Wes

by Gijs Lauret

Het is vrijdag. Vanavond speelt Ajax tegen Galatasaray. Een oefenniemendalletje tussen de Godenzonen en ons beminde Wesley Sneijdertje. Hoogste tijd voor fruitinkopen bij mijn groenteturk, gerund door twee forse gozers, binnen mijn vrouwengezin ‘de jongens’ genoemd. De jongens hebben een accent Amsterdams als Def P maar slapen in een roodgele Galatasaray-pyjama.

Wes 1Bij de kassa doen we een laagdrempelig babbeltje. “Wat denk jij dat Sneijdertje gaat doen vanavond? Niet veel toch zeker?” deel ik een onschuldig speldenprikje uit. Hij weegt mijn bananen en vertrekt geen spier, maar hijst gedecideerd zijn loshangende spijkerbroek over zijn bouwvakkersdecolleté. “Sneijdertje is toch niks meer man, Wes is veel te dik. Die is gek gemaakt door Yolanthe, loopt alleen maar döner te vreten en bakt zijn pens bruin op het strand van Istanbul!” begin ik hem te jennen. “Maar Sneijder heeft nog wel leuke acties hoor, voor het niveau in Turkije is hij een topper,” reageert hij droogjes. “We zien het wel vanavond. Eén vrije trap en dat Ajax kan inpakken met al die zogenaamde talenten!”

“Wie gaat er winnen Isa? Ajax of Galatasaray?” informeer ik bij mijn driejarige wijsgeer. “Galaba… Barbapapa!” roept zij uitgelaten. Zo weten we nog niks. Wat denkt Wes ervan? “Het maakte wel iets in me los”, vertelt gevoelsmens Sneijder aan Ajax TV over het moment dat hij hoorde van de oefenwedstrijd tegen zijn jeugdliefde. Wesje heeft er zin in.

Wes 2In een gezapige voorstelling om de wereldwijd gerespecteerde Antalya Cup bezorgt een juniorenflater bij Ajax de Turken een gratis voorsprong. Kapitein Wes, bandje om de bovenarm, blinkt uit in ingenieuze steekpassjes met utopische bestemming. Hij begaat een lullig overtredinkje en schiet onnozel de bal weg. Dankzij een jolig misverstand belandt hij in een knetterhard fysiek duel met een onbegrijpende medespeler. Wes heeft zijn kunstje gedaan en gaat in de rust lekker douchen. Galatasaray zegeviert stiekempjes met 2-1. Bij een verloren bakkie verkeerde koffie op zaterdagochtend mompel ik tegen mezelf: “In Turkije is hij een topper.” In Turkije. Zo is het. Prompt begint mijn jongste dochter hartverscheurend te brullen.

 

Gijs Lauret