever. De intens knuffelende kemphaantjes wankelden de Swifter zestien binnen, alwaar Törder ter kunstgras ging. Penalty. Vele intens nijdige Zuidassers flipten de wokpan uit, maar scheidsie Willem vaart al decennialang zijn eigen koers en liet dit op voor hem kenmerkende wijze horen: “Ik fluit voor wat ik zie en daar bemoeien jullie je eigen NIET mee!” Hij bewoog beide handen met een heftig gebaar uit elkaar. Precies zo’n gebaar waarmee je jengelende kleuters laat weten dat het nu afgelopen moet zijn. Zijn grijze staartje danste op zijn achterhoofd. Törder nam ruim tijd om de stip te leren kennen, terwijl zenuwlijdende Swiftmensen voortdurend “Scheids, hij ligt ernaast!” schreeuwden. Een snerpende fluit, een zelfverzekerde aanloop, een hard en gemikt schot in de rechterhoek. 2-1. Vreugde. We hadden weinig engs te duchten van de grote witte mannen, hoewel Roodbaard de enige gele prent incasseerde na een ordinaire pootjeshaakactie. En onze bevlogen invalkeep trad ten enenmale handelend op in een benauwende één-op-één situatie. Onze winnende helden deden in het laatste kwart hun uiterste best om hun bewonderaars langs de kant aan een serie gruwelijke clusterhartverlammingen te laten bezwijken. Invaller Sjulemani en Törder misten de meest oogstrelende kansen op een Swifter nekslag. Edoch, iedereen leefde nog toen de fluit klonk. Zo ook KoenLinks; hij was inmiddels goed warm.

Er werd gerend, gesprongen, omhelsd en meer van zulke impulsiviteit. “FINALE! FINALE!” brulde neorechtsback TvT op z’n allerneanderthalerst door de Watergraafsmeer. Dit, beste lezer, zal ik u kort uitleggen. Je kunt denken dat zo’n TvT een primitieve gek is die gewoon maar wat onzin uitkraamt. Welnu, dat is beslist niet het geval. Het kwam er misschien een beetje wild uit, maar over de inhoud van zijn tekst had hij terdege nagedacht. De verwachting is namelijk dat de gele hipsters hun laatste competitiewedstrijd tegen tennisvereniging VVGA eenvoudig in winst zullen omzetten. Dit betekent dat zowel DVVA als WV op 48 punten zal eindigen, waarna een beslissingswedstrijd zal uitmaken wie zich tot kampioen kroont. Zodoende: finale. Er werd een gezellig flessie Moët Chandon, aangesleept door een zekere heer Broekman, ontkurkt ten behoeve van een voorbarig feestje. Tegelijkertijd gingen de overgebleven DVVA-hipsters in betrekkelijke stilte huns weegs. Ik weet trouwens niet wat jij gaat doen, maar ik ga vannacht eens even lekker in m’n bedje pissen. Doei.

 

Gijs Lauret

5 september 2015: WV-HEDW 15 – DVVA 10 2-2 (1-0)

DVVA thuis 2De voorbereiding op ons voorgenomen kampioensjaar loopt op zijn eindje. De druk wordt opgevoerd door hijgerige sensatiepers en is bij iedereen voelbaar. Kan dit getalenteerde gezelschap deze immense druk aan of bezwijkt het bij het eerste zuchtje zielige tegenwind? Dit wordt het doldwaze seizoen waarin het gebeuren moet. Op naar de dubbel! Als we onze allerliefste buurmeisjes van DVVA zouden verslaan, was een volgende bekerronde nagenoeg veiliggesteld. We mochten daarbij gratis misbruik maken van speelgraag personeel van WV 16. Onze tarzan Felientje was present, evenals onze bionische man Cliff Richard, die de indrukwekkende stellage op zijn linkerbeen als volgt toelichtte: “Dat is om mijn knie bij elkaar te houden.” Sjulemani was om tien uur al opgestaan, maar ondanks dat “een beetje ziekjes”. En dat terwijl hij net overheerlijk was vertroeteld door zijn aimabele schoonouders! Hij bracht het duizelingwekkende toeschouwersaantal zomaar op vijf.

DVVA thuis 1Laten we beginnen met een deskundige analyse, namelijk die van de allerbeste stuurlui aan wal. Hun hoogdravende analyse luidde als volgt. De tegenstander stond goed, maar hield het vooral bij staan. Bewogen werd er niet. Of dit iets met hun gemiddelde leeftijd van doen had zullen we nooit weten; met die beklemmende onzekerheid moeten we allemaal ooit ons graf in. Maar opvallend was wel dat sommige in geelzwart gestoken heren grijs waren geworden van het eeuwige studeren. Want studeren, daartoe is iedere DVVA’er op aarde. Toch? Nou vooruit. Studeren en zuipen. Terug naar die malle wedstrijd, want nu zijn we wel erg off-topic. De grijze studentjes lieten onze aandoenlijke belegeringspoging gelaten over zich heen komen, maar gaven amper grote doelkansen cadeau. Via een oogstrelend samenspel Faas-Kassie-Törder brak uw ontketende sterrenensemble door de dichtgemetselde gele handbalverdediging. Een intikker binnen de vijfmeter bezegelde het blauwe veldoverwicht.

DVVA thuis 3Na een ontspannen rusttheetje kwam Door Vriendschap Verenigd Amsterdam ronduit opstandig uit de kleedkamer. Tussen die vier muren moeten magische woorden gesproken zijn, want de brutale buurmeisjes gingen zowaar machtig bijdehand doen. We overleefden een hachelijke zijnetsituatie, maar toen RoboCop Cliff Richard het veld verliet (onbegrijpelijke wissel!), ging het vanzelfsprekend mis. Koning Tomek bleek haast menselijk, want hij werd van dichtbij gepasseerd: 1-1. “Koppie erbij!” blèrde onze verbeten dictator Kim Jos-un. Kennelijk zat de angst voor onze grote kleine tiran niet diep genoeg, want we voetbalden de seconden daarna heel nadrukkelijk zonder hoofd. Vanaf de aftrap werd teruggespeeld, waarna middenveld en defensie een gezamenlijk snurkconcert ten gehore brachten waarop het Concertgebouw jaloers zou zijn. In ieder geval werd er ongecompliceerd gescoord en beleefden we een belachelijk fatale dertig seconden in een anderszins degelijke wedstrijd van uw volgevreten topvedetten. Vervolgens deed scheidsie een dubieuze penaltyduit in het zakje. Dankzij onze ontketende pingelpakpool maakten we ons geen pepernoot zorgen. Tomek toonde waarom. Hij pakte de strafschop. Klem. Met de moed der droevige treurnis drongen wij aan. Er was er maar één die ons uit deze penibele bijna-doodervaring kon redden. Törder was de waakse profiteur van funeste passiviteit tussen doelman en verdediger, die elkaar intiem bleven aanstaren in plaats van weg te werken. Hij omspeelde het uitgelopen keepertje meesterlijk en schoof de bal secuur in het verlaten doel: 2-2. Om door te bekeren is het hopen op een megastunt van onze wilde buurvrouw JOSje tegen woeste buurvrouw De Meer. Die stunt komt er niet trouwens.

 

Gijs Lauret

28 maart 2015: DVVA 11 – WV-HEDW 15 2-6 (1-2)

DVVA uit 1Hoewel de kleffe verenigingsnaam Door Vriendschap Verenigd Amsterdam anders doet vermoeden, is men bij het geelhemdenclubje van Baardmans uitstekend op de hoogte van de jongste marteltechnieken. Want zo mag je dat toch wel noemen, een wedstrijd om fokking half elf ’s ochtends (“Had ik persoonlijk heel anders gedaan”). Voor sommige semibeschonken kindsterretjes van WV 15 zou het niet eenvoudig blijken om levend op dit onchristelijke tijdstip te verschijnen. En het uitgeslapen elfde wachtte ons op met het mes tussen de studententanden. Extra risicofactor: verjaring van Der Törder, de avond tevoren. KoenLinks lijkt zich echter als goedbedoelende Raspoetin achter onze gevreesde dictator te ontwikkelen. Hij bedisselde dat eenieder bijtijds in zijn warme bedje lag (op straffe van een eeuwige stem op GroenLinks). Ik vertrouw erop dat hij zelfs op handjes boven de dekens heeft gecontroleerd.

DVVA uit 2Der Törder knalde zijn overbierde pan uit en zat drastisch verlegen om pijnverlichtende paracetamol. Als bedelende zielenpoot arriveerde hij in de knusse kantine. De onberispelijke tattookoningin naast de frituur wilde evenwel geen pilletje missen. Ze zag het hoofdpijnlijden maar vreesde wellicht een overdosis annex zelfmoordpoging. Een serieus probleem voor Törder, die een bloedlinke weddenschap was aangegaan. Als hij zou droogstaan, zou hij een GroenLinks T-shirt aantrekken. Een afgrondelijke teistering, alsof Totti zich in een Lazio-tenue moet persen. Daartegenover zou KoenLinks bij een Törder-doelpunt aan de VVD-stropdas, ook geen kattenpis. Er stond dus werkelijk iets op het spel. Het wachten was op onze malle Aussie, die te elfder ure uit een taxi kwam rollen (“Keepertje, keepertje toch”). Na wat Australische omkleedporno in de koele maartlucht blies scheidsie ons van start. Al gauw bleken we het geelclubje redelijk te ownen. Als KoenLinks fatsoenlijker medespelers had gehad, was hij na vijf minuten al twee fijne assists rijker (“Gaat zo’n bal erin, is het een goal”). Het is ronduit beledigend Koen, dat je wekelijks met dit halflauwe soepzooitje moet voebelle. Wes Wissel onderscheidde zich en mocht in de zestien vogeltjevrij uithalen. (“Gaat ie scoren denk ik… Ja!”) Onze begeerde voorsprong werd al vlug tenietgedaan door DVVA uit 3een verraderlijk schot van negentien meter (“Veld is vochtig, bal schiet door… Ja natuurlijk! Goal!”). We zijn mentaal echter onkreukbaar (vooral dankzij Kim Jos-uns verrijkende strafkampen) en Kassie bereikte een vrijstaande Roodbaard over de hele. (“Gaan we kijken of ie een linkerbeen heeft. Heeft iiiiiieeeeee!”) Oogstrelend met binnenkant voet: 1-2, amper twintig minuutjes gebald. Hoogtepuntjes voor rust waren de gave acties van linksbuiten Youz (“technisch fraai”). Hij toonde zijn mannetje meermaals de vliegensvlugge hielen, maar werd telkens absurdistisch teruggefloten wegens onzichtbare wandaden (“Scheidsrechter, scheidsrechter toch, is dat nou wel nodig?”). Groots was zijn hilarische springmove bij een inworp. De rechtsback schrok zich een pannenkoek met spekjes; Youz dook plotseling springend in diens persoonlijke ruimte op (“curieus natuurlijk”), waardoor hij zich psychisch moest hervinden om te kunnen ingooien.

DVVA uit 4Na een overheerlijk enorm biologisch kruidentheetje swingden we vrolijk over het kunstgras, met domineren als middle name. Keukenprins Post krulde zijn vrije trap vanaf rechts richting tweede paal. Tonzel vulde het luchtruim ter afleiding en vermaak, maar geen mens raakte de bal. (“En dan gaat ie erin!”) Pardoes 1-3. Middels een sneaky pisrollertje vond Törder, van nabij de achterlijn, het zijnetje naast de verre staander. De VVD-stropdas kon besteld, alle koppijn verbleekte. Törder de egocentrische vrije-markt-lover sprintte juichend richting een jubelende KoenLinks, de naïeve groenverbeteraar. De politieke tegenpolen knuffelden innig. Vervolgens incasseerden we een poepirritant kakgoaltje, waarbij we scheidsie grondig bejengelden. Scheidsie, die er door menig gefrustreerde WV-er van werd beticht dat er knalgeel bloed door zijn aderen stroomde. Het hinderde niet. Keukenprinsie deed wat elegante danspasjes en legde het leder voor zijn linker. (“Komt dat schot!”) Keepertje weerloos: 2-5 en driemaal oogknipperen later 2-6. Onze begaafde flegmaticus controleerde nog eens knap op zijn imposante borst en haalde vol uit. Die was effe minder. Op het dak van de korfbalvereniging. (“En dan gaat ie er niet in, sjonge jonge!”) Hattrickheld Post mijmerde na afloop dat hij Zlatan wilde zijn, maar mist daarvoor de gettoachtergrond, leek mij zo. Zlatan Post reageerde gevat: “Zwanenburg is niet lief hoor.”

Tenslotte nog even een gigantisch iets. Een schitterende held is niet meer (“En dan houden we ermee op”), maar de zoete herinnering aan de basstem blijft. Hij verrijkte dit leuterrelaas met cursief gedrukte quotes. “Komt dat schóóóót!” is cultureel erfgoed voor altijd. Gaarne vraag ik u een minuut stilte voor het heengaan van een onvergetelijk fenomeen: Hugo Walker (bit.ly/1Nok1pZ).

 

Gijs Lauret

7 maart 2015: JOS/Watergraafsmeer 7 – WV-HEDW 15 2-3 (2-3)

JOSje uit 1Na de krampachtige winst op onze dakloze Turkenburen was het waanzinnig tijd voor een ontspannen bezoekje aan onze hoogst opwindende buurvrouw JOSje. In de voorbije oktobermaand gaven we JOSje er flink van langs (bit.ly/1BRp165), hoewel we een helft lang raadselachtig panikeerden. De wijze heren analytici tasten nog steeds in het pikkedonker over de oorzaak. Willem van Hanegem schreef in zijn wekelijkse column dat het misschien kwam doordat we niet gewend zijn opwindende buurvrouwen te pijnigen. Waar of niet, ik vind het een zeer doordacht idee van De Kromme. Sedertdien is JOSje levensbedreigend weggezakt in een slijmerig degradatiemoeras. De doodzieke patiënt peurde vier tranentrekkende puntjes uit twaalf potjes voebel, dan zit er weinig leven meer in. Ons hongerige vedettenensemble had daarentegen de puntjes steenhard nodig om de slopende titelrace vol te houden.

JOSje uit 2Het viel de Geliefde Leider Kim Jos-un bepaald niet mee een Eredivisie-waardige selectie samen te stellen. Menigeen kampte met emmerende knieklachtjes, hardnekkige bilspierblessures, chronische vermoeidheid, hevige griepaanvallen, geen zin om te voetballen en meer van dergelijke mentale gebrekkigheden. Een halfzieke Törder had zichzelf volgepropt met ibuprofen en zulk soort lekkers om te kunnen voebelle. Ben ik dol op, die diehard mentaliteit van ‘desnoods de spuit erin, als ik maar speel’. Gelukkig was De Beer van Middenmeer heerlijk present, dus De Nul hadden we nagenoeg in de knip. Een ander gunstig voorteken was de recente trainingsarbeid van KoenLinks. Hij besloot het traditionele woensdagpartijtje met een exacte kopie van de vermaarde Zlatan-slalom tegen NAC (bit.ly/1Bd7DXi) en maakte dit van onder de douche onmiddellijk wereldkundig via Twitter (#naakttwitteren). Aldaar vond het, behalve bij wat rare fanatici, onbegrijpelijk weinig weerklank; alsof al die vreselijk verwaande Twitteraars dagelijks goddelijke goals op de training maken.

JOSje uit 3Eerlijk gezegd werden we aanvankelijk pleurisgênant gepiepeld door een ontketend JOSje. De hartstochtelijke buurvrouw opende agressief en we stonden met open mondjes te koekeloeren hoe ze dat deed. De buuf scoorde achteloos twee keer en zodoende keken we met onze open mondjes een catastrofale achterstand in het gezicht. Ondertussen was de Geliefde Leider gekwetst omgekukeld en begroette TvT een weinig intelligente elleboog op zijn universitair onderlegde smoelwerk. Nadat hij zich semibewusteloos had opgericht, fluimde hij zo’n vijf liter dieprood bloed over het kunstgras. Mocht hij binnenkort eindelijk zijn lippen onderwerpen aan die felbegeerde botoxbeurt, dan is hij de helft goedkoper uit. Zijn gehavende onderlip is voller dan die van een opgepompte Yolanthe. Nu ons gammele middenveld finaal in de kreukels lag, besloten we eens te gaan ballen. Kassie teisterde het latje, maar daarna begon de pillenfabriek van Der Törder te werken. Hij teende een kostbaar Anschlusstor in het benedenhoekje alvorens, slechts luttele seconden ouder geworden, het keepertje met Real-tenue door zijn gapende beentjes te spelen. Aldus 2-2. De Törderkoek was nog niet op, want genotvol gelanceerd door Kas de half-Griek vond hij zijn vertrouwde onderhoek: 2-3. Nu de boel dankzij deze puntgave hattrick rechtgebreid was, nokten we met onnozele lange ballen en tikten baasachtig rond, niet zelden op eigen helft. Vooral Markje Kamphuijs genoot talloze parkeergarages aan ruimte. JOSje strompelde erbij en gaapte ernaar.

JOSje uit 4Na het vertrouwde plastic bakkie thee kroop de ingeslapen wedstrijd tergend gezapig voort. JOSje ontbeerde het testosteron om ons te verontrusten en WV 15 schoof de bal oeverloos achterin rond. Bij tijd en wijle kreeg Der Törder een schietkansje, maar zijn vergeefse doelpogingen hadden de kracht van een terminale woestijncavia. JOSje creëerde zelf nog geen dooie hond, maar was eenmalig levensgevaarlijk. Dr Phil, die overigens meesterlijk waarnam centraal achterin, mikte schitterend op ons doel. De Beer ranselde deze wereldpoging majestueus uit de winkelhaak. Wes Wissel kreeg wat oenige schopjes op het middenveld, maar bleef overeind. De dader knuffelde de grond. Wes maakte van de gelegenheid gebruik om de liggende heer met een ijdel superstarairtje uit te kafferen: “Wat ben je nou allemaal aan het doen? Wat lig je nou een beetje om je heen te schoppen man?” Verder was het een comaverwekkende tweede helft, waarbij onze wrede geweldenaar Valentin niet onvermeld mag blijven. Ik heb het over een grandioze box-to-box middenvelder, type Edje Davids. Twee verschillen: Valentin heeft een zachtere –g en geeft normaal antwoord als je hem wat vraagt. Met 83% balbezit tikten we ons op eigen helft naar een waarachtige salonwinst. Scheidsie, opperbest fluitend ondanks zijn soms bijzondere armgebaartjes, wilde het niet langer aangluren en blies ons naar het bier.

Tot slot nog dit. Voor WV 15 geen bekerfinale in De Kuip. Door een hemeltergende wanprestatie van mijn prutsende medespelers kan onze natte jongensdroom door de plee gespoeld. Op een verklungelde woensdagavond hebben die trieste gasten met 8-1 op hun zielige kloten gekregen van een overjarig studententeam bij DVVA. Ik was er niet bij en distantieer mij hier volledig van. Maar dat lijkt me vanzelfsprekend.

 

Gijs Lauret

8 november 2014: WV-HEDW 15 – DVVA 11 3-2 (1-1)

DVVA 11 thuis 1“Jonges, ik ben nu bij het ziekenhuis en heb ik inderdaad mijn rib gebroken Twee weken minimal”. Aldus onze krolse Down Under doeltijger Scotty op zondag via de onvermijdelijke app, refererend naar de fatale botsing met de reusachtige bonenstaakspits van FC Deprimere 4. Dr Phil had de Aussie ribbenboel na het gebeurde kundig vastgemoffeld, maar het zekere krakje niet teniet kunnen doen. Het land reageerde geschokt en massale steunbetuigingen stroomden binnen bij de nagenoeg overspannen perschef van WV 15. De ontroerendste kwam van een zevenjarige vrouwelijke fan uit Augustinusga, die erop stond haar intacte ribbenkast aan haar idool te doneren. Alles om hem te zien schitteren. Vanzelfsprekend vonden haar betrokken ouders dit een beregoed idee. De hardcore aanbidster staat inmiddels onder geruststellend toezicht van Bureau Jeugdzorg en slijt haar lege dagen (met ribbenkast) in een liefhebbend pleeggezin. Gelukkig werd op het tragische gemis van onze getatoeëerde publiekslieveling tijdig geanticipeerd. Wij verlosten de Beer van Middenmeer een paar zaterdagmiddaguurtjes van die verdraaide geraniums. Elk nadeel heb ze voordeel. Zo bleek het onvoorziene voordeel van onze gigawaslijst aan gewonde manke kneuzen (Kim Jos-un, Herr Walter, Quintus, Youz, en laten we goedaardig voetbalmonument Vic ook eens meetellen) dat het duizelingwekkende toeschouwersaantal zomaar in de dubbele cijfers liep. Het moet niet doller worden.

We troffen El Submarino Amarillo, de heerlijke lieve studentjes van DVVA (aka De Vrienden Van bAArdmAns). De gele knullen otterden wat aan in de gammele submiddenmoot, dus we moesten comfortabel winnen. Het was weer belabberd spelertjes schrapen, maar we hosselden er twaalf. Voordat het festijn aanving had een waarachtige fotoshoot plaats, tevens leuke promotie voor huiswerkmagnaat Wijnen (www.theschool.nl). Wij zelfvoldane yuppendandy’s lieten ons maar al te graag misbruiken voor een meeslepende fotoreportage door Josephine Verhoef (inderdaad de zus van en tevens de vriendin van). En plaatjes schieten kan ze, want ze heeft me lachend en bovendien met wijd open kijkers vastgelegd. Weinigen kunnen dat zeggen.

DVVA 11 thuis 2Zo gauw het ronde ding rolde klemde WV 15 het keiharde heft in de zelfverzekerde klauwen. Onze gemoedelijke gele buren dreigden met geniepig vlugge countertjes, maar blauwwit zette de machtige toon met incidenteel zelfs netvlieskietelend combinatiespel. Het openingsdoelpunt was vanzelfsprekend. Onze nieuwe grootheid Lat scoorde met zijn fijnbesnaarde buitenkantje na een uitgekiende vrije trap van Roodbaard. De gelijkmaker kwam pardoes uit de novemberlucht lazeren. Een afstandsschot voelde voor de Beer als te hete bitterbal en glibberde hem door de graaiende vingers: 1-1. Eerder ontsnapten we abnormaal bizar toen de Beer en Ausputzer Jacobs onwennig flipperkastend de bal uit de doelmond modderden.

Langs de lijn ontwaarde ik twee vertrouwde bruine ogen. De ogen hadden er al een gezapig non-wedstrijdje op zitten, maar zeiden dat ze wilden meedoen als het nodig was. Mijn kleine broeder Michiel weerstond onze hardnekkige lokroep niet. De knappe aanvoerder van WV 21 kleedde zich terug om. Hij bekende al een paar glaasjes op te hebben. Hoeveel dan? “Weet ik niet. Twee, of drie. Ofzo,” antwoordde hij oudbakken geïnspireerd, soepel zijn haar goeddoend.

DVVA 11 thuis 2 - foto van Josephine Verhoef, www.monstyle.nlNa rust verhevigde onze druk naar voren. Ondergetekende wilde zijn licht bejaarde stempel drukken met een briljante kaats. Het bleek echter een deerniswekkende semi-assist voor de verraste spits van de dolgelukkige geelhemden, die na een onorthodox een-tweetje met de Beer afmaakte: 1-2. De pressie op Baardmans’ verdrukte gele heren werd chronisch. Het vetverdiende gelijktrekkertje viel. Lat slalomde met zijn swingende atletenlichaam langs een half elftal, waarbij werd beweerd dat de nauwelijks zichtbare achterlijn gepasseerd was. Roodbaard was de profiteur: 2-2. De anders zo gemoedelijke geelboys gingen collectief door het lint en belaagden scheidsie. Wat er allemaal geklessebest werd weet ik niet, maar het woord schande viel zo’n achtenveertig keer. De tarjetas amarillas bleven niettemin op zak. Onze continue druk werd inhumaan. Onze gestadige aanvalsgolven trokken als een bommentapijt van een in Texas bestuurde drone over DVVA. Het is dat giro 555 voor ebola openstaat (effe storten joh hè), anders had ik het voor onze half kassiewijlen tegenstrevers laten openen. We konden op onze harses gaan staan, maar het lukte niet. Ons hinderde een onscherp vizier, de degelijke grijsaard tussen de palen of een goed gepositioneerde DVVA-kont die menig schot blokte. Rond minuutje 85 werden we bevrijd. Van het geconsumeerde bier was niets te merken geweest. Een losse bal in de zestien werd gewetenloos binnen geramd door mijn geliefde broertje; gelukzalig WV in de zevende hemel, de pakweg twaalf toeschouwers omgetoverd in een kolkende mensenmassa. We volhardden, boekten drie puntjes bij en slopen naar plek twee, op ruime afstand van het oranje clubje ABN-wauwelende Haerlemmers.

Een zwik schitterende elftalplaatjes van fotoheldin Verhoef (www.monstyle.nl) verder was het tijd voor een goed gesprek. Menigeen benadrukte dat mijn prachtige pass er gelukkig niet toe deed. Het was helemaal niet erg. We hadden gewonnen, dus het was geen item. “Nu hebben we het daar helemaal niet over, over die pass.” Inmiddels lulden we al driekwartier om het hardst dat we niet over mijn verneukeratieve pass lulden. Ken je dat? Broerlief heeft me gered. Ik heb wel eventjes dankjewel in zijn jongetjesoortje gefluisterd. Hij glimlachte liefdevol. Meer woorden hadden we niet nodig. Toen ik hem ooit de fles gaf, praatte hij ook niet.

 

Gijs Lauret