Gijs Lauret

Alledagsverhaaltjes, amateurvoebel, Ajax enzo, Het Vijftiende

Tag: kleuter

Dikke kont

Julia is ruim vier, hartstikke schoolgaand en stiekem een beetje aan het kleuterpuberen. Ik waarschuw herhaaldelijk dat ze wel moet luisteren als Papa vraagt haar pyjama aan te doen. Ze kijkt baldadig omhoog, lacht me met haar bruine ogen vierkant uit en gaat onverstoorbaar verder met haar eigen programma: grote zus uitdagen. Ze trekt gekke bekken en brengt rare klanken voort die door de oudste niet worden geapprecieerd. Ik zeg Julia dat ik tot drie ga tellen en dat we vanavond geen boekje voorlezen als ze dan haar pyjama niet aantrekt. Mejuffrouw blijkt echter finaal ongevoelig voor alle loze teksten van Papa. Totdat blijkt dat haar licht gefrustreerde verwekker niet zomaar onzinnige dreigementen uitbraakt. Boekje voorlezen wordt haar ontnomen. Ze vindt het niet eerlijk. Ze is woedend.

“Papa, ik vind jou heel STOM! Met je dikke KONT!” roept ze. Ik kan mijn lachen niet inhouden en verberg tevergeefs mijn opkrullende mondhoeken achter mijn linkerhand. Ze breekt en begint hartverscheurend te snikken.

“Ik vind je niet lief en je hebt me heel boos en verdrietig gemaakt! En ik wil nooit meer met je spelen en je mag niet op mijn verjaardag komen!” Zo. Die zit. Hoewel die verjaardagssanctie wel wat aan inflatie onderhevig is sinds die zo’n driemaal per dag wordt opgelegd. Ik heb met het lieve kind te doen, maar de realiteit is keihard en onafwendbaar: geen boekje vandaag. Brullende tranen met tuiten zijn het gevolg.

Ik gooi het over een andere boeg. Die dikke derrière bevalt me namelijk geenszins. Je kunt van mij veel vinden, maar een uitdijende reet? Ik knoop mijn spijkerbroek los en toon mijn allermooiste bouwvakkersdecolleté.

“Kijk eens lieverd, Papa heeft helemaal geen dikke kont”, betoog ik met mijn lolligste stemmetje. Het kleine grietje twijfelt zichtbaar wat te doen: blèrend haar stelling blijven verdedigen of toch maar lachen om deze absurditeit. Een halve minuut later zijn we weer vriendjes en mag ik gelukkig ook weer op haar verjaardag komen. Ze klautert in bedje, haar oogleden zijn zwaar. Klaas Vaak is onderweg, dat zie je zo.

 

Gijs Lauret

Moe van het fietsen

Moe van het fietsen 1School is aan de overkant. Eén suffig straatje oversteken en twintig meter drentelen, dan zijn we er. De fietstraining van Isa is zodoende op creperen na dood. Ze is zelf nauwelijks happig bovendien. Vandaag hebben we haar driftig opgestookt. Ze wil ervoor gaan. Op de stoep.

“Papa, je moet me helpen!” roept Isa, terwijl ze in de startblokken staat. Eén kek laarsje op de vochtige stoepklinkertjes, de ander op de hoogste trapper.

“Ik sta naast je Ies, trappen maar! Je kunt het hartstikke goed zelf!” Ik ben nogal van de vertrouwen- en zelfstandigheidstimulering. Weifelachtig trapt ze op het pedaal, waardoor ze kortstondig slingert alvorens soepel weg te karren.

“Ziet er goed uit lieverd! Uitstekend!” roep ik. Mijn topkleuter remt halfbakken en mindert vaart door met haar zwabbervoetjes over de tegels te schuiven. Het wederzijdse toneelstukje van hulp vragen en aanmoedigen herhaalt zich meermaals, waarbij het remmen steeds vloeiender verloopt. Isa ziet er dan ook voortdurend aanleiding toe. Als zich twintig meter verderop een slome kat ophoudt, staat ze al stil.

“De stoep is zo klein, er staan overal fietsen”, klaagt ze.

“Daar fiets je zo langs hoor Ies, gaat lukken. Trap maar”, zeg ik. Het lukt wonderwel. Tot aan die mobiele bouwvakkerplee.

“Hee, zo’n vieze wc, die staat echt gigantisch in de weg!”

“Hij staat stil hoor Ies, rijd er maar lekker langs!” moedig ik aan. Niks ervan. Isa remt voor plastic.

Moe van het fietsen 2“Nee, ik ga lopen, papa, dat heb ik al gezegd.” Hier valt door geen Brugman tegenop te lullen. Isa wandelt naast haar rijwiel, handjes aan het stuur. Ik acteer vaderlijk geduld. Dan dondert plompverloren het zadeltje van haar kinderfiets af. Weer heeft die waardeloze secondelijm het begeven. Ik druk het neplederen onding terug op zijn plek. Mijn broze geduld wordt op de proef gesteld, maar breekt niet.

“Ik ben moe van het fietsen”, mompelt Isa.

“Van het lopen bedoel je”, zeg ik gniffelend.

“Nee papa! Van het fietsen”, zegt ze gedecideerd, met zichtbaar verstarde wenkbrauwen. Tot zover de fietstraining. Het geeft niet, houd ik mezelf voor, mijn vaderlijk geduld als een kauwgumpje oprekkend. Daar klettert dat strontvervelende klotezadel. Wederom. Kalm raap ik het op. Door de miezer strompelen we voort. Moe van het fietsen.

Gijs Lauret

Letter gepoept

Letter gepoept 1“Papa, kom eens kijken! Nu! Kom eens kijken! Nuhu!” Dat kunstje beheerst een beetje kleuter uitstekend. Exclusief alle aandacht opeisen terwijl het extreem niet uitkomt. Terwijl een hongerige dreumes jengelend aan je onderbenen hangt, de hoopvolle ogen omhoog gericht. Terwijl je finaal overprikkeld poogt iets vreetbaars te koken.

“PAPA! KOMEN! IK HEB EEN LETTER GEPOEPT! PAPAHAAAAAAA!” Bij de laatste lettergreep schiet haar jonge meisjesstem semihysterisch omhoog. Ik twijfel niet en draai rücksichtslos het gas onder de pastasaus uit. Dit is groot nieuws.

“Ik kom eraan Isa! Ik wil het heel graag zien!” Ik tref mijn oudste dochter staand naast de donkerbruin geurende toiletpot, modieus spijkerbroekje op de ranke enkels. Haar gezichtsuitdrukking verraadt gepaste trots.

“Wow, fantastisch! Schitterende letter joh! Wat is dat voor letter, Ies?” Zij spreidt haar armen ten plafond.

“Dat weet ik niet”, zegt ze op besliste, wijsneuzerige toon.

“Eens denken, Ies. Is dat misschien… de -p van poep?” Ik zeg je eerlijk: hij lijkt er echt op. Fikse bruinsliert met een rondje eraan.

Letter gepoept 2“Ja, dat is het papa! Ok. Nu heb je het gezien. Ga nu maar weg papa, ik moet m’n billen afvegen. Doe de deur maar dicht, papa.” Gedwee gehoorzaam ik onze nieuwe toiletbaas. En luister haar stiekem af op de gang. Kleine Nina trommelt zachtjes op de pleedeur.

“De -p van poep, de -p van poep, ik heb de -p van poep gepoept. Lalala. De -p van poep”, zingt Isa opgetogen.

“Lukt het allemaal, Isa?” vraag ik na luttele minuten.

“Ja, PAPA! Niet bemoeien. Je bemoeit altijd. Ik kan het zelf.” Ik weet niet waar in mijn eigen gebrekkige ontwikkeling het misging, maar ik geniet van haar als ze zo verongelijkt doet. Isa trekt door. Ze is een trotse vader rijker. Ze heeft een letter gepoept.

 

Gijs Lauret